De Tora benoemt vier voorschriften als onbegrijpelijk. Een ervan is het voorschrift rond ‘de rode koe’. De rode koe bevat een interne tegenstrijdigheid. Het maakt onreinen rein maar reinen ook onrein. Eén van de grootste mysteriën is de vereniging van goed en kwaad in deze wereld. Waarom moeten rechtvaardige mensen zoveel lijden? Waarom gaat het de onrechtvaardige soms zo goed af?
CHOEKAT (WET): Met de as van de rode koe is het mogelijk rein te worden na contact met een dode. Mirjam sterft. Er is geen water. G’d gebiedt Mosjé tegen de rots te spreken. Mosjé slaat met zijn staf op de rots. Er komt veel water uit. Mosjé en Aharon mogen het Land niet binnen. De koning van Edom wil het volk niet doorlaten en dreigt met geweld. Men kiest een omweg. Aharon sterft op de berg Hor. Zijn ambt wordt overgenomen door zijn zoon Elazar. Wederom verzet het volk zich tegen Mosjé, waarna giftige slangen veel slachtoffers maken. Ook hieraan weet Mosjé een einde te maken. De Bné Jisraeel trekken verder de woestijn door. Aangekomen bij het gebied van Sichon, koning der Emorieten, weigert deze doortocht. Na een oorlog neemt Israël het land van Sichon in bezit. Ook Og, koning van Basjan voert oorlog met de joden. Og verliest zijn land aan het volk.
BALAK (persoonsnaam): Balak verzoekt Bileam om het Joodse volk te vervloeken. Bileam raadpleegt G’d die toestemt op voorwaarde dat hij alleen zegt wat G’d hem ingeeft. Bileam berijdt zijn ezelin, die een Engel ziet die de weg verspert. Bileam slaat zijn ezelin drie keer, waarna de ezelin hem in mensentaal hierop aanspreekt. Daarop opent HaSjeem Bileams ogen en ziet ook hij de Engel staan. Koning Balak treft voorbereidingen om offers te brengen maar tot drie keer toe kan Bileam alleen maar een zegen geven. Nog voordat hij vertrekt profeteert hij over de slechte toekomst van Moab. Het Joodse volk begint ontucht te bedrijven met Moabietische meisjes en werpt zich neer voor hun afgoden. Alle schuldigen moeten worden opgehangen. Op een gegeven moment brengt Zimri, stamvorst van Sjimon, in het openbaar een Midjanietische vrouw naar zijn tent. Pienechas, een kleinzoon van Aharon doorsteekt beiden, waarna de plaag ophoudt, die 24.000 mensen het leven heeft gekost.
Het Jodendom kent drie soorten voorschriften:
1. getuigenissen: als wij Sjabbat houden getuigen wij van een Schepping in zes dagen.
2. civiele wetten, die de maatschappij in stand houden.
3. onbegrijpelijke wetten, waarvan de betekenis onduidelijk is en die tegenstrijdigheden lijken te bevatten.
De Tora benoemt vier voorschriften als onbegrijpelijk:
a. het zwagerhuwelijk, omdat hier in feite een verboden relatie een gebod wordt.
b. sja’atneez, het verbod om wol en linnen gemengd in één kledingstuk te dragen.
c. de bok op Jom Kippoer voor Azazel; deze reinigde het Joodse volk maar maakte de begeleider van het dier onrein (Lev. 16:29).
d. de rode koe; Mosjé begreep de reden ervan wel, maar koning Salomo kon de achtergrond ervan maar niet vatten.
►De rode koe is al vele eeuwen een raadsel, zelfs voor de grootste filosofen. Koning Salomo, die drie boeken van Tenach – Prediker, Spreuken en Hooglied geredigeerd heeft en elk voorschrift met 3000 parabels kon uitleggen – riep over de rode koe uit: ”Dit gaat mijn begrip te boven”. De Tora zelf verklaart expliciet, dat dit voorschrift van het besprenkelen van onreine mensen met de as van de rode koe om hen te reinigen, een onbegrijpelijke wet is: “Omdat de Satan en de volkeren van de wereld Israël plagen door te zeggen: ‘Wat betekent dit gebod, welke grond staat daarbij, welke reden bestaat daarvoor?’. Daarom schrij












