‘Israël heeft een Mandela nodig, een echte Messias’

Naar aanleiding van de crisis in het Midden-Oosten had de Volkskrant een gesprek met mediaondernemer en mede-oprichter van Een Ander Joods Geluid Harry de Winter. In conservatief-Joodse kringen wordt hij de vijand van Israël genoemd. Dat is hij niet, vindt de Winter zelf. Maar pessimistisch over een oplossing in het conflict is hij wel.

‘Veel Joden in Nederland zijn bang, neurotisch. Ik ben een verrader, ja, zo ben ik wel genoemd, of uitgescholden moet je eigenlijk zeggen. Je wordt boos aangekeken, vijandig, de vuisten gaan omhoog, want je bent voor of tegen. Een andere weg is er niet.’

Harry de Winter is ten einde raad. Het liefst gooit hij het bijltje erbij neer, nooit meer Israël. Maar hij heeft de verzuchting nog niet geslaakt, of hij hoort zichzelf ‘we’ zeggen als hij Israël bedoelt. ‘Het laat je niet los. Ik identificeer me meer met Israël dan ik denk. Ik heb er gewoond, ik spreek de taal, het is het land van je familie, je vrienden. Niks doen, voelt pas echt als verraad.’

Bent u een vijand van Israël?
‘Dat zegt men in conservatief joodse kring. Ze vinden mijn kritiek verwerpelijk, omdat ze zijn bang zijn dat die het antisemitisme aanwakkert. Als de joden zelf al tegen Israël zijn, dan kan toch iedereen rustig zeggen dat het land niet deugt? Frits Barend is een mooi voorbeeld van zo iemand. Iedereen maakt zich grote zorgen, maar je hangt de vuile was niet buiten, vindt hij.
Waarom denk je dat ik de afgelopen jaren als zo’n beetje de enige bekende Nederlander niet bij Barend en Van Dorp ben geweest? Die mensen schakelen hun verstand uit zodra het over Israël gaat, ze laten het trauma van de tweede generatie de boventoon voeren, elk gevoel voor de rationaliteit lijkt verdwenen.
Zo zijn ze geneigd de slachtoffers van Qana te zien als een bedrijfsongeval. Maar we hebben toch gezien dat op het onkruid van de onderdrukking Hamas en Hezbollah de kans kregen te groeien? Natuurlijk beseffen ze dat ik ook joods ben, dus nooit echt een verrader kan zijn. Ik ben één van hen, als dat niet zo was geweest, hadden de rijen zich gesloten en was ik weggezet als antisemiet.’

Schrijver Leon de Winter noemde u in Elsevier een collaborateur.
‘Ja, dat gaat ver, echt te ver. Ik heb hem ge-sms’t of hij bevangen was door de hitte of dat hij last had van zijn opvoeding. Leon is woordvoerder geworden van conservatief joods Nederland. Leon – hij noemt me zijn neef, maar we zijn geen familie – en ik kunnen over alles met elkaar praten. Zodra Israël aan bod komt, trekt er een waas voor zijn ogen. Anders dan mijn ouders zijn die van hem beschadigd en verknipt uit de oorlog gekomen, heeft hij me verteld. Hij is neurotisch opgevoed en je ziet dat hij panisch reageert, net als andere mensen van de tweede generatie. Leon en anderen willen het conflict alleen zien in het licht van de wereldgeschiedenis. Over 50 jaar heb je het niet meer over de doden van Qana, maar over de honderdjarige oorlog in het Midden-Oosten. Hoofdpersoon is Israël, lees Amerika, zeggen zij, in de strijd tegen Iran en Syrië.’

Mediaondernemer Harry de Winter komt uit het Brabantse Oss. Religieus waren zijn ouders niet, maar ze speelden wel een actieve rol in de joodse gemeenschap van Oss. Israël was hun voorland. Moeder De Winter was bang opnieuw in een oorlog te belanden, anders waren ze allang naar Israël afgereisd. Want Israël was hun land van de belofte, van melk en honing. Vroeg of laat zouden ze er allemaal naartoe gaan. daar was hun plek.

Harry vertrok naar Israël toen hij 17 was, vlak na zijn eindexamen middelbare school. Hij bezocht familie en werkte ee