Parsja 15A Bo (Sjemot/Exodus 10:1-13:16) – Verschillende kanten van één medaille

Wanneer wij over het feest van de Uittocht spreken, hebben wij het over Pesach. De Tora noemt het echter ?het feest van de Matsot?. Kennelijk bestaat er een verschil in benadering vanuit de optiek van ?Boven? en die van de mensen.

Aan de andere kant duidt het woord Pesach op de wonderlijke redding, waarbij G?d de eerstgeborenen van Egypte trof, maar de huizen van de Israëlieten spaarde door ?er overheen te lopen? (Exodus 12: 13). Het woord Pesach betekent ?ergens overheen stappen?. G?d en het Joodse volk prijzen elkaar over en weer. De Tora beschrijft het Pesachfeest als het feest van de matsot, hetgeen de loyaliteit van de mens benadrukt. Wij op aarde benoemen het feest als Pesach (passeren, overheen stappen) om het G?ddelijke wonder te herinneren. Op deze manier leren we ons op een positieve manier uit te drukken, waarbij we altijd de verdienste van de ander benadrukken.Solidariteit en dankbaarheidDe Tora benoemt onze slavernij in Egypte als een ervaring van een ?ijzeren reinigingsoven? (Dewariem 4: 20). Hoewel we niet volledig begrijpen hoe wij in Egypte tot spirituele rijping zijn gekomen, is het duidelijk dat deze ervaring ons helpt om ons te identificeren met het lijdende deel van de mensheid. Op verscheidene plaatsen in de Tora wordt van ons geëist gevoelig te zijn voor de behoeften van de vreemdeling: ?En u zult de vreemdeling in uw midden liefhebben als u zelf, want u bent zelf vreemdeling in het land Egypte geweest? (Wajikra 19: 34). Wanneer wij ?het brood der ellende? eten, voelen wij ons solidair met de mensen, die de zegen van de vrijheid nog niet hebben ervaren. Zolang nog maar één persoon gebukt gaat onder het juk van slavernij, is niemand echt vrij.De pasoek (vers) uit Wajikra impliceert dat wij de Egyptenaren dankbaar moeten zijn. Maar waarvoor moeten wij hen dankbaar zijn? Ze hebben ons tot slaven gemaakt en onze kinderen in de Nijl gegooid! Dit is zeker waar. Toch kunnen we niet ontkennen, dat wij in hun land gewoond hebben en genoten hebben van alle voordelen van het Egyptische rijk. Terwijl ze ons zwaar verdrukt hebben, mogen we niet vergeten dat wij ook bescherming hebben genoten in hun land. De eigenschap van dankbaarheid wordt zógewaardeerd door de Tora, dat zelfs verdrukking en antisemitisme deze verplichting niet kunnen matigen. Dankbaarheid is een onderdeel van onze spiritualiteit. Omdat wij overal het goede in zien, vormen wij geen exclusief geheel. Jodendom is in principe voor iedereen. Hoop zonder bekeringsdrang Wanneer wij dawwenen (bidden) voor de uiteindelijke verlossing zeggen wij ?laat iedereen die hongerig is, komen en mee-eten?. We sluiten niemand uit. Wanneer wij geen onderscheid maken tussen de mensen, mogen we van God ook verwachten dat Hij geen onderscheid zal maken tussen de goeden en de kwaden. Daarop is onze hoop gebaseerd, dat wij uiteindelijk bevrijd zullen worden, hoewel wij het wellicht niet verdienen. Pesach was het begin van de uiteindelijke Messiaanse verlossing.Toch zijn wij er niet op uit om anderen te bekeren. We kennen geen zendelingen, die anderen moeten overtuigen van het ware geloof. In feite gebeurt het omgekeerde. Wanneer iemand Joods wil worden, wordt hij ontmoedigd. Alleen wanneer men de vele eisen van het Jodendom aankan, is het tijd om het Jodendom te omhelzen. Pas dan wordt bekering toegestaan. Onze P.R. is dus niet gebaseerd op promotie van de goede zaak. Onze aantrekkingskracht moet komen van onze spirituele uitstraling. Hoewel we geen nieuwe volgelingen rekruteren, staan onze deuren altijd open. Iedereen is welkom. We maken geen onderscheid, maar de behoefte om er bij te horen, moet van binnen uit komen.Hoe ontstaat eenheid om de verlossing te bespoedigen?De pre-Messiaanse eenheid ontstaat wanneer wij ons druk maken om andermans lichamelijke welzijn. Op Seideravond, wanneer we de uittocht herbeleven, stellen we: ?Laat iedereen, die hongerig is, komen?. We maken ons veel te vaak zorgen over onze eígen

Advertentie (4)