Joodse beeldvorming over Jezus bezig te veranderen

Predikant dr. Eeuwout van der Linden (1962) onderzocht Joodse visies op Jezus.

De Goese Samen-op-wegpredikant dr. Eeuwout van der Linden (1962) is zich er terdege van bewust dat de meeste Joden in het geheel geen boodschap hebben aan de centrale figuur van het christendom. Toch bleek zijn onderzoeksgebied -Joodse visies op Jezus- veel groter dan hij aanvankelijk had gedacht. "Ik stuitte op een indrukwekkende reeks artikelen en boeken van Joodse auteurs over Jezus."Bovendien besloot hij zich niet te beperken tot historische en theologische visies, maar ook de literatuur, beeldende kunst, film, fotografie en muziek bij zijn onderzoek te betrekken. "Ik ontdekte dat er ook Joodse kunstenaars zijn die zich door de figuur Jezus (hebben) laten inspireren. Zoals Bettina Reims en Serge Bramly, die in hun fotoproject I.N.R.I. uit 1998 op onconventionele wijze het leven van Jezus in beeld brengen."Gaandeweg raakte de predikant er steeds meer van overtuigd dat het van belang is zich te verdiepen in de Joodse beeldvorming van Jezus. "Niet alleen omdat Joodse stemmen verrijkend zijn voor de christelijke kijk op Jezus en het waard zijn gehoord te worden, maar ook omdat ze naar mijn mening een inhoudelijke impuls kunnen geven aan de Joods-christelijke dialoog."Luisteren de kerken naar wat de Joodse partner te zeggen heeft, dan zullen ze erachter komen dat sommige Joodse en christelijke visies over Jezus geleidelijk naar elkaar toe groeien.Moderne Joden, zoals de Israëlische schrijver Amos Oz en de Nederlandse liberale rabbijn Abraham Soetendorp, weten hun weerzin tegen het boegbeeld van 2000 jaar christelijke haat, minachting, onderdrukking en vervolging van Joden te overwinnen en gaan Jezus steeds meer zien als een belangrijke Jood om wie ze niet heen kunnen.Ook zijn er Joodse auteurs en kunstenaars die Jezus als Jood ’thuishalen’. Een van hen is de Poolse roman- en toneelschrijver Sholem Asch (1880-1957). In zijn in het Jiddisch geschreven novelle ‘Christus in het getto’ (1946) beschrijft hij de vereenzelviging van het lot van de Joodse Jezus met dat van het Joodse volk.Een groepje Joden is door de Gestapo opgepakt in het getto van Warschau, terwijl zij hun nieuwjaarsfeest vieren in de synagoge. Tot hun verbazing worden ze een katholieke kerk binnengedreven. Daar hangt een groot Christusbeeld. Eén lid van de Gestapo wil dat de Joden dit beeld besmeuren. De rabbijn onder hen weigert, want ‘wij moeten het geloof van anderen eerbiedigen’. Daarop wordt hij doodgeschoten. De andere Joden weigeren eveneens en worden afgevoerd.In de kerk wordt het weer stil. Dan komt de figuur aan het kruis tot leven. Jezus komt van het kruis af, trekt de kleren van de vermoorde rabbijn aan, inclusief de blauw-witte band met de jodenster, spreekt een zegenspreuk uit en gaat naar buiten. Daar is inmiddels een flinke opstoot, want het gerucht over de Joodse ontheiliging van kerk en Christusbeeld heeft zich snel verspreid. ‘De levende Rabbi van Nazareth’ wordt omringd door woedende mensen. Als hij zijn hand opheft uit zijn gebedsmantel, ziet een oude man, verschrikt, ‘het teken’. De rabbi steekt het plein over en verdwijnt in een smalle zijstraat van het getto.Ook in het werk van de Russische schilder Marc Chagall (1887-1985) speelt het thema van de kruisiging een belangrijke rol. Evenals Asch gebruikt hij het beeld van de gekruisigde Jezus als symbool voor de eeuwenlange lijdensweg van het Joodse volk. Meestal schildert hij zijn gekruisigde dan ook temidden van oorlogstaferelen, waarin hij de gruwelijkheden van de jodenvervolging, de vluchtelingenstromen en de synagogeverbrandingen uitbeeldt.Wereldberoemd is ‘De witte kruisiging’ uit 1938. Te midden van de wanhoop van op de vlucht geslagen families, plundering, verwoesting en wanhoop schildert Chagall een gekruisigde Christus. Hij hangt daar nadrukkelijk als een Jood, met een joodse gebedsmantel om de lendenen en een menora aan zijn voeten – ten teken v

Advertentie (4)