Dit jaar zullen we in onze commentaren kijken naar de voorlezing uit de Tora en de haftara van die week en bezien welke verbanden en inzichten wij daardoor kunnen ontdekken. De haftara bij Sidra Chajé Sara is genomen uit het boek I Koningen.
en wat voor advies zouden we willen doorgeven aan anderen?
INLEIDING EN VERBINDINGEN
Koning David is oud en zal spoedig sterven. De charismatische Adonia, de ogenschijnlijke erfgenaam, roept zichzelf uit tot koning, maar Natan de profeet en Bat Sjeva, Davids favoriete vrouw, overtuigen de ziekelijke koning dat hij de jongere zoon, Sjlomo koning moet maken. De zinsnede, zakén, ba bajamím ‘op hoge leeftijd gekomen’ (I Melachim 1:1) roept onmiddellijk de associatie op van de identieke bewoording in de beschrijving van Avraham op zijn oude dag (Berésjit 24:1). De sidra bevat op soortgelijke wijze de aankondiging van de dood van Sara (waaraan de sidra haar naam te danken heeft – letterlijk het ‘Leven van Sara’), en de dood van Avraham. De eed van David (I Melachim 1:29) vertoont ook grote gelijkenissen met de eed van Avrahams dienaar (Berésjit 24:2).













