Kohaniem mogen geen contact met doden hebben, niet met een gescheiden vrouw huwen en niet onrein of met bepaalde gebreken dienst in de Tempel doen. Alleen kohaniem mogen van geheiligd voedsel eten. Een dier dat geofferd wordt mag geen gebrek vertonen.
Een rund of schaap mag niet op dezelfde dag als het jong geslacht worden. Nogmaals volgt de eis tot werkonthouding op Sjabbat. Daarna worden de verschillende feestdagen met een aantal bepalingen vermeld. Aharon moet de kandelaar voortdurend brandend houden. In het Heiligdom stond een tafel met 12 toonbroden. Een man die de G’dsnaam vloekt, wordt buiten de legerplaats gestenigd. Allochtonen en autochtonen moeten gelijk behandeld worden.
| Koheen, 21:1-15 Een Koheen moet zich aan zijn zeven meest nabije familieleden verontreinigen: vrouw, moeder, vader, zoon, dochter, broer en ongetrouwde zuster. |
Toen Noach na de Zondvloed de aarde onder zijn zonen Sem, Cham en Jafet verdeelde, gaf hij een ieder ook een specifieke spirituele opdracht mee. Sem, de stamvader van alle Semieten, bedacht hij met Kehoena, het religieuze leiderschap. Awraham, een afstammeling van Sem, nam het vaandel van de G’dsdienstige strijdbaarheid over en predikte het monotheïsme aan zijn heidense tijdgenoten. Awraham legde het fundament voor het Joodse volk, dat als "mamlechet kohaniem" – een koninkrijk van priesters – een geestelijk baken voor de volkeren zou worden.
Na Awrahams overlijden deed de moordenaar en oplichter Esau zijn eerstgeboorterecht over aan zijn jongere broer Ja’akov in ruil voor een bord rode linzen. Zijn minachting voor het Hogere in de wereld deed hem hiertoe besluiten. Voorgoed was het spiritueel charisma vervallen aan Ja’akov, die als tweede naam Israël droeg. Want het eerstgeboorterecht was niet alleen een erfeniskwestie; het was in eerste instantie het monopolie op de priesterlijke functies binnen het gezin. Alleen Ja’akov droeg de idealen van zijn voorvaderen Awraham en Jitschak hoog in het morele vaandel. Zijn nazaten zouden deze functie blijven vervullen binnen de gemeenschap der volkeren.
Dit was en is tot op de dag van vandaag de nationale roeping van het Joodse volk.. De band tussen individuen gemeenschap loopt over het gezin of de familie. Het gezin schept de omgeving waarin de nieuwe generatie de nationaal culturele waarden leert kennen. Het gezin staat garant voor de bestemming en levenstaak van haar individuele leden. De nationale gezindte en het gemeenschappelijk streven worden in het gezin doorgegeven. De vertegenwoordiger van de familie, de eerstgeborene, representeert de individuele leden van de gehele familie in hun belangrijkste streven. Oorspronkelijk was de priester van de familie de eerstgeborene. Hij was het symbool van de wijding aan het G’ddelijke van ieder indivueel familielid.
Maar naar verloop van tijd vertonen veel families uit het Joodse volk zich onwaardig voor deze roeping. Toen zij zondigden bij het gouden kalf, bleek, dat ze niet rijp waren voor een dergelijk religieuze ontplooiing. De verheven opdracht van het Joodse volk als geheel kwa












