Het dagelijkse leven in de schaduw van een aanslag.

Woensdag 5 juni begint als een gewone dag. Zoals ieder dag ga ik om tien over zeven de deur uit om naar mijn werk te gaan. Ik werk buiten Afula, dat wil zeggen dat ik met de autobus naar mijn werk reis.

Ik loop richting bushalte en onderweg daarheen hoor ik weer eens sirenes loeien. Omdat ik nog niet op de hoofdweg ben weet ik niet of het ambulances of politiewagens zijn. Mijn eerste gedachte: ‘Verdorie, wéér een aanslag.’ Inmiddels ben ik bij de hoofdstraat aangekomen en zie een brandweerwagen richting Tel-Aviv rijden. Misschien heb ik me vergist en is het gewoon een auto-ongeluk.Maar nee, ik zie mijn buurman, hij is eerstehulpverlener, in zijn eigen auto, met knipperende lichten en een rood zwaailicht op het dak in sneltreinvaart naar Magen David Adom rijden. Toch een aanslag dus. Even later zie ik mijn buurman in een ambulance voorbijkomen en weet het nu zeker. Er was weer een aanslag, anders zou hij niet zijn opgeroepen.Bij de bushalte, niemand weet nog wat er is gebeurd en waar, is de onzekerheid groot. Iedereen is zenuwachtig. In de autobus krijgen we te horen dat er een zware aanslag op een autobus is geweest bij tsomet Megiddo. De mobiele telefoons worden gebruikt om familieleden gerust te stellen. Er hangt een sombere stemming in de autobus.Inmiddels ben ik misselijk op mijn werk aangekomen. Over humeur valt helemaal niet te praten. De televisie staat aan, en wie even tijd kan vrij maken zit aan de televisie gekluisterd. Inmiddels zijn er al 10 doden, maar iedereen weet dat dat nog niet het einde is.Het leven gaat door, dat betekent dat je in je hoofd een knop omdraait om je op je werk te kunnen concentreren. Het radionieuws van 12 uur meldt de details van de aanslag. Een auto vol met explosieven is tegen een Egged autobus nummer 830 (Tel-Aviv/Tiberias) gereden en ontploft, de autobus is geheel uitgebrand (vandaar de brandweer). Dit gebeurde op tsomet (kruising) Megiddo. De verantwoordelijkheid is opgeëist door de jihad. De weg Afula-Tel-Aviv is nog steeds afgesloten.Nog eventjes en ik ga richting huis. Mijn humeur is ver beneden peil.De autobus waarmee ik later in de middag naar huis rijd is vrijwel leeg, als ik instap zijn er welgeteld twee passagiers. En dat terwijl deze buslijn op dat tijdstip van de dag normaal gesproken driekwart vol is. Thuis staat er een berichtje van mijn moeder (die in Nederland woont) op mijn antwoordapparaat. Ik bel naar Nederland en spreek met mijn broertje die de telefoon opneemt. Ik beloof vanavond nog even te bellen om met mijn moeder te spreken. Dat is ook wat ik doe.Op de dag van een zware aanslag worden zowel op televisie als radio meteen progammawijzingen uitgevoerd. Op de radio word reshet beth (kanaal twee, een nieuwszender) "open kanaal", dat wil zeggen dat alle gebeurtenissen rondom de aanslag rechtstreeks worden uitgezonden. Er zijn reportages van de plaats van de aanslag, ooggetuigen komen aan het woord, de woordvoerder van Magen David Adom en de politie doen verslag van de stand van zaken, en natuurlijk komt ook de politiek aan het woord. Op de andere zenders word rustige muziek uitgezonden. Deze programmering geldt ook voor de lokale zenders. De lokale zender in het gebied waar de aanslag heeft plaatsgevonden wordt "open zender", de andere locale kanalenzenden rustige muziek uit. Ook op de televisie word op beide zenders eerst nieuws en een "open zender" uitgezonden, daarna worden de overige progamma?s aangepast, afhankelijk van de ernst van de aanslag en op welk tijdstip die heeft plaatsgevonden.De volgende morgen koop ik, voor ik naar mijn werk ga, een krant. Als ik wacht tot vanmiddag is de kans heel groot dat er geen krant meer te krijgen is. Alleen al van de krantenkoppen krijg ik kippenvel. Zoveel menselijke tragedies, de foto’s van de vermoorden, je moet echt een sterk hart hebben om alle artikelen te lezen. Ook al is dit een deel van het leven hier, aan deze afschuwelijke dingen wen je nooit.Hier

Advertentie (4)