Sidra Sjemini, Wajikra (Leviticus) 9:1-11:47

Wat was precies de overtreding van de zonen van Aharon’s zoons Nadav en Awiehoe en waaraan verdienden zij zo’n strenge straf? Waarom deze klaarblijkelijke wraak van God op het hoogtepunt van de vieringen?

SIDRA SJEMINI – Tot de dood ons…
door Yehoshua Engelsman

Op het hoogtepunt van de inwijdingsceremoniën van het Ohèl Moëd, het Heiligdom “deden Aharons zonen Nadav en Avihoe gloeiende kolen in hun vuurpan en legden er reukwerk op. Maar het was verkeerd vuur dat ze God wilden aanbieden, vuur dat niet voldeed aan de voorschriften van God. Een felle vlam kwam uit het Heiligdom en verteerde hen, zodat ze daar in de nabijheid van God stierven.” (Wajikra 10,1-4 )

Wat was precies hun overtreding en waaraan verdienden zij zo’n strenge straf? Waarom deze klaarblijkelijke wraak van God op het hoogtepunt van de vieringen? Wat de broers gedaan hebben en de gevolgen zijn geanalyseerd door commentatoren vanuit verschillende invalshoeken.

Maar misschien is de vraag verkeerd gesteld. De veronderstelling dat hun dood een straf zou zijn, wrijft ze schuld aan die de Tora misschien niet aan hun heeft toegeschreven. De regel die aan hun optreden voorafgaat – “Een felle vlam kwam uit het heiligdom en verteerde het brandoffer en het vet op het altaar. Toen het volk dat zag begon het te jubelen en iedereen wierp zich ter aarde.” (Wajikra 9,24) – gebruikt precies dezelfde bewoording als in de beschrijving van het vuuroffer van Nadav en Awihoe. Zij werden ook verteerd door hemels vuur. Dat de offers door het verbranden door God aanvaardt worden, is een teken van Zijn gunst.

God is weggestopt in Zijn heilige plaats die omsloten is door afsluitingen en wetten en waarbij de toegang verboden is op straffe van de dood (het doet denken aan Achasjwerosj, die zich in het binnenste van zijn paleis terug trok, wachtend op Esters stoutmoedige gedrag. Lees hierover Shoshana Gelfands uitleg over sidra Ki Tissa over degene die zich verstopt in de hoop uitverkoren te worden.)

Maar Hij wacht. Kan het zijn, dat niemand, maar dan ook niemand Hem zoekt en zo naar Zijn nabijheid verlangt, dat Hij geen acht slaat op gevaar en Zijn eventuele wraak. Wat een teken van schande op alle Israëlieten als er onder hen niemand is die zo hunkert naar de nabijheid dat hij voorzichtigheid in de wind slaat alleen maar om met God te zijn. Het is geen wonder dat hun daad volgens de Beis Yaakov voldoende is om boete te doen voor de zonden van Israël tot het einde der tijden.

Als er al een scherp omschreven kenmerk bestaat van heldendom – dan is de ‘moed’. Moed zelfs in het aangezicht van de dood. Er bestaat geen heldendom zonder moed. Als er mensen zijn die het sterven van de zonen van Aharon zien als een simpele bestraffing voor ongehoorzaamheid aan de wet, veeleer dan als een onvermijdelijk gevolg van de overtuiging dat er waarden en doelen zijn en altijd zullen zijn die verhevener en waardevoller zijn dan het leven, dan zegt dit alleen veel over hun eigen waardesysteem of het gebrek daaraan. Het zegt iets over hun cynisme en gebrek aan geloof in liefde, zelfs in de liefde voor God. In het geval van Nadav en Awihoe, die niet gebonden waren (zoals de midrasj verklaart) door vrouw of kinderen, ging het om hun moed lief te hebben, een brandend verlangen en een hunkering te hebben naar God. Dat is de oorzaak van hun vuurzee; het is hun eigen passie die hen tenslotte verteert.

Advertentie (4)