Vóór, tegen wil en dank

Steeds als de ietwat absurde vraag: "Voor of tegen de oorlog?? wordt gesteld moet ik denken aan Freek de Jonge, schrijft Bert de Bruin.

Zorg om de arme burgerbevolking van Irak, pacifistische beweegredenen, een rotsvast geloof in de zin van wapeninspecties, een verlangen om wat voor actie dan ook uitsluitend in een V.N.-kader te ondernemen, dit zijn voor mij allemaal legitieme redenen om te pleiten voor het ( voorlopig ) afblazen van een grootschalige oorlog. Zelfs voor het argument van gelijke-monikken-gelijke-kappen waar het gaat om het opvolgen van V.N. resoluties door Irak en Israël kan ik sympathie en begrip opbrengen, al gaan alle vergelijkingen tussen het regime in Baghdad en de regering in Jeruzalem mank.Een veelgelezen en -gehoord argument tegen de oorlog is dat die de moslim-wereld en het Westen van elkaar zou vervreemden en moslim-extremisme in de hand zou werken. Dit argument valt nauwelijks serieus te nemen. Slechts een klein deel van de moslims in het Westen en daarbuiten heeft duidelijke affiniteit met of openlijk respect voor de westerse democratieëen of de waarden die die democratieën vertegenwoordigen. Bovendien hebben mensen als Osama bin Laden een oorlog tegen het Irak van Saddam Hoessein – overigens niet echt een vriend van de fundamentalisten – niet nodig om haat jegens het Westen te verspreiden en te versterken. Die haat is al diep geworteld en wordt in niet geringe mate gevoed door het wanbeleid van de meeste leiders van landen waar moslims de meerderheid vormen, en door de armoede en de sociale tegenstellingen die een direct gevolg van dat beleid zijn. Een vreedzame ‘oplossing’ van het conflict met Irak zal die voedingsbodem voor haat niet wegnemen.Overigens, laten we onszelf niet voor de gek houden: joden en Amerikanen vormen enkel maar een minderheid op een lange lijst van doelen waarop de militante fundamentalisten het gemunt hebben. Prominentere doelen op die lijst zijn leiders als de Egyptische president Mubarak en koning Abdallah van Jordanië, intellectuelen zoals Naguib Mahfuz, en eigenlijk iedere moslim die niet fundamentalist is, naast – het spreekt haast vanzelf – iedere niet-moslim. Als het al mogelijk zou zijn om het Westen en moslims nader tot elkaar te brengen, dan zouden stimulatie van democratische processen en een eerlijker verdeling van rijkdom en kennis, zowel vanuit het Westen naar de islamitische landen toe als binnen die landen zelf, een centrale rol in zo’n verzoeningsproces moeten spelen. Pogingen om dat te verwezenlijken zouden een integraal deel moeten vormen van een Amerikaans ( en Europees? ) lange-termijn beleid voor het Midden-Oosten. Helaas bestaat zo’n beleid niet, zodat ik (naar ik aanneem niet als enige ) meer uit solidariteit dan uit overtuiging de Amerikaanse en Britse regeringen en legers zal steunen.Een ander ‘argument’ tegen de oorlog waar ik me tegen verzet is de ‘Israël-connectie’ met betrekking tot de aanstaande Amerikaanse aanval op Irak. Steeds weer steekt een of andere samenzweringstheorie de kop op die valselijk een link probeert te leggen tussen Israël en/of de joden aan de ene, en 11 september, het conflict tussen de ( extremisctische versies van ) ‘de’ Islam en het Westen, of totale wereldheerschappij aan de andere kant. Wanneer zulke ideeën openlijk geventileerd of onbewust gesuggereerd worden in de context van de voor-tegen discussie omtrent Irak moet ik de aandrift onderdrukken om Bush c.s. luid toe te juichen, al zou dat naar alle waarschijnlijkheid de verschillende conspiratie-stellingen juist weer bevestigen. Ook plaats ik vraagtekens bij de zuiverheid van de motieven van sommige deelnemers aan die discussie die zich in het recente verleden op tendentieuze en eenzijdige wijze hebben uitgelaten over het Arabisch-Israëlische conflict.Ondanks het feit dat door een oorlog tegen Irak een van de meest Israël-vijandige regimes ten val zou kunnen worden gebracht heeft de huidige Isra&e