In een serie portretten laten joodse Nederlanders hun licht schijnen op joodse onderwerpen. Deze keer: Louis de Wijze uit Berg en Dal. "De wortels die mij verbinden met het jodendom zijn in de loop der tijd alleen maar sterker geworden. Ik ben er trots op dat er bijzonder veel creatieve joden in de wereld zijn en dat we de chosen zijn".
Louis de Wijze heeft bij vleeswarenfabriek Homburg in de Raad van Bestuur gezeten, deed er de inkoop en verkoop voor vlees, vee en fokkerij. Hij zat in de Bond van Dierlijke Vetten als bestuurslid, was voorzitter van de EEG-vertegenwoordiging van handelaren in vlees en van de Europese afdeling van IMS (International Meet Secretariat). Tegenwoordig is hij ere vice-voorzitter van de wereldvleesorganisatie van het IMS. De Wijze heeft een kleine vleesveeboerderij, is voorzitter van de Stichting Synagoge Nijmegen en voorzitter van Groepskalfsvlees van het Produktschap Vlees en Eieren.OpvoedingBoxmeer had voor de oorlog een grote joodse gemeente met een eigen sjoel. Ik ben tot mijn tiende aan de Veerstraat, voorheen Kreupelstraat, opgegroeid. Mijn ouders waren liberaal joods, maar mijn opa Samuel was een orthodoxe man die iedereen bij elkaar riep voor joodse activiteiten. Daar vierde ik regelmatig sjabbes. Bij ons thuis kwam geen treife op tafel, met Pesach werden matzes gegeten evenals tomer, kosjere margarine en jomtev tikke balletjes (een soort zuurtjes). Deze werden speciaal besteld in Amsterdam. Ik ging niet vaak naar sjoel, maar als mijn vader of ik niet kwamen, werden we door mijn opa wel achter de broek aangezeten. De sjoel is destijds door de NSB-burgemeester afgebroken. Tien jaar geleden hebben we een monument opgericht vlakbij de plek waar de sjoel heeft gestaan.Op vierjarige leeftijd had ik op de katholieke bewaarschool te maken met Soeur Jana. Deze juf zag eruit als een ondervoede pinguin. Ze was een kleine heks. We moesten bidden en de handen voor de ogen houden, maar ik keek er altijd doorheen om te zien wat er gebeurde. Je mocht op die school geen korte mouwen en kniekousen dragen. Als ik gezondheidsproblemen heb kom ik nog steeds in Boxmeer; in het regionale ziekenhuis.We moesten op een gegeven moment naar Nijmegen verhuizen omdat mijn zus naar de HBS ging. In Boxmeer was alleen een ULO voor jongens. Ik kwam op mijn tiende terecht op de Nutsschool en later ging ik naar de HBS. We woonden in de Pontanusstraat. Een jaartje later ben ik gaan voetballen bij Quick, één van de oudste amateurclubs van Nederland. Ik was tussen 1992 en 2000 algemeen voorzitter van Quick ?88. Nu ben ik erelid. De club heeft tegenwoordig dertienhonderd leden.In Nijmegen werd het liberaal joodse leven door ons gezin voortgezet. Met Jom Kipoer vastte mijn vader de hele dag, mijn moeder en ik een halve dag. ?s Morgens ging ik naar sjoel aan de Gerard Noodtstraat. Speciaal voor mijn bar mitswah heeft mijn vader een vet kalf laten slachten. Dat werd later als feestelijke maaltijd opgediend.Eerste generatieDe wortels die mij verbinden met het jodendom zijn in de loop der tijd alleen maar sterker geworden. Ik ben er trots op dat er bijzonder veel creatieve joden in de wereld zijn en dat we de chosen zijn. Ik vind dat we het goede voorbeeld aan anderen moeten geven. Ik vind het belangrijk om je tolerantie als het ware te exploiteren. Je moet iedereen als je gelijke beschouwen ongeacht geloof, ras en kleur.Een kenmerk van mij als eerste generatie is dat ik me niet druk maak om futiliteiten. En ik hamer maar op tolerantie. Al ben je het niet met elkaar eens ‘we agree that we disagree’. In de oorlog heb ik veel meegemaakt. Ik zat van 3 oktober 1942 tot 23 maart 1944 in Westerbork. Daar speelde ik drie keer mee, in de theaterzaal van het kamp, in een revue die bedoeld was om rust te creëren in het kamp; zodat men even alle sores zou vergeten. De liedjes uit die tijd heb ik op cd gezet. Ze komen voornamelijk uit het programma van de groep Humor und Melodie en Da Capo. De te
Een joods gesprek met…Louis de Wijze
Advertentie (4)












