‘Gezichtsverlies’- Een nieuