Yad Vashem plechtigheid in Amsterdam

Op dinsdag 7 maart 2006 vond in het Fons Vitae Lyceum, Reinier Vinkeleskade 53 een Yad Vashem ceremonie plaats. Posthuum werden daarbij geëerd de heer en mevrouw Kunnen die in hun boerderij in Heemskerk een veilig onderduikadres boden aan Louk ‘Loukie’ Israëls

Eldad Hayet, Counsellor for Press and Public Affairs van de Ambassade van Israël reikte de medaille en het bijbehorende certificaat tijdens deze plechtigheid uit.

De onderscheiding werd in ontvangst genomen door de kinderen van de heer en mevrouw Kunnen.

Hieronder volgt een deel van het verhaal waarop de aanvraag voor de Yad Vashem onderscheiding aan Michiel Kunnen en zijn vrouw Immerentia Kunnen-van Tunen, ‘Pa en Moe Kunnen’ is gebaseerd:

Een bijzondere familie in een bijzonder dorp’

In Heemskerk ontkwam Loukie Israëls aan de Holocaust. Tussen zijn zevende en negende jaar verbleef ‘Loukie’ als onderduiker bij het negen kinderen tellende gezin van Michiel en Immertje Kunnen. “Wat zij deden was alleen maar mogelijk doordat het hele dorp zweeg.” De arbeiderswoning aan de Maerelaan 11 is al lang afgebroken. Het was een klein, wit huis. Hier woonden Michiel Kunnen, zijn vrouw Immertje Kunnen-van Tunen en hun negen kinderen. In november 1943 fietst de verzetsman Jan van de Geer, alias Jan Papier, naar Heemskerk, naar de familie Kunnen. Op de stang zit de zevenjarige Loukie Israëls. Met zijn broer Nico heeft Loukie al een bewogen onderduikgeschiedenis achter de rug. De broertjes zaten ondergedoken in een Zwols hotel dat was gevorderd als Wehrmachtsheim en in een kasteel op de Veluwe. Door verraad belanden ze in de gevangenis van het politiebureau in Zwolle. Ze komen vrij, worden weer verraden, maar ze overleven zelfs een verblijf in de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam, waar de Duitsers Joden verzamelen voor transport naar kamp Westerbork en vandaar naar de vernietigingskampen in het oosten.

De zomer van 1943 brengen de broertjes Israëls door op de boerderij van de familie Boogaard, ‘een burcht van verzet’ in de Haarlemmermeer. De Boogaards redden tijdens de oorlog driehonderd joden het leven. Op 6 oktober 1943 bevinden zich 36 volwassen joodse onderduikers op de boerderij. Er zijn ook 22 kinderen, onder wie Loukie en zijn broer, spelend in de boomgaard. Daar worden zij ontdekt door de Nederlandse SS-politieman Pieter van Duyn. Een verzetsman schiet Van Duyn dood. Daarop komt een grootscheepse zoekactie op gang waaraan honderden Duitsers en hun Nederlandse helpers deelnemen. Ondanks de inzet van speurhonden slagen de Boogaards erin alle kinderen, onder wie Loukie en zijn broer, te redden. De volwassen onderduikers worden allemaal gearresteerd en overleven geen van allen de Holocaust. De Duitsers sluiten de Haarlemmermeer hermetisch af. De kinderen worden verborgen op een appelzolder. Pas na zes weken geven de Duitsers de omsingeling van de polder op. De kinderen worden elders ondergebracht. Loukie door ‘Jan Papier’.

Jan Papier heeft goede hoop dat hij Loukie bij ‘Moe Kunnen’ in Heemskerk kan onderbrengen. Hij kent haar niet, maar van haar nicht in de Haarlemmermeer heeft hij gehoord dat de familie Kunnen wel bereid zou zijn een onderduikertje in huis te nemen. Op weg naar Heemskerk, bij een controlepost bij het Noordzeekanaal, gaat het bijna mis, maar even later rijden Jan Papier en Loukie Israëls het tuindersdorp Heemskerk binnen. Ze stappen af voor het witte huisje aan de Maerelaan 11.

Moe Kunnens nicht in de Haarlemmermeer had niet te veel gezegd. Loukie blijkt welkom in het gezi