Parsja 11A & B: Wajigasj


Samenvatting van de SidraJehoeda houdt een stevig pleidooi voor zijn jongste broer Benjamin. Hij hoopt hiermee Joseef ervan te weerhouden hem als slaaf te houden (44:18-34).Joseef kan zich niet langer inhouden en openbaart zijn ware identiteit aan zijn broers. Hij benadrukt dat hij zijn levensgeschiedenis ziet als het gevolg van een G’ddelijk plan en dat hij ze niet kwalijk neemt, dat zij hem in slavernij verkocht hadden (45:1-15).Met toestemming van Pharao laat Joseef zijn vader en de rest van zijn familie naar Egypte komen en Joseef belooft hen gedurende de hongersnood te onderhouden (45:16-28).Joseef vertelt zijn broers Pharao te zeggen dat zij schaapherders zijn. Dit beroep wordt door Egyptenaren geminacht, zodat zij apart moeten gaan wonen van de Egyptenaren (46:31-34).Gedurende de jaren van hongersnood verkoopt Joseef in naam van Pharao het opgeslagen graan aan de bevolking van Egypte en Kena?an. Pharao verwerft hiermee alle bezittingen van de Egyptenaren. Joseef schrijft een inkomstenbelasting van 20% op de landbouwproducten voor.Spiritueel de baasEén van de meest dramatische en emotionele scènes in de Sidra is het moment waarop Joseef zich aan zijn broers openbaart. Joseef wil voorkomen dat zijn broers zich teveel verwijten maken omdat zij zich ernstig misdragen hebben ten opzichte van hun jongere broer. Joseef troost hen door op te merken dat alles wat hen gebeurd is het gevolg is van het G’ddelijke plan, dat het Joodse volk naar Egypte wilde brengen:?Niet jullie waren het die mij hier naar toe gestuurd hebben maar G?d, en Hij heeft mij een vader over Pharao gemaakt en een heer over zijn hele huis en een heerser over het hele land Egypte? (Bereesjiet 45:8).Drie titelsJoseef beschrijft zijn aanstelling in drie titels (vader, heer, heerser). Dit lijkt een beetje overdreven omdat Pharao de absolute heerser van Egypte bleef. De verantwoordelijkheden, die Joseef toegewezen had gekregen om het voedsel op te slaan gedurende de jaren van overvloed, kunnen hem moeilijk kwalificeren als ‘heerser over Egypte’.Wanneer de broers terugkomen in Kena?an vertelt de Tora wat zij aan hun vader Ja?akov vertelden: ?En zij zeiden hem: Joseef leeft nog steeds en hij is heerser over het hele land Egypte. Ja’akov werd onwel want hij geloofde hen niet" (45:26). Het is opmerkelijk dat de broers alleen deze titel uit de drie, die Joseef vermeldde, herhalen.Eén op de miljoenEen mogelijk antwoord op deze vraag kunnen wij vinden in een hespeed (eulogie) van Rabbi Mosjé Sofeer (19e eeuw, Hongarije) die hij uitsprak na het overlijden van Rabbi Joseef David Zinzheimer, het hoofd van het Napoleontische Sanhedrin en één van de leidende Talmoedisten uit die tijd. Joseef werd als jonge jongen verkocht, weggerukt uit zijn omgeving en had geen contact meer met zijn familie. Ja’akov meende dat je onder deze omstandigheden het Jodendom niet kon bewaren. Om als enige jood onder miljoenen niet-Joden te wonen, gedurende tweeëntwintig jaar, en toch het Jodendom te bewaren, leek hem een bijna bovenmenselijke ‘achievement’. Egypte stond bekend om zijn immoraliteit en onzedelijkheid, het tegenovergestelde van alle Joodse ethiek op het gebied van de seksuele moraal.Niet onder de indruk van succesJoseef wist dat Ja’akov niet onder de indruk zou zijn van het nieuws dat hij, Joseef, het ?gemaakt? had in Egypte. Ja’akov zou zich niet kunnen verheugen over de succesvolle, politieke carrière van Joseef. Het enige wat hij wilde weten was of hij, Joseef, nog steeds loyaal was aan het voorouderlijk geloof. Alle andere dingen waren irrelevant. Joseef vertelt daarom aan zijn broers dat zij Ja’akov moeten informeren dat hij een heel belangrijke positie in Egypte had gekregen. Maar, zegt Joseef, denk niet dat ik deze autoriteitsfunctie verworven heb ten koste van mijn jodendom. Ik heb niet gecapituleerd voor de Egyptische maatschappij en haar afgodische cultuur: "ik heers over Egypte". Ik

Advertentie (4)