Professor Tels’ handleiding voor debatten over Israël na New York en Washington

De aanvallen op New York en Washington D.C. van twee dagen geleden zouden, dacht ik, de aandacht van de media en het publiek wel een paar dagen van Israël afleiden. Maar dat gebeurde allerminst.

Journalisten denken dat ze iedereen alles kunnen laten geloven en de NOS had vanochtend op de radio al een politieke wetenschapper die precies dat vertelde en ook nog dat de heer Bin Laden toch zo?n fijne baard heeft. Dus we zullen over uiterlijk een paar dagen wel weer helemaal bij de oude debatten terug zijn.Die debatten in Nederland met de vijanden van Israël en van ons duren nu al zo?n jaar of 35, eigenlijk vanaf de zesdaagse oorlog. Het is een beetje curieus dat we er nog altijd niet erg goed op zijn voorbereid. Maar het is ook niet zo heel gemakkelijk. De vijandige journalisten vertellen vaak dingen die zo raar zijn dat je er eens even goed over zou moeten nadenken om uit de grijze celletjes te peuteren wat je dáár nu weer op moet zeggen. In een debat is daar geen tijd voor. Ook brengen onze tegenstanders vaak verbluffende feiten naar voren die ze eenvoudigweg jokken. Helaas kun je in een debat niet domweg "nietes" zeggen.Ja, een gekke journalist kan meer vragen dan U en ik kunnen beantwoorden. Dat kan die gek zelfs heel makkelijk zoals U bijna dagelijks op de TV kunt zien. Dat is, denk ik, de reden waarom ik regelmatig Nederlandse joden spreek, vooral van buiten Amsterdam, en ook niet-joden die me vertellen, dat ze het zo erg vinden wat er hier in het land in kranten, tijdschriften en op radio en TV allemaal voor boosaardigs over Israël wordt geschreven en verteld en wat ze horen dat er in diverse gezelschappen wordt gezegd.Veel mensen worden daar serieus ongelukkig van. "En", vertellen ze me, "het ergste is dat ik zo gauw niet eens weet wat ik terug moet zeggen." Nu wil het toeval dat ik nogal wat ervaring heb in dat "iets terug zeggen" want tegen spreken is een hobby van me. Ik geef die mensen dan dus een paar suggesties over wat ze zouden kunnen antwoorden. Maar ja, de lieden, die ik ontmoet, hebben maar zelden een potloodje en een papiertje bij zich en het nut is daarom maar beperkt. Daarom zal ik hier een paar van die suggesties opschrijven. Misschien kunt U daar in Uw eigen kennissen- of vijandenkring iets zinvols mee beginnen.In de eerste plaats dit; wat Nederlandse journalisten, met alleen maar massief bot boven hun kinnen, ook in de Nederlandse media mogen tieren, het kan voor Israël bijna geen kwaad. Nederland heeft op het gebied van de internationale politiek absoluut geen macht en absoluut geen invloed, alleen maar dat vermanende vingertje. Wel, laat me U verzekeren dat er op de hele, wijde wereld geen kip is die ooit naar dat vingertje kijkt. Wanneer ik aan één van mijn vrij vele Amerikaanse kennissen vertel, dat ik uit Nederland kom, zegt hij verheugd: "Ja zeker, dat ken ik wel! Dat is toch de hoofdstad van Scandinavië?"Nederlanders kunnen in Eindhoven bovenste beste televisietoestellen bouwen. Maar iets met die TV toestellen beginnen kunnen Nederlanders volstrekt niet. Nu, laten we ons dan toch niet door de Nederlandse media ongelukkig laten maken! De allerboosaardigste Nederlandse journalist is toch niets meer dan een ezeltje dat balkt wanneer je het een gulden, pardon Euro, voor zijn neus houdt. Maar, voor geval U, Uw buurman of een zaal vol behoorlijke Nederlandse studenten voorlichting wilt geven of wilt gaan tegenspreken geef ik U een paar punten voor de welsprekende verdediging van Israël.Eén van de dingen die journalisten vaak beweren is dat de tweede Intifada die vorig najaar uitbrak helemaal door generaal Sharon is bedacht en begon doordat hij een bezoek aan het Tempelplein van de Al Aqsa moskee in Jeruzalem bracht. En, hij heeft het nog allemaal expres gedaan ook omdat hij zo Barak bij de laatste verkiezingen kon verslaan en zelf minister-president kon worden. Die theorie is gewoon te gek om lo