NIK: Pinchas (Bemidbar/Numeri 25:10 – 30:1)

PINCHAS (persoonsnaam): Pinchas krijgt van HaSjeem Zijn vredesverbond aangeboden, omdat hij het recht van HaSjeem heeft opgeëist door op te treden tegen ontucht. Tevens beveelt G’d vijandelijkheden tegen de Midjanieten te openen, omdat ze de Joden in de (afgoden)valstrik lieten lopen.

Mosjé en Elazar moeten van het volk de 20-jarigen (dienstplichtigen) en daarboven tellen. Er volgt een lange lijst met namen van families. Het getal van de volwassen mannen is meer dan zeshonderdduizend. Er is niemand bij die Mosjé en Aharon hadden geteld in de woestijn Sinaï, behalve Kalev en Jehosjoea.

Mosjé moet het land in erfelijk bezit verdelen naar de omvang van iedere stam. De Levieten behoren niet bij de getelden en kregen geen erfelijk bezit. De vijf dochters van Tselofchad claimen land, omdat hun overleden vader geen zoon had. G’d wijst hen het land toe en onderwijst de wetten van het erfrecht.

G’d gebiedt Mosjé de berg Awariem te bestijgen en uit te kijken over het Land dat HaSjeem de Bné Jisraeel wil geven, waarna Mosjé moet sterven. Mosjé vraagt G’d iemand aan te wijzen die het volk kan leiden. Jehosjoe’a wordt aangewezen. In het openbaar draagt Mosjé op hem zijn leiderschap over. Daarna volgen een aantal voorschriften omtrent de offerdienst.

Klik op het logo om NIK-rabbijn Raphael Evers’ verklaringen op de parasja te lezen.

Advertentie (4)