Parsja 53 Kie Teetsee (Dewariem/Deuteronomium 21:10-25:19)


Kie Teetsee (als je uittrekt): Als een vrouw krijgsgevangene wordt gemaakt en een man begeert haar, dan zijn er tal van bepalingen over een huwelijk met haar. Als een man twee vrouwen heeft en hij houdt van de ene wel en van de andere niet, dan moet hij toch de eerstgeborene van de vrouw van wie hij niet houdt, een dubbel erfdeel toekennen.

Een zoon die onverbeterlijk slecht is, kan door zijn ouders bij de
oudsten van de stad gebracht worden om gestenigd te worden. Een
gehangene moet dezelfde dag begraven worden. Een gevonden voorwerp moet
aan de eigenaar teruggegeven worden. Mannen en vrouwen mogen niet
kleding van het andere geslacht dragen. Een vogelnest mag je pas
leeghalen als je de moeder hebt weggejaagd. Een dak moet een
borstwering hebben en tweeerlei zaad mag je niet zaaien. Men mag niet
met tweeerlei dieren ploegen en wol en linnen mogen niet in hetzelfde
kledingstuk voorkomen. Wetten over seksueel (wan)gedrag worden
gedetailleerd genoemd en huwelijksbeletselen worden opgesomd. Reinheid
in de legerplaats wordt besproken en de slaaf die redding bij jou
zoekt, mag je niet uitleveren. Rente mag je niet van je broeder vragen,
wel van een vreemde. Geloften moet je volbrengen; beter is het geen
geloften op je te nemen. Scheiding is mogelijk; de man moet zijn vrouw
dan een scheidsbrief geven. Een pas getrouwde man is vrij van militaire
dienst om zijn vrouw gelukkig te maken. Kidnapping wordt met de dood
bestraft. Er worden regels voor pand-geven en -nemen vermeld. Ouders en
kinderen kunnen niet voor elkaar bestraft worden en van de oogst moet
je wat achterlaten voor de vreemdeling, de weduwe en de wees. De
rechtspraak moet eerlijk zijn. Het zwagerhuwelijk wordt uit de doeken
gedaan. Gewichten en maten moeten eerlijk zijn. Onthoud het gebod
Amalek van onder de hemel weg te vagen.

Koheen, 21:10-21
Een
Joodse soldaat die valt voor een heidense krijgsgevangene, moet een
bepaalde procedure volgen om haar te huwen. De eerstgeborene van een
minder geliefde vrouw gaat niettemin voor. De weerspannige zoon wordt
gewaarschuwd en getuchtigd. Luistert hij niet dan wordt hij te dood
gebracht.

Wanneer de mens toegeeft aan zijn animale verlangens, verlaagt hij zich
tot het niveau van een onnadenkend dier. Het hoogste mensaspect dient
nu de lagere functies en het leven verliest aan inhoud. Nog niet zo
lang geleden werd ons verzekerd, dat het opheffen van allerlei taboes
en barrieres het leven zou veraangenamen. Is deze belofte inderdaad
uitgekomen? Is de wereld sindsdien inderdaad zoveel beter geworden?
Zijn wij sindsdien getuige van minder misdaad, drugsmisbruik etc.?
Hebben levensgeluk, zekerheid en algemene tevredenheid inderdaad
gelijke tred gehouden met de verhoging van onze materiele
levensstandaard?

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens erkent het recht om
te trouwen en een gezin te stichten. De Tora ziet hierin meer. Het
huwelijk is een grootse plicht tegenover G’d, onszelf, onze kinderen en
de maatschappij als geheel.

Levi, 21:22-22:7
Zij die gestenigd werden, moeten voor korte tijd opgehangen worden
voor zonsondergang. Daarna werden ze begraven. Verloren voorwerpen
moeten terug gegeven worden. Als wij een dier zien vallen, moeten wij
hem weer op helpen. Een vrouw mag geen mannenkleding en een man geen
vrouwenkleding aantrekken. De moedervogel moet weggestuurd worden
voordat men de jongen neemt.

De Tora regelt de teruggave van verloren voorwerpen. De Talmoed (B.T.
Ta’aniet 25a) vertelt in dit verband, dat iemand

Advertentie (4)