‘De droeve seider’ een nieuwe column door Simon Soesan

Jaap Soesan tijdens de familie Seider

Als kind was seider voor mij bijna net zoiets als het Songfestival: ’s middags slapen, zodat je lang kon opblijven en dan ook nog een paar glazen wijn erbij. Fantastisch.

Pa en Ma nodigden onze oma’s en wat kennissen uit en het was altijd volle bak. Pa aan het hoofd van de tafel, lezend en zingend uit de Hagada, in een taal die weinig op Ivriet leek en dus “oud-Hebreeuws” werd genoemd, hoewel het gewoon Hoch-Deutsch was.

Toen ik in 1973 naar Israël ging, was het even wennen aan de nieuwe manier van seideren. Eerst in de kibboets, daarna heel vlot en efficiënt in het leger. En toen begon ik mijn eigen familie en zat ik aan het hoofd van de tafel. En terwijl wij een rotatie-seider als traditie maakten, waar een ieder een deel voorlas, dacht ik met heimwee bij iedere seider terug aan de seider die ik als kind meemaakte, met Pa als hoofdpersoon en Ma als back-up, die alles uit haar hoofd deed en voor de lol “la zman hazee” vrolijk vertaalde naar “lazer de man in zee”. Want Ma was een lolbroek op de seider, vaste prik.

Terug in Israel werden de kinderen geboren en ging de seider als vaste prik naar Ashkelon, waar mijn schoonouders woonden en we een volle bak hadden. Totdat het eten geserveerd werd, waarna we allemaal nog de bekende liedjes zongen. Na het – te vroege – overlijden van mijn schoonvader werd de traditie voortgezet in ons huis, waar we uiteindelijk met 26 man, familie en vrienden, om de tafel zaten. Al verleden jaar keken we met trots naar onze kroost: umbeschrieen, we waren met ons tweetjes begonnen en nu, met kinderen, partners en kleinkinderen zijn we 15 man.

Dit jaar wordt het allemaal anders: niet alleen zal onze familie in Holland het moeten doen zonder mijn vader – we moeten het allemaal doen zonder elkaar en met elkaar.

Ieder zal in zijn huis zitten en met deze of gene technologie er wat van maken om toch “samen” te zijn, maar we zijn niet samen. Ikzelf zal het vanuit mijn flat in Frankfurt moeten meemaken, want “duty calls” en ik ben niet in Israel.

Maar het grootste gemis zal mijn vader zijn. Niet alleen de wetenschap dat hij – tot aan verleden jaar op 95 jarige leeftijd – gewoon de seider leidde en we daar filmpjes van kregen, ook zijn “preek”: een lange mail met Pesach en Rosj Hasjana, zullen we niet meer krijgen en ik mis dat nu al.

In zijn mail had Pa het altijd over de Kadosj – Baruch Hoe, de Heilige Gezegende, of, in zijn taal, de “Kadosjborchoe”, waaraan we niet mochten twijfelen, omdat Hij er altijd zou zijn voor Zijn Volk. Daar had hij een waar heilig geloof in. En ervaring mee.

Ik vermoed dat in Gan Eden, het Paradijs, dit jaar een grote seider zal worden georganiseerd en ik hoop dat de Almachtige mijn vader een deel zal laten leiden. En dat de aanwezigen allemaal de woorden “sje hichianoe ve higianoe la zman hazee” (dat we tot zover hebben mogen leven en het zover gebracht hebben) zullen zeggen en in het lachen zullen uitbarsten omdat mijn Moeder weer “lazer de man in zee” zal zeggen.

Een goed Pesach voor u allen, waar u ook bent en hoe u het ook viert.

Simon Soesan