Slachtoffers NS transporten kunnen vanaf maandag schadevergoeding aanvragen

Mensen staan bepakt en bezakt te wachten bij de goederenwagons van een trein in doorvoerkamp Westerbork, 1942-1945.

Van 5 augustus 2019 tot 5 augustus 2020 kunnen belanghebbenden of hun direct nabestaanden een aanvraag indienen in het kader van de individuele tegemoetkoming voor de slachtoffers van NS-transporten tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Zwarte bladzijde in de geschiedenis

Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft NS, in opdracht van de bezetter, speciaal ingelegde treinen gereden waarmee mensen uit de Joodse gemeenschap of uit de gemeenschappen van Roma en Sinti zijn vervoerd. Hierbij had de bezetter het oogmerk hen in concentratie- en vernietigingskampen in het buitenland als bevolkingsgroep uit te roeien. Dit is een zwarte bladzijde in de geschiedenis van NS. Na gesprekken met nabestaanden, onder wie in het bijzonder de heer Salo Muller, heeft NS besloten, naast collectief eren, leren en herdenken, het leed ook individueel te erkennen en daarom op morele gronden een individuele tegemoetkoming te betalen. Deze tegemoetkoming is bedoeld voor alle nog levende personen uit de Joodse gemeenschap en de gemeenschappen van Roma en Sinti, die tijdens de Tweede Wereldoorlog met deze treinen zijn vervoerd. Wanneer deze persoon niet meer in leven is, komen direct nabestaanden in aanmerking.

De onafhankelijke commissie die NS heeft geadviseerd, behandelt de aanvragen en voert de regeling uit. De toekenning van een tegemoetkoming vindt plaats op basis van en onder de voorwaarden van het Uitkeringsreglement Stichting Individuele Tegemoetkoming Slachtoffers WOII Transporten NS. Alle informatie is te vinden via www.commissietegemoetkomingns.nl.  

Een aanvraag indienen kan digitaal. De portal is via deze website te bereiken. Op die manier kan de aanvraag relatief snel verwerkt worden en is de procedure voor iedereen makkelijk toegankelijk. Voor mensen die problemen ervaren bij een aanvraag of vragen hebben, is er hulp beschikbaar. Deze wordt verzorgd door Joods Maatschappelijk Werk (JMW) en door Stichting Pelita.