Parsja 6 A & B: Toledot


Eind goed al goedOver de episode van de bronnen (Bereesjiet 26:15-22) vertelt de 13e eeuwse commentator Nachmanides het volgende:?De Tora geeft een lang overzicht van het meningsverschil over de bronnen hoewel wij hier weinig uit kunnen leren en het ook niet tot eer van onze aartsvader Jitschak strekt. Hij en zijn vader deden schijnbaar hetzelfde. Niettemin ligt hier een diepe gedachte verborgen omdat de Tora ons met toekomstige gebeurtenissen bekend wil maken?.?Een bron van levend water? (26:19) symboliseert de Tempel die de kinderen van Jitschak zouden bouwen. Jitschak noemde de bron ESEK (strijd), hetgeen duidt op de eerste Tempel waarover de volkeren om ons heen met ons gevochten hebben, totdat het uiteindelijk verwoest werd?.?De tweede bron noemde hij SITNA (vijandigheid) die nog duidelijker aangeeft met welke haat het joodse volk werd omringd. Dit slaat op de tweede Tempel die door Ezra inderdaad met dezelfde naam werd genoemd: ?In het begin van zijn regering schreef hij hatelijk (sitna) tegen de inwoners van Jehoeda en Jeruzalem?(Ezra 4:6). Gedurende het gehele bestaan van de tweede Tempel waren er veel vijandige aanvallen tegen het joodse volk, hetgeen uiteindelijk in een bittere ballingschap resulteerde?.?De derde bron heette RECHOWOT (brede ruimte). Dit slaat op de toekomstige, derde Tempel, moge hij spoedig in onze dagen herbouwd worden want pas dan zullen wij zonder strijd en jaloezie kunnen samenwonen met alle andere volkeren?.Hulp van buitenIn de latere Verklaarders ?i.c. Sja?aré Aharon? wordt dit thema dat door Nachmanides werd aangestipt, uitgewerkt. Volgens de Midrasj is de oorzaak dat de beide eerste Tempels zijn verwoest het feit dat zij met behulp van andere volkeren gebouwd werden. Bij de bouw van de Tempel van Salomo werden zij geholpen door Chiram, koning van Tyrus, en de Tempel van Ezra werd gebouwd met behulp van Cyrus, de koning van Perzië.De hulp van buiten wordt ook al eerder in de geschiedenis aangeduid. Bij het graven van de bronnen werd Jitschak geholpen door zijn dienaren (vers 19 en vers 21), terwijl over de derde bron verteld wordt dat ?hij (Jitschak) de bron groef? (Pasoek 22). De derde bron groef Jitschak alleen en dit slaat op de derde Tempel, die zonder vreemde inmenging gebouwd zal worden en daarom voor eeuwig zal blijven bestaan.Jitschak volgt in de voetsporen van zijn vaderBij het verhaal van de bronnen zijn twee aspecten belangrijk. Allereerst werden de bronnen die Awraham gegraven had, dichtgestopt door de Filistijnen. Bovendien vermeldt de Tora bij het opnieuw opgraven van de bronnen van Awraham, dat Jitschak hen dezelfde namen gaf als Awraham hen gegeven had (Pasoek 18).Rabbi Ja?akov Zwi Meckelenburg, een commentator uit de 19e eeuw, beschouwt dit laatste gegeven als de sleutel tot het gehele verhaal over de bronnen. Hij stelt dat de namen van de bronnen zeker een diepere betekenis hebben. Ware dat niet zo, dan had de Tora nooit over de namen van de bronnen verteld. Hij stelt ons daarom als verklaring het volgende voor.Verspreiding van de ToraHet is bekend dat onze aartsvader Awraham zijn hele leven gewijd heeft aan het verspreiden van het woord van G?d, ondanks zijn afgodische omgeving. In zijn strijd voor het monotheïsme, gaf hij alle plaatsen een G?ddelijke naam: Hasjeem Jire (G?d zal zien), of Beet Keel (huis van G?d), zodat herinneringen aan G?d en Zijn goedertierenheid deel van de taal van de mensen zou worden, waartussen hij woonde. Dit verklaart de vijandigheid van de Filistijnen zodra Awraham overleden was, de man voor wie zij overigens groot respect koesterden. Direct na zijn dood verwijderden de Filistijnen alle sporen van de ?nieuwe? religie die hun afgodische praktijken uitdaagde. Daarom verstopten zij ook de bronnen, die Awraham gegraven had, zodat zij daarmee ook de religie, theologie en het monotheïsme van Awraham uit hun vocabulaire konden schrappen. Maar Jitschak, als een trouwe zoon van zijn vader, zag het als zijn leve

Advertentie (4)