De parasja van de week, voor kinderen verteld. Vandaag het verhaal over Joseef in Egypte, en hoe hij zijn broers weer terugzag.
Toen kwam de opperschenker eerbiedig naar voren en zei tegen Par’o: "Weet U nog dat U een hele tijd geleden boos was op uw dienaren? Toen hebt U mij samen met de opperbakker in de gevangenis laten opsluiten. Op een nacht hadden wij allebei een droom. Het waren verschillende dromen. Daar in de gevangenis was ook een Hebreeuwse jongen, een slaaf van het gevangenishoofd. Die jongen kon ons de betekenis van de dromen uitleggen. Alles wat hij voorspelde is precies zo uitgekomen. Ik mocht weer terug komen aan het hof, en de opperbakker hebt U laten ophangen." "Vlug," riep de Par’o, "haal die Hebreeuwse jongen meteen uit de gevangenis en breng hem hier!" Joseef waste zich snel, schoor zich en trok schone kleren aan. Want als je bij de koning moet komen moet je er netjes uitzien. Zo kwam Joseef bij Par’o.De koning van Egypte zei tegen Joseef: "Ik heb een droom gehad, maar niemand kan hem uitleggen. Ik heb gehoord dat jij dromen kunt verklaren." "Niet ìk kan dat," antwoordde Joseef, "alleen als G-d mij helpt zal ik Par’o kunnen antwoorden." Toen vertelde Par’o: "In mijn droom stond ik aan de oever van de rivier. Er kwamen zomaar zeven koeien uit de rivier omhoog. Dik en volgegeten waren die koeien, en ze gingen grazen in het gras langs de oever van de rivier. Toen kwamen er nog zeven koeien uit de rivier naar boven. Zeven lelijke, magere koeien, zo lelijk heb ik ze in heel Egypte nog nooit gezien. En die zeven lelijke magere koeien aten de zeven mooie en gezonde koeien op, met huid en haar. Maar zij bleven mager! Toen werd ik wakker. Maar ik sliep meteen weer in en had weer een droom. Nu zag ik zeven korenaren die uit één halm groeiden. Ze waren mooi en vol. En toen groeiden er opeens nog eens zeven korenaren, maar die waren mager en lelijk en verdroogd. En die zeven armetierige korenaren aten die mooie volle korenaren helemaal op. Ik heb alles wat ik heb gedroomd ook verteld aan mijn hofadviseurs, maar niemand mij uitleggen wat die dromen betekenen."Joseef antwoorde Pa’ro: "Uw twee dromen horen bij elkaar, Par’o. Hasjem heeft U in een droom laten zien wat Hij van plan is. Er komen zeven jaren van grote overvloed in het land Egypte, dan zal er voor iedereen meer dan genoeg te eten zijn. Meteen daarna komen er zeven jaren van hongersnood. Overal in het land zal honger heersen, en al het eten uit de tijd dat er genoeg was voor iedereen, zal worden opgegeten, tot er niets meer over is. De mensen zullen zo’n honger hebben dat ze zich niet eens de tijd herinneren dat er genoeg te eten was. Het zal niet lang meer duren, Par’o, en dan is het zover. Daarom hebt U twee keer dezelfde droom gehad. Par’o, U moet een wijs en verstandig man aanstellen over heel Egypte. Die man moet in de jaren van overvloed voedsel verzamelen en het graan opslaan in de pakhuizen van Par’o. Dan is er genoeg te eten als de zeven magere jaren van hongersnood komen."Dat vond Par’o een goed idee, en hij besloot Joseef aan te stellen als het hoofd van zijn huishouding. Heel Egypte zou voortaan aan Joseef moeten gehoorzamen. Par’o nam een ring van zijn vinger en schoof die aan de hand van Joseef. Zo kon iedereen zien dat Joseef een belangrijk man geworden was. Par’o gaf Joseef mooie kleren en legde hem een gouden ambtsketting om de hals. Hij liet Joseef in de statiekoets achter Par’o rijden, en heel het volk moest voor Joseef knielen.De jaren van overvloedJoseef begon meteen aan zijn nieuwe taak. In de jaren van overvloed groeide overal in Egypte heel veel voedsel. Dat liet Joseef verzamelen en in de voorraadkamers en pakhuizen van de Par’o opslaan, tot er niets meer bij kon. Intussen was Joseef getrouwd en had hij twee zonen gekregen. De oudste heette Menasjé en de tweede zoon noemde hij Efraïm.Toen kwamen de mage
Egypte, twee jaar later: de dromen van Par’o
Advertentie (4)












