De parasja van de week, voor kinderen verteld.
Awraham was heel verdrietig dat zijn lieve vrouw niet meer bij hem was. En het deed hem nog meer verdriet dat hij geen eigen stukje grond had waar hij haar kon begraven. Darom ging Awraham naar zijn buurman Efron, de Chittiet, en kocht van hem een stukje land, voor een heleboel zilverstukken. Op dat stukje land, het heette Mamré, was een grot. In die grot begroef Awraham zijn geliefde vrouw Sarah.Die grot heette Machpela. De plaats waar Sarah begraven is bestaat nog altijd, hij heet nu Chevron.De reis van EliëzerAwraham en Jitschak, zijn zoon, waren na de dood van Sarah alleen achtergebleven. Awraham vond dat het tijd was dat Jitschak ging trouwen. Maar in de buurt woonden geen meisjes die Awraham goed genoeg vond voor zijn zoon. Daarom riep hij op een dag Eliëzer bij zich, zijn trouwste knecht, en zei: Eliëer, ik ben een oude man geworden, en mijn zoon Jitschak is nog steeds niet getrouwd. Wil je me helpen om een vrouw voor hem te vinden? Ik wil niet dat hij met een meisje uit Kena’an trouwt. Zo’n meisje snapt niets van ons leven, want zij kent alleen maar afgoden. Daarom, Eliëzer, moet je naar het land reizen waar ik geboren ben. Daar moet je mijn familie gaan opzoeken. Ik weet ezeker dat je bij mijn familie wel een goede vrouw voor Jitschak kunt vinden." Eliëzer ging op reis, met een heleboel kamelen en gouden sieraden als bruidsschat. Na een lange reis zag hij in de verte de stad liggen waar de familie van Awraham moest wonen. En hij zag een waterbron waar meisjes aan het water halen waren. Misschien is een van die meisjes wel de vrouw die mijn meester zoekt voor Jitschak, dacht Eliëzer. Maar de G-d van Awraham zou hem vast wel helpen een goede keus te maken, dat wist hij zeker. Eliëzer bedacht een plannetje: hij zou een meisje om wat water om te drinken. Als zij dan zou zeggen dat zij ook zijn kamelen te drinken zou geven, dan zou dàt het meisje zijn dat hij zocht. Want Eliëzer wist wel dat zijn meester een meisje met goede eigenschappen zocht, een meisje dat ook goed voor de dieren zou zorgen. Net op dat moment kwam er een meisje aanlopen. Op haar schouder droeg zij een grote waterkruik, om water uit de bron te putten. Eliëzer liep naar het meisje toe en vroeg: "Mag ik wat drinken uit je kruik?? Vriendelijk antwoordde ze: "Drink, mijn heer, en ik zal ook water voor uw kamelen scheppen!? Dat klonk goed, maar Eliëzer zei niets. Hij keek hoe zij naar de bron liep om water te scheppen in haar kruik, en hoe ze met de volle, zware kruik weer boven kwam om de kamelen te drinken te geven. Ze liep net zo vaak heen en weer tot ze alle kamelen te drinken had gegeven. Dat meisje is precies wat mijn meester bedoelt, dacht Eliëzer. Hij haalde de gouden sieraden tevoorschijn die Awraham hem had meegegeven en vroeg aan het meisje: "Wie ben jij? Kan ik vannacht bij jou thuis blijven slapen?? En het meisje antwoordde: "Ik ben Rivka, de dochter van Bethoeël, de kleindochter van Nachor. Natuurlijk mag je vannacht bij ons slapen, en je kamelen ook. We hebben stro genoeg voor ze.? De kleindochter van Nachor, dacht Eliëzer. Nachor is de broer van Awraham, mijn meester! Dan is mijn opdracht geslaagd! Opgelucht knielde Eliëzer om Hasjem te bedanken dat Hij hem zo goed geholpen had. Bij Rivka thuis werd Eliëzer heel hartelijk ontvangen. Vooral Rivka’s broer Lawan vond die man met die mooie cadeaus wel heel spannend; Lawan wilde helemaal niet dat hij als zo snel weer weg zou gaan. Maar Eliëzer wilde gauw terug naar Awraham, met Rivka, de nieuwe bruid voor zijn jonge meester. En ook Rivka wilde snel vertrekken, want ze was heel nieuwsgierig naar de man met wie ze zou gaan trouwen. Samen gingen ze op reis. Nu ging de kleine karavaan, want zo heet zo’n groepje reizigers met kamelen bij zich, de andere kant uit, terug naar Kena’an. Zo bracht Eliëzer Jitschak zij
Over een bijzondere grot, en hoe Jitschak Rivka tot vrouw kreeg.
Advertentie (4)












