Ilan Pappe geeft lezing aan de UvA

Op uitnodiging van Een Ander Joods Geluid gaf de Israëlische professor Ilan Pappe afgelopen vrijdag een lezing aan de Universiteit van Amsterdam. In zijn zojuist gepubliceerde boek The Ethnic Cleansing of Palestine pleit hij voor een grondige herziening van de geschiedenis. "De Palestijnen refereren aan 1948 als El Nakba, ‘de ramp’- ze zouden het ‘de misdaad’ moeten noemen." Een samenvatting van een controversiële toespraak.

‘Halverwege de jaren ’50 maakte David Ben Gurion, Israëls eerste premier, een reis door Galilea. Op een dag schreef hij in zijn dagboek dat hij genoot, maar dat de pret ietwat gedrukt werd door het feit dat er zoveel Arabieren waren in de noordelijke provincie. Je kan dit op een postieve manier uitleggen: blijkbaar waren er zelfs na de verdrijvingen van ’48 nog zoveel Arabieren over in Galilea dat het opviel. Ik kies er echter voor dit gegeven op een pessimitische manier te interpreteren: een van de belangrijkste leiders van het zionisme stoorde zich al in de jaren ’50 aan de aanwezigheid van Arabieren in Israël. Er is in vijftig jaar tijd weinig veranderd.’

‘Aan het eind van de negentiende eeuw kwam een beweging op gang die streefde naar een veilige thuishaven voor de vervolgde Europese Joden. In mijn ogen is dat gerechtvaardigd. Het probleem is echter dat men koos voor Palestina als bestemming. Als Palestina een veilige thuishaven voor Joden moest worden, moest wel een ‘lege ruimte’ gecreëerd worden, en moest het gebied uiteindelijk wel gede-arabiseerd worden. Het is niet toevallig dat zoveel Israëlis een stuk van de maan hebben gekocht: men zoekt nog steeds naar een stuk grond waarop zich geen andere mensen bevinden.’

‘In het begin van de 20e eeuw hield de Joodse gemeenschap in Palestina zich voornamelijk bezig met het opzetten van Joodse nederzettingen. In de jaren ’30 werd het streven naar een veilige thuishaven dringender. Toen pas begonnen de Arabieren in Palestina de Joodse immigratie als gevaar te zien. In een beroemde, in de openbaarheid gebrachte brief uit 1937 schrijft Ben Gurion aan zijn zoon: "Uiteindelijk moeten we van de Arabieren af zien te komen. Ik weet niet hoe en wanneer, maar op een dag gaat dat lukken." Tien jaar later, in 1947, vetrokken de Britten uit Palestina. Een jaar lang kwamen elf adviseurs van Ben Gurion samen in The Red House in Tel Aviv om te bespreken hoe de Arabieren verdreven konden worden. Zij stelden Plan DaIet op om dit op den duur te kunnen realiseren. Israëls eerste premier greep de weigering van de Arabische leiders om het VN-verdelingsplan aan te nemen aan als gelegenheid om de bijna een miljoen Palestijnen binnen Israël weg te krijgen.’

‘De Haganah (voorloper van het Israëlische leger, red.) verdreef eerst de inwoners van elf dorpen uit hun huizen, bij wijze van experiment. Dat slaagde bijzonder wel: blijkbaar was de indoctrinatie gericht op de ontmenselijking van de Palestijnen geslaagd. Israël werd opgesplitst in twaalf delen: twaalf delegaties van de Haganah verdreven in iets meer dan een half jaar driekwart miljoen Palestijnen. 531 dorpen en steden werden verwoest. Een dag in die periode was erger dan veertig jaar bezetting van Gaza en de Westbank. Wat Israëlis toen deden was veel erger dan wat er onder de huidige bezetting gebeurt. Steeds meer Israëlis geven toe dat 1967 (de zesdaagse oorlog, waarin de Palestijns