Nederlandse Holocaust overlevende zegt dat redder van Joden haar naar Auschwitz stuurde

Femma Fleisjman vertelt over haar deportatie naar Auschwitz in een interview in 2018 met de EO-televisiezender. (Met dank aan Jewish Programming EO)

In zijn geboorteland Duitsland en daarbuiten wordt Hans Calmeyer gevierd als een held die meer Joden gered heeft van de Holocaust dan Oskar Schindler. Als jurist van de nazi-Duitse troepen in Nederland kreeg Calmeyer de leiding over een klein team dat pleidooien evalueerde van mensen die zichzelf probeerden te redden door hun classificatie als jood te betwisten, schrijft Cnaan Liphshiz in JTA.

Volgens het Israëlische nationale Holocaust-museum Yad Vashem heeft Calmeyer minstens 3,000 mensen gered. Calmeyer stierf in 1972.

In 1992 werd Calmeyer postuum door Yad Vashem erkend als een ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’. De titel die Israël aan niet-Joden geeft die tijdens de tweede wereldoorlog hun leven geriskeerd hebben om Joden te redden.

Maar de afgelopen maanden wordt deze onderscheiding aangevochten. Onder meer door een 92-jarige overlevende en haar familie, die zeggen dat Calmeyer haar naar Auschwitz heeft gestuurd en dreigde haar niet-joodse vader te deporteren toen ze hem smeekten haar te redden . 

Holocaust overlevende Femma Fleijsman vertelde dit verhaal in een nieuw boek en in een documentaire die op 4 mei werd uitgezonden door de EO. De uitzending is op deze link te bekijken.

Fleijsman was de dochter van een niet-joodse glazenwasser, Albertus Reijgwart. Maar gemeentelijke documenten die dateren van vóór de Tweede Wereldoorlog vermeldden haar ten onrechte als de dochter van de ex-echtgenoot van haar moeder, Salomon Swaalep, die joods was. Toch wees Calmeyer het beroep van Fleijsman af en werd ze naar het kamp Bergen-Belsen in Duitsland gestuurd.

Hans Calmeyer, getoond in 1940, wordt al lang gezien als redder van joden. (Met dank aan Laureen Nussbaum /JTA )

Haar vader stuurde gepassioneerde brieven van Calmeyer, maar zonder succes: Calmeyer liet Fleijsman naar Auschwitz overplaatsen en dreigde Reijgwart, een katholiek van geboorte, als Jood te kenmerken, daarbij verwijzend naar de nazi-pseudowetenschap op basis van de foto’s van zijn dochter die Reijgwart Calmeyer had gegeven om zijn gelijkenis met haar te bewijzen.

In 1943 bezorgde Reijgwart Calmeyer het bewijs dat hij de echte vader van Fleijsman was, maar ook dat het geen effect.

‘Het was vanwege Calmeyer dat er op een dag twee mannen kwamen om me mee te nemen’, vertelde Fleijsman aan EO en journalist en historicus Els van Diggele. ‘En we weten allemaal waar die reis eindigt.’

Fleijsman heeft tot 2018 niemand over de beproeving verteld. Ze bekeerde zich tot het katholicisme en liet haar zonen dopen uit angst voor verdere vervolging. Zij en haar man, die niet Joods was, hebben hun kinderen niet verteld dat hun moeder van joodse afkomst was.

Henny, een van Fleijsmans zonen, zegt dat hij en zijn broers wisten dat hun moeder tijdens de oorlog iets vreselijks had meegemaakt. “Dat is alles wat we wisten toen we opgroeiden Een paar maanden geleden hoorden we voor het eerst de naam Calmeyer.”

De afgelopen jaren heeft Fleijsman haar zoons meer verteld over haar verleden. Ze beschouwen zichzelf nu als joods. Een van hen, Ron, liet een tatoeage van een Davidster op zijn borst zetten, samen met het nummer dat de nazi’s in Auschwitz op de arm van zijn moeder tatoeëerden.

De familie protesteert nu tegen de plannen om een ​​museum voor Calmeyer te bouwen in Osnabruck, zijn geboortestad in Duitsland. De zonen van Fleijsman protesteerden daar in december en deelden flyers uit met de tekst ‘Geen eer voor Calmeyer’.

Henny, de tweede zoon van Fleijsman, weet dat dankzij Calmeyer tegenwoordig veel joden leven, maar dat weegt niet op tegen wat zijn moeder is aangedaan.

“Het maakt mij niet uit hoeveel mensen hij heeft gered als hij onze moeder op transport naar Auschwitz heeft gebracht. Voor mij is die man een moordenaar, en is hij net zo erg als alle anderen.”

