Regelmatig maakt Ronit Ilsar de lezers van joods.nl deelgenoot van het dagelijks leven in Israël.Na de vorige zelfmoordaanslag op een bus in het noorden van Israël vertaalde ze het volgende artikel van de hand van Michal Kafra, dat verscheen in Ma’ariv van 7 juni.Het verhaal beschrijft in plastische bewoordingen de vreselijke gevolgen van wat de auteur met pijn in het hart een ‘routine-aanslag’ noemt.Op de ochtend van 18 juni werd Israël voor de zoveelste keer getroffen door een terroritische aanslag op een bus.Dan vraag je je af: wat is routine? Gewenning? Wennen zal het nooit…
Vanaf een grote afstand kun je de autobus al zien. Een stalen geraamte, uitgebrand, zwartgeblakerd; eigenlijk is er niets meer over van wat ééns bus 830 was. Het is 3 uur nadat een auto vol explosieven tegen de bus op reed en ontplofte.Het leven kan op elk moment worden afgebroken. De &ldquoroutine van de aanslagen”, zoals het hier in de volkstaal wordt genoemd, wordt steeds wreder. Behalve de explosieven, de spijkers, de moeren, het knopje waarmee de bom tot ontploffing wordt gebracht, was er dit keer ook vuur, dodelijk vuur.Heel sacrastisch: het deel van de bus dat de vuurzee heeft overleeft is een stuk van de achterkant waarop te lezen staat: &ldquoVeel succes aan alle beveiligheidsdiensten en hulpverleners, het hart zegt: bedankt!&rdquoWoensdagochtend 7 juni, kwart over zeven: weer een aanslag. Er zijn 17 doden en meer dan 30 gewonden. Hoezeer wij ook smachten om nieuws te horen over de dollarkoers, de Jihad Ha’islami had een ander idee.Het is warm buiten, het wordt nu echt zomer. Rechts van de bus staan eucalyptusbomen, er zijn vlinders in de lucht; vanaf de weg kun je heel duidelijk de bewakers van de Megiddo-gevangenis zien in hun uitkijktoren.Terwijl technische deskundigen proberen het geraamte van de bus op een vrachtwagen te laden, veroorzaakt een plotselinge windvlaag een zwarte asregen. Niemand die probeert de as van zich af te schudden, uit eerbied omdat deze as tot voor kort misschien een mensenleven was.De middag van 7 juni. De weg Wadi Arah is nog steeds afgesloten voor gewoon verkeer, maar journalisten mogen er wel komen. En zo rijdt mijn auto over dezelfde weg als bus 830 enige uren tevoren: eerst over de kronkelweg Wadi Arah, en dan de laatste bocht voor het rechte stuk richting tsomet Megiddo. Zeventien mensen zagen het schitterende uitzicht zonder te weten dat dit hun laatste blikken op deze wereld zouden zijn voor de dood hun leven weg zou nemen.Er waren veel soldaten in de bus, maar ook gewone burgers, en een chauffeur die al jaren op de weg zit en bij elke halte mensen oppikt, en toch is niemand de terrorist opgevallen die in zijn Renault waarschijnlijk al een tijd achter de bus aan reed. Heeft iemand hem nog aangekeken voor hij op de bus inreed?In het ziekenhuis van Afula liggen in drie bedden naast elkaar Asaf, Dinah en Jowal. Ze zijn net geopereerd.Asaf opent zijn ogen en ziet zijn vrouw naast zich. Hij vraagt hoe laat het is. &lsquoTien voor drie krijgt’ is het antwoord. &lsquoWaar zat de terrorist’, vraagt hij, haast terloops. Zijn vrouw vertelt hem wat er is gebeurt. Asaf sluit zijn ogen en vraagt hoeveel doden er zijn. Niemand durft het aan hem antwoord te geven.Naast Dinah staat haar moeder, een olah chadasjah (nieuwe immigrante) uit Rusland, die probeert haar wat water te geven. Een verpleegster ziet het gebeuren en komt een handje helpen.In het bed naast Dinah ligt Jowal, met gesloten ogen; hij is net terug van de operatiezaal. Hij weet nog niet dat zijn vader de hel niet heeft overleefd.Voordat ik de zaal verlaat kijk ik nog een keer rond en zie de handen van de soldaat, zulke kinderhanden nog.In de wachtkamer bij de operatiekamers zitten familieleden gespannen, nerveus te wachten. Er staat een televisietoestel aan. Er begint een samenvattend nieuwsbericht, niemand wil kijken maar er staat ook niemand op om de tv uit te schakelen.Naast de r&ou
Hoeveel mensen zijn dit keer slachtoffer geworden? Een dag uit het leven van een journaliste.
Advertentie (4)












