Verontwaardiging

Uit het dagboek van een vredestichtertje. Afl. 84: Eldad Kisch is terug van vakantie en werkte zich met stijgende verbazing door een grote stapel digitale post.

JTerug van een welverdiende vakantie, die ik mede gebruikte om propaganda te maken en te schnorren voor mijn clubje Artsen voor Mensenrechten (ofwel PHR). Wie Vrij Nederland van 19/8 nog niet kocht, moet dat nu gauw doen, want daar staat alles nog eens duidelijk uitgelegd, verlucht met prachtige foto’s.

Mijn computer bevatte een mail-box vol met tendentieuze berichten. Even uitleggen: sommige vrienden, die meestal het hart op de juiste plaats hebben, maakten tijdelijk het ziektebeeld van een rechtsdraaiende regressie door. Dit uit zich niet op een electrocardiogram, maar eer op de electronische mail. Ik kreeg opeens artikeltjes toegestuurd van Libanezen die het best vinden dat Israël de Hizballah voor ze opruimt, en ook nog dankjewel zeggen. Een soort melding van ‘zie je wel, zelfs sommige Libanezen begrijpen er iets van’. En meningen van Israëlische journalisten die opeens bevangen zijn door een ongewoon nationalistisch-patriottisch gevoel. Onze moeizame geschiedenis in deze streek wordt uitgeplozen over vele generaties terug, en wijst op onaantastbare Joodse rechten op dit land. Een knappe kop telde zelfs honderden verwijzingen naar Jeruzalem in de Bijbel, terwijl in de Koran de hele stad niet genoemd wordt. Zou dat gelden als bewijs voor het Internationale Gerechtshof in den Haag? De stille wenk is dat ik beter mijn mond kan houden met die vredelievende praatjes.
[Even terzijde: ik merkte dat ik Koran met een hoofdletter schreef, en bijbel niet. Ik heb dat gauw veranderd. Dit is de duidelijke invloed van het Islamitische terrorisme.]

Hoe wisselvallig is ons nationalisme. De stemming in Israël begint alweer te kenteren; van zeer strijdvaardige praat verschijnen opeens uitingen van onbehagen met weer een oorlog en zelfs vragen waar dit halve werk eigenlijk goed voor was.

Onze humanitaire activiteiten gaan door als vanouds. Deze week was ik in Sebastia. Een chauffeur van de lokale ambulance vertelde ons opgewonden dat hij twee dagen eerder opgeroepen was naar Nablus, waar een nachtelijke actie om terroristen te zoeken niets had opgeleverd. Als wraak voor hun gebrek aan resultaten hadden de soldaten ernstige schade aangericht aan huizen, bezit en Palestijnen. Eén dode en vele gewonden. Geen woord hierover in de Israëlische pers, maar wel op de interne berichtgeving van de buitenlandse vredesactivisten. De chauffeur kon er bijna niet over ophouden, zo boos was hij over het onrecht, verontwaardigd over het optreden van de soldaten en ontzet over de verwondingen die hij te behandelen kreeg, vooral bij kinderen. Wij, de Israëli’s, stonden een beetje beteuterd bij deze tirade te luisteren. En zijn slotzin was: “allemaal verse aanhangers van Nasrallah, onze nieuwe held”.
Zo brengen we de vrede weer een stapje dichterbij.

©Eldad Kisch 2006

Eldad Kisch woont al meer dan veertig jaar in Israël. "Destijds was ik flink zionistisch, nu ben ik wat gelouterd," omschrijft hij zichzelf. "Ik bekijk de gebeurtenissen in onze streken met bezorgdheid, vooral waar onze menselijke en ethische waarden steeds meer inkrimpen."