Inleiding Kabbala en Chassidisme

Dit is een inleidende uitleg behorende bij de serie "De Sefierot", een introductie van Kabbalistische concepten en doctrines.

DE G`DDELIJKE MANIFESTATIE De Heilige, Gezegend Hij, heeft een onnoemelijk aantal namen. AI deze namen duiden slechts verschillende aspekten aan van de G`ddelijke manifestatie in de wereld, in het bijzonder zoals deze aan mensen kenbaar worden gemaakt. Boven en buiten deze verscheidenheid van aanduidingen is het G`ddelijke wezen zelf, dat geen naam heeft en geen naam kan hebben. Wij noemen dit wezen, of G`d-in-Zichzelf, bij een naam die op zichzelf een paradox is: ‘de Oneindige, (in het hebreeuws; een sof) Gezegend Hij’. Deze aanduiding is bedoeld om te gebruiken voor het G`ddelijke wezen in zichzelf, dat bij geen enkele andere naam genoemd kan worden omdat de enige naam die voor het ware wezen van God gebruikt kan worden werkelijk alles, zowel het verwijderde en het nabije, moet omvatten. Wij weten dat op het gebied van het abstrakte denken zoals in de wiskunde en de filosofie, oneindigheid datgene is wat niet te meten is en buiten bereik ligt, terwijl de term tegelijkertijd beperkt wordt door zijn eigenlijke definitie, dat het een kwaliteit van iets eindigs is. Er zijn bijvoorbeeld veel dingen in de wereld, zoals getallen, die oneindigheid als een van hun eigenschappen hebben en toch hetzij in hun funktic of doel of in hun eigenlijke aard beperkt zijn. Maar als wij spreken van de Oneindige, Gezegend Hij, bedoelen we de uiterste volmaaktheid en abstraktie, datgene wat alles omvat en boven alle mogelijke grenzen uitstijgt. Het enige dat we dan over de Eeuwige mogen zeggen, zou het ontkennen van alle eigenschappen betreffen. Want de Eeuwige is boven alles dat in wat voor termen dan ook gevat kan worden – positieve of negatieve. Het is niet alleen onmogelijk om van de Eeuwige te zeggen dat Hij op een of andere manier begrensd is of dat Hij slecht is; men kan zelfs niet het tegenovergestelde zeggen, dat Hij uitgestrekt is of dat Hij goed is. Net zoals Hij geen materie is, is Hij geen geest, noch kan er van Hem gezegd worden dat Hij in enige dimensie bestaat die ons iets zegt. Het dilemma dat door deze betekenis van oneindigheid ontstaat is meer dan een gevolg van het onvermogen van de menselijke geest. Het vertegenwoordigt een eenvoudigweg onoverbrugbare kloof, een kloof die niet door iets wat te omschrijven is overgestoken kan worden. Het lijkt daardoor of er zich een afgrond uitstrekt tussen G`d en de wereld – niet alleen de stoffelijke wereld van tijd, ruimte en zwaartekracht, maar ook de geestelijke werelden, waarbij het er niet toe doet hoe verheven die zijn, omdat zij beperkt zijn binnen de grenzen van hun eigen definitie. De Schepping wordt zelf een goddelijke paradox. Om deze afgrond te overbruggen, blijft de Eeuwige doorgaan met het scheppen van de wereld. Zijn scheppen is niet het vormen van iets uit niets, maar het is de daad van de openbaring. De Schepping is een uitstraling van het G`ddelijke licht; zijn geheim is niet het tot stand brengen van iets nieuws maar de omvorming van de G`ddelijke werkelijkheid in iets dat afgebakend en beperkt is – in een wereld. Deze omvorming brengt een proces of een mysterie van samentrekking met zich mee. G`d verbergt Zich en zet daarbij zijn wezenlijke oneindigheid opzij en onthoudt zijn eindeloze licht voor zover dat nodig is opdat de wereld kan bestaan. Binnen het werkelijke G`ddelijke licht kan niets zijn eigen bestaan handhaven; de wereld wordt alleen mogelijk door de bijzondere daad van het goddelijke terugtrekken of samentrekken. Een dergelijk G`ddelijk niet-zijn of een dergelijk verborgen-zijn is dus de elementaire voorwaarde voor het bestaan van datgene wat eindig is. Toch wordt de wereld, zelfs al verschijnt zij als een eenheid in zichzelf, gevormd en gesteund door de G`ddelijke macht die in dit oerwezen wordt gemanifesteerd. De manifestatie neemt de vorm aan van tien Sefierol, de fundamentele krachten of de goddelijke

Advertentie (4)