Tussen realisme en idealisme. Verslag Europese Conferentie over aanpak antisemitisme

De conferentie heeft een hoge opkomst/Foto: Yoni Rykner

Op 25 en 25 februari vond in Parijs de jaarlijkse conferentie van de European Jewish Association (EJA) plaats, met als thema Jews in Europe: United for a Better Future. Een verslag van Anne Ornstein.

“Antisemitisme is een extern-Joods probleem, het is geen intern-Joodse zaak”. Dit was de strekking van een redevoering die filosoof en zionist Martin Buber ooit hield (getiteld Als de nood dringt). Daarmee bedoelde hij dat het Joodse volk zich vooral moet concentreren op de rijkdom die in het Jodendom besloten ligt en minder op het antisemitisme. Over de pracht van het jodendom heeft het Joodse volk controle, op het doen en laten van antisemieten niet.

Antisemitisme is in die zin vooral een probleem van de antisemiet zelf en niet van de Jood. Toch is het zo dat wanneer iemand mij een schop verkoopt, ik degene ben die pijn heeft en er onder lijdt. Zo is het ook bij antisemitisme: het is de Jood die eronder te lijden heeft en wiens bestaansrecht aan een zijden draadje komt te hangen. Dit heeft de geschiedenis uitgewezen. Daarom is het, of het nu extern of intern is, wél een Joods probleem.

Dit probleem was ook het thema van de jaarlijkse conferentie van de EJA (European Jewish Association) die op 24 en 25 februari in Parijs is gehouden. Onder de genodigden bevonden zich onder meer de Deense oud-premier Anders Fogh Rasmussen en de Franse minister van Justitie Nicole Belloubet. Ook waren er leiders van Joodse gemeenschappen, activisten en veiligheidsexperts aanwezig. Met de Joodse karikaturen op het Carnaval van Aalst nog vers in het geheugen was de sfeer er een van strijdbaarheid en slagvaardigheid: we moeten van ons laten horen.

Ideeën en adviezen werden uitgewisseld over zowel de beveiliging van Joodse gemeenschappen in Europa, als over preventieve maatregelen als onderwijs om antisemitisme tegen te gaan.

De conferentie vond plaats in het nieuwe Centre Européen du Judaism/Foto: AO

Twee-frontenstrijd

In Malmö, een havenstad in het zuiden van Zweden, met een klein aantal Joodse inwoners maar een relatief hoog percentage antisemitische incidenten, wordt het probleem aan twee fronten bestreden. Om meer te weten over de aanpak sprak ik Security Coördinator Peter Mangell. Hij was tevens een van de sprekers op de conferentie. Wanneer we in de prachtige sjoel van het nieuwe Centre Européen du Judaism gaan zitten, haalt Mangell een keppeltje tevoorschijn. “We zitten toch in een synagoge”, zegt hij terwijl hij de keppel op zijn hoofd spelt.

Mangell begint:  “Het antisemitisme van vandaag de dag is driekoppig: allereerst hebben we te maken met religieus antisemitisme. Dat is het soort dat we vinden inIslamitisch-fundamentalistische hoek. Daarnaast is er het politieke antisemitisme uit extreemrechtse en extreemlinkse hoek. Overigens is het gevaar vanuit rechts-extremisme even groot als dat vanuit fundamentalistisch-islamitische hoek”.

De twee manieren waarop de Joden in Malmö het probleem bestrijden zijn praten en beschermen. Drie jaar geleden werd op initiatief van de rabbijn van Malmö de dialooggroep ‘Amana’ in het leven geroepen.

Peter Mangell aan het woord/ Foto: Yoni Rykner

“De Islamitische gemeenschap is erg divers”, zegt Mangell. “Er zijn veel verschillende moskeeën en er zijn delen van de moslimgemeenschap die onderling niet met elkaar praten, omdat ze er verschillende visies op nahouden. Daarom gaan we in dialoog met de meer gematigde moslimgroeperingen. Het doel van de dialooggroep is om meer vertrouwen te creëren tussen de Joodse -en de moslimgemeenschap. Dat vertrouwen creëer je door met elkaar in gesprek te gaan”

In de dialooggroepen worden thema’s besproken als huwelijk, scheiding en dood, vanuit zowel Joods als islamitisch perspectief. Maar er werd bijvoorbeeld ook gesproken over extremisme. “Dat was erg interessant”, aldus Mangell. Hij vervolgt: “Wij geloven dat deze gesprekken een goede weg zijn om te bewandelen. Maar we weten ook dat er een groep is die je nooit zult kunnen bereiken. Daarom zetten we naast de dialooggroepen ook in op strakke veiligheidsmaatregelen en doen we op dat gebied geen concessies”.

Onzekere steun

Dat de Joodse gemeenschap in Malmö hierbij op de steun van de lokale politie kan rekenen is allesbehalve vanzelfsprekend. “Voor grote evenementen zoals Rosj Hasjana en Jom Kippoer, moeten we met de politie onderhandelen of ze kan komen.

We moeten de politie er dan van overtuigen dat beveiliging van de sjoel nodig is en dat wij net zoveel recht hebben op veiligheid als alle andere Zweden. Malmö is een stad met veel geweldsdelicten. De politie zegt onderbemand te zijn en komt daarom alleen als ze niet ergens anders moet zijn. Twintig kilometer verderop in Denemarken is dat anders. Daar is een constante beveiliging van Joodse plekken. We moeten daarom rekenen op onze eigen veiligheidsmaatregelen. Gelukkig is het contact tussen de Joodse gemeenschap en de politie in Malmö de laatste jaren wel verbeterd”.  

Zaadjes van kritisch denken

De dubbele aanpak van Malmö is niet uitzonderlijk, maar het is wel een mooi voorbeeld van hoe we als Joodse gemeenschap wereldwijd kunnen schipperen tussen realisme en idealisme. Dat realisme houdt het besef in dat antisemitisch geweld helaas nooit helemaal uit te bannen zal zijn. Er zullen altijd mensen zijn die denken de waarheid in pacht te hebben en menen daar ook naar te moeten handelen -ook als het bestaan van de ander daarvoor moet wijken.

Dat is een treurige en gevaarlijke zaak, daarom is een strak georganiseerde veiligheid op zijn plaats. Maar daarnaast is er niets mis met het ideaal dat antisemitisme deels kan worden bestreden door in gesprek te gaan met anderen die gelijkgestemd zijn. Nee, extremisten zal je daar inderdaad niet mee bereiken. Maar het kan er wel voor zorgen dat er bij jonge mensen zaadjes van kritisch denken worden geplant. Later kunnen ze ooit leiders worden die aan het hoofd staan van meer tolerant-religieuze gemeenschappen.