Iedere vrijdag plaatst joods.nl een column uit het boek Surfen op de zee van de Talmoed van drs. Leo Mock. Tegelijkertijd verschijnt op de website van het Joods Educatief Centrum CRESCAS een column uit Leo Mocks boek Zappen door de Talmoed.
Afl. 1: Inleiding.
Bij het woord Talmoed denkt men al gauw aan slecht verlichte ruimtes waarin vrome, rumoerige Joden met baarden en gerepareerde kaftans een tekst bestuderen – ondertussen heen-en-weer wiegend. Een scène die zo uit Anatevka, Yentl of The Chosen zou kunnen komen. Wie anno 2002 naar New York of Jeruzalem gaat en daar een instituut voor Talmoedstudie binnengaat zal ontdekken dat deze instituten meestal in moderne gebouwen zitten, dat niet alle leerlingen baarden hebben of lange zwarte jassen dragen, en dat niet iedereen zit te wippen op zijn stoel. Sterker nog, in sommige instituten bestuderen vrouwen de Talmoed, iets dat de rabbijnen uit de Talmoed niet echt konden waarderen. Tegenwoordig is het leren – lernen zoals dat op zijn Jiddisj heet – een belangrijk pijler van de verschillende vormen van jodendom.
Toch is het niet altijd zo geweest. Wie met een tijdmachine 2500 of meer jaar in de tijd terug wordt getransporteerd zal misschien wel Joden aantreffen die heilige boeken bestuderen, maar zij zullen voornamelijk de Tempel in Jeruzalem en haar cultus belangrijk vinden. Honderden jaren lang gingen in de Tempel elke dag offers in rook op voor een onzichtbare God. Bijzondere dagen als feestdagen en de Sjabbat werden met extra offers gevierd. Duizenden pelgrims kwamen elk jaar met de feesten vanuit heel Israël en het buitenland naar de Tempel om daar de verplichte offers te brengen.
Waarschijnlijk in de twee eeuwen voor het begin van de jaartelling kwam er een religieuze revolutie op gang die het gezicht van het jodendom blijvend zou veranderen. Naast de Tempel en haar offers benadrukte men nu waardes als naastenliefde, gebed, moraal, het bestuderen van de Tora en de vertaling daarvan in praktijkregels – de halacha. De vernietiging van de Tempel in het jaar 70 door Titus bracht behalve het verlies van politieke autonomie ook een religieuze stroomversnelling teweeg. Men moest zich nu zien te redden zonder Tempelcultus. Morele perfectie, het vervullen van de geboden en het bestuderen van de Tora, werden nu de pijlers van het rabbijnse jodendom. Door deze revolutie konden arm en rijk, jong en oud, man en vrouw, deelnemen aan de Godsdienst.
Als voorman van dit rabbijnse jodendom wordt in de Talmoed rabbi Jochanan ben Zakai genoemd, die in de ogen van het rabbijnse jodendom de schakel was tussen de periode van vóór en ná de verwoesting van de Tempel. Hij was het die volgens de legende het door de Romeinen belegerde Jeruzalem uitvluchtte in een doodskist en naar Vespasianus ging en hem voorspelde dat hij keizer zou worden. Wanneer dat inderdaad gebeurt, mag hij een wens doen van Vespasianus. ‘Geef mij Jawne en haar wijzen,’ antwoordt de rabbijn. Jawne zal in het rabbijnse gedachtegoed uitgroeien tot het symbool van het rabbijnse jodendom van na de verwoesting, waar de basis werd gelegd voor een jodendom dat de dominante variant tot de 19de eeuw werd. Een van de boeken die daartoe een grote bijdrage leverde was de Talmoed.
Tal-wat?
Talmoed komt van het hebreeuwse woord voor leren – lilmod. Met het woord Talmoed bedoelt men echter een boek. Maar, pas op. Er bestaan twee soorten Talmoed: een Babylonische en een Jeruzalemse. Wij zullen het voornamelijk hebben over de Babylonische Talmoed, want als je het in het jodendom hebt over Talmoed bedoelt men meestal de Babylonische. Om redenen die niet helemaal duidelijk












