Nieuwsbrief JMNA

In de nieuwsbrief van het Joods Marokkans Netwerk Amsterdam (JMNA) van januari 2007 wordt vermeld wat er momenteel gebeurt binnen het netwerk en staat een verslag van Hadassa Hirschfeld (CIDI) over de bijeenkomst over antisemitisme en islamofobie.

Nieuwsbrief Januari 2007

Wat gebeurt er allemaal binnen het JMNA?

De laatste hand wordt gelegd aan een subsidieaanvraag om het JMNA te professionaliseren. Dit is nodig om de vele ideeën die bij leden van het netwerk leven te realiseren. Over vorm en inhoud is door een werkgroep veel nagedacht, waarbij diverse varianten zijn besproken. Wij informeren het netwerk zodra meer duidelijkheid bestaat over toewijzing van de subsidie. De verwachting is dat dat in februari gebeurt.

Wie ontvangt deze nieuwsbrief?

De ‘G27’. Dit zijn de 27 personen die ‘het manifest’ hebben ondertekend. Het manifest is een verklaring waarin Marokkaanse en Joodse Amsterdammers toezeggen op een actieve manier een bijdrage te leveren aan een tolerantere stad.Naast deze groep ontvangt een ieder die heeft aangegeven op de hoogte te willen worden gehouden van activiteiten van het JMNA, deze nieuwsbrief. De meesten hebben dat aangegeven tijdens één van de debatten die hebben plaatsgevonden

Verslag bijeenkomst JMNA
d.d. 12 december 2006, gehouden in de Vrije Universiteit van Amsterdam.
Door Hadassa Hirschfeld

Op 12 december organiseerde het Joods Marokkaans Netwerk een discussieavond over antisemitisme en islamofobie. De bijeenkomst vond plaats in het kader van een serie debatten die het JMNA organiseert.

Om een levendig debat te creëren was gekozen voor een debat in de opstelling van het Lagerhuis. De inleiders waren Ahmed Marcouch, stadsdeelvoorzitter van Slotervaart en Hadassa Hirschfeld, adjunct-directeur CIDI. In het deskundigen panel hadden zitting: Karen Polak stafmedewerker educatie van de Anne Frank Stichting, Rashit Bal, secretaris van de Interculturele Alliantie en Marco Huhghs, directeur Meldpunt Discriminatie Internet. De avond stond onder leiding van Jolande Drop, medewerker Joods Maatschappelijk Werk en Martijn de Greve, journalist. De catering was verzorgd door Sammy Kaspi.

Er waren zo’n 60 mensen. Teleurstellend was dat er slechts een handje vol Marokkanen aanwezig was. Zo werd het uiteindelijk meer een debat over antisemitisme dan over antisemitisme en islamofobie.

Het totale aantal antisemitische incidenten zoals geregistreerd in de jaarlijkse CIDI rapportages Antisemitische Incidenten in Nederland over de jaren 2003, 2004 en 2005 was: 334, 327 en 159. In de rapportages worden indien bekend ook de daders beschreven. Over genoemde jaren ziet het percentage daders van Noord-Afrikaanse afkomst er als volgt uit: 43,5%, 45% en 38%. Er bestaat nog geen aparte rapportages over islamofobe incidenten.
Er is een duidelijk verband tussen het Palestijns-Israëlisch conflict en antisemitisme. Het is van belang te blijven uitleggen dat kritiek op Israël geen antisemitisme is en dat er een verschil is tussen de Israëlische politiek en Joden.

Over één ding was men het eens: onbekend maakt onbemind en dat geldt voor zowel Joden als Moslims. Vandaar dat educatie en voorlichting als de aangewezen instrumenten beschouwd werden om beide fenomenen te bestrijden. Dat zou zowel op openbare scholen dienen plaats te vinden als op Joodse en Islamitische scholen. Niet alleen moet de educatie gericht zijn op de leerlingen maar het is essentieel om ook de ouders te bereiken. Dat is lastig vertellen een aantal deskundigen. Om ouders te bereiken werd voorgesteld projecten te starten gericht op het uitwisselen van gez

Advertentie (4)