Teruggavebeleid oorlogskunst

Gisteren zei staatssecretaris van cultuur Dr. F. van der Ploeg in de Tweede Kamer dat musea duidelijk moeten vermelden welke kunstwerken als gevolg van de Tweede Wereldoorlog terecht kwamen in het Nederlands openbaar kunstbezit. Volgens hem moeten bezoekers van musea de geschiedenis van deze kunstwerken kennen.

Tijdens het overleg gisteren was iedereen vol lof over het het nieuwe teruggavebeleid. Alle fracties menen dat de Nederlandse overheid haar ‘kille, bureaucratisch en afstandelijke houding’ tegenover de rechthebbenden direct na de oorlog, goed moet maken.De Tweede Kamer besprak de aanbevelingen van de commissie-Ekkart die voor een soepeler teruggavebeleid pleit. Onder leiding van kunsthistoricus dr. Rudi Ekkart doet deze commissie sinds 1998 onderzoek naar de herkomst van de zogenaamde NK-collectie van de staat, zo?n 4000 geroofde kunstobjecten die na de Tweede Wereldoorlog uit Duitsland zijn teruggehaald. Ekkart bepleitte in juni een soepel teruggavebeleid, maar Van der Ploeg nam de aanbevelingen niet zonder meer over. Pas vorige week vrijdag besloot de regering de criteria voor teruggave van cultuurgoederen op te rekken.Alle aanbevelingen werden op één na overgenomen. Joden die in de oorlog onder dwang kunst verkochten aan de Duitsers konden die na de oorlog terugkopen van de Nederlandse staat. De commissie wilde iedereen die toendertijd van zo’n terugkoop afzag daar nu opnieuw de gelegenheid toe bieden. Maar de regering wil het naoorlogs rechtsherstel niet overdoen. Alleen als destijds ?apert onzorgvuldig’ met een claim is omgesprongen zal dat meegewogen worden.Een door het ministerie van OCW ingestelde onafhankelijke restitutie-commissie zal de overheid adviseren over verzoeken tot teruggave van kunst. Deze zeven man sterke commissie van kunsthistorici en juristen, onder voorzitterschap van jurist J. Polak, zal per 1 januari 2002 aan de slag gaan.De regering heeft tot nu toe vijf verzoeken tot teruggave van kunst uit rijksbezit aangehouden ter behandeling van de restitutiecommissie. Van der Ploeg verwacht dat daar de komende vijf jaar nog 30 tot 50 claims bijkomen. Voor het aantal mogelijke particuliere verzoeken zijn nog geen cijfers. Maar volgens de staatssecretaris is het reëel te verwachten dat de commissie zo?n drie tot vijf jaar nodig heeft voor alle claims.

Advertentie (4)