Eindelijk!

‘Eindelijk, eindelijk, eindelijk! Eva had de hele dag gedacht, dat het nooit avond zou worden. Maar het was tòch avond geworden. Gelukkig maar!’Het verhaaltje dat wij hier publiceren komt uit het boek ‘Twee joodse vragertjes’ van Clara Asscher-Pinkhof.

?Vader,? zei Eva, -?t was op één na de laatste dag van Channoeko, en Jaap was al weer beter,- ?ik heb een geheim, dat niemand weet.??En wou je dat geheim aan mij vertellen???Ja? eerst wou ik het niet vertellen,? maar???Nou???Maar dan had ik het geheim alleen, en niet met iemand anders, en dan wàs het geen geheim.??Vertel dan maar,? zei Vader.?Ik heb op school een lapje gehaakt, en daar kan je de pannen mee aanpakken als ze te heet zijn. En dat geef ik vanavond aan Moeder!??Wat zal Moeder blij zijn!??Ja? lachte Eva. ?En ik heb het ingepakt. En Moeder weet er niets van.??Ik zal er niets van vertellen, hoor! Moeder denkt helemaal niet, dat ze wat van je krijgt.??Een verrassing, -fijn!?Eindelijk, eindelijk, eindelijk! Eva had de hele dag gedacht, dat het nooit avond zou worden. Maar het was tòch avond geworden. Gelukkig maar!Jaap zat op Moeders schoot. En Eva op haar eigen kleine stoeltje. Want Vader zou vertellen: de geschiedenis van Chanoeko.??t Is al heel lang geleden. En het is een heel droevige geschiedenis. Maar gelukkig is het goed afgeloopen. Luister maar.??De Joden woonden toen wel in ons eigen land, maar ze hadden niet hun eigen koning. Er waren andere menschen gekomen, -die heetten Grieken- en die waren de baas in het joodse land. Als die Grieken nu maar goede menschen geweest waren. Maar zie je: ze waren erg knap en konden mooie dingen maken, -mooie huizen en mooie beelden. En daardoor dachten ze, dat ze àlles konden. Dat ze eigenlijk zelf wel beelden konden maken, die hun god waren.??Afgodsbeelden, – weet ik wel,? zei Eva.?En dan bogen ze voor die beelden, zoals wij wel eens voor God buigen. En ze gaven van wat ze hadden, – van hun dieren, die ze anders zelf gebruikt hadden, – aan die beelden, zoals de joden vroeger aan God gaven.??Offers,? zei Eva. Als Eva wat wist, kon ze ?t maar niet voor zich houden.Vader lachte even.?Ja, offers. En omdat ze zoo knap waren, dachten ze???Hoe kun je nou knap zijn, als je denkt, dat een beeld God is! Zoo?n beeld heb je toch zelf gemaakt!??Ja, dat is ook dom. Maar ze hadden veel knappe dingen geleerd en knappe boeken geschreven, en daarom dachten ze, dat ze veel knapper waren dan de Joden, en dat de joden maar alles moesten doen, wat zij wilden. En weet je, wat de joden voor ze moesten doen? Ze moesten net doen, of ze óók Grieken waren: ze moesten in den tempel, den Joodschen tempel, offers brengen. Maar offers, die Joden nooit mogen brengen, omdat het dieren waren, die Joden nooit mogen eten. En die moesten ze brengen voor die beelden, die goden. Want die hadden die vreemde menschen in den tempel van God gezet?Ja, – toen waren er wel heel veel joden, die bang werden. Die durfden niet te zeggen: ?Ik wil niet doen, wat God verboden heeft.? En die deden maar mee, en gingen ook denken, dat die beelden God waren. Dat was heel erg? Maar één man was er, een oude man, Mattisjohoe, en die dacht: ?Moeten wij zóó maar doen, wat die vreemde menschen zeggen?Moeten we niet veel eerder doen, wat God ons gezegd heeft?? En hij dacht het niet alleen, – hij zei het ook. Hij durfde het hardop te zeggen, tegen alle Joden, die naar hem wilden luisteren. En toen schaamden die Joden zich, omdat ze niet eerder gedurfd hadden. Ze wilden wel àlles doen, wat Mattisjohoe zei. En ze gingen in den tempel, en maakten hem weer heelemaal in orde. Alle beelden moesten eruit, en al die leelijke offers, die er niet in hoorden. En toen al hun werk klaar was, zeiden ze: ?Nu nog het olie-licht aansteken, dat altijd in den tempel gebrand heeft? Maar? waar was de olie gebleven? Alle kruikjes met fijne olie waren stukgemaakt of vuil geworden. En nieuwe olie hadden ze

Advertentie (4)