Van Diggele publiceerde naar aanleiding van de documentaire een Nederlandstalig boek over de zaak van Fleijsman. Zowel het boek als de film hebben de titel Het raadsel van Femma, Prooi van een mensenredder.

‘De wereld wil voorgelogen worden en hoort liever over een redder dan iemand die mensen naar hun dood heeft gestuurd’, schreef Van Diggele in het boek.

Maar Yad Vashem, de voorstanders van Calmeyer in Duitsland en degenen die door Calmeyer zijn gered, zien de dingen anders.

Laureen Nussbaum, die even oud is als Femma Fleijsman, werd samen met haar half-joodse moeder gered dankzij Calmeyer’s beslissing om haar moeder als een Ariër te classificeren.

“Er is zoveel gemaakt met Schindler, die 1.200 Joden heeft gered, en mensen hebben echt met hem mee geleefd en hebben hem tot een held gemaakt”, zei Nussbaum, sprekend over de Duitse fabriekseigenaar die is vereeuwigd in de Oscar-winnende film “Schindler’s List”. ‘En ik voelde dat Hans Calmeyer, die meer mensen heeft gered, te onbekend is in de wereld.’

Calmeyer keurde ongeveer twee derde van de meer dan 5.000 oproepen die naar zijn kantoor werden gestuurd goed, zegt Petra Van den Boomgaard, een historicus wiens proefschrift over Calmeyer als basis dient voor een Nederlandstalig boek dat ze vorig jaar publiceerde, getiteld ” Voor de nazi’s geen jood.”

Oskar Back, een bekende violist, verklaarde dat drie van zijn grootouders ‘onmiddellijk na hun geboorte’ waren gedoopt. Calmeyer, waarvan meerdere historici zeggen dat hij door zijn achterdochtige nazi-oversten steeds meer onder de loep werd genomen, zei niet alleen dat het verhaal van Back geloofwaardig was, maar verdedigde het ook toen Back probeerde zijn bezittingen terug te vorderen van een bank die door de nazi’s werd gebruikt om joodse eigendommen te roven, schreef Van den Boomgaard in haar onderzoek

Volgens Van Diggele nam Calmeyer met deze interventies geen persoonlijk risico, een vereiste voor de erkenning van de Yad Vashem. Ook rechtvaardigen zij niet zijn andere acties.

“Calmeyer opereerde binnen het systeem en maakte er vanaf het begin tot het einde deel van uit,” zei ze.

De eenheid die Calmeyer in 1943 leidde, registreerde volgens Van Diggele ongeveer 500 mensen als joden die volgens haar ten onrechte als Arisch werden beschouwd. Die mensen hebben Calmeyer’s kantoor nooit benaderd.

Toen Calmeyer de zaak van Fleijsman beoordeelde, werd deze ook gecontroleerd door Ludo ten Cate, een Nederlandse antropoloog die lid was van de NSB. Van den Boomgaard vertelde JTA dat dit het voor Calmeyer veel moeilijker maakte om mild te zijn met Fleijsman.

Ze zei dat Van Diggele “boos is en in feite het oorlogsverhaal van Femma gebruikt om dat uit te drukken ten koste van een op feiten gebaseerd verhaal.”

Yad Vashem heeft de EO laten weten dat het nieuwe materiaal dat relevant is voor zijn zaak beoordeeld zal worden. – probeerde een journalist voor het vooraanstaande Nederlandse dagblad NRC Handelsblad vorige maand in een artikel over Calmeyer de uiteenlopende verslagen over zijn acties te in overeenstemming te brengen.

Volgens Joep Dohmen in het NRC Handelsblad moet Calmeyer af en toe een Jood opofferen om anderen te kunnen redden.

Dat klinkt als een redelijke interpretatie voor Alfred Edelstein, de regisseur van de Nederlands-joodse televisiezender die de documentaire over Fleijsman maakte. Maar als het waar is, moet het nader worden onderzocht. Met name de mensen die Calmeyer verkoos op te offeren, zei Edelstein.

Veel van degenen die door Calmeyer werden gered, waren Duitsers die in de jaren dertig naar Nederland vluchtten. Net als de ouders van Nussbaum, de overlevende die een boek schreef waarin Calmeyer’s acties werden bejubeld. Sommige waren beroemd, zoals Back. Over het algemeen, zei Edelstein, waren ze meestal ‘welvarend, geschoold en gecultiveerd’.

“Maar wat we niet hebben gehoord, tenminste niet totdat Femma naar voren stapte, zijn de getuigenissen van gewone Joodse mensen. De overgrote meerderheid van de Amsterdamse Joodse bevolking: verkopers, hoekbakkers, timmerlieden, lompen, de dochters van glazenwassers. Bijna niemand van hen heeft het overleefd om te getuigen. Misschien komt het omdat ze niet belangrijk genoeg waren om te redden.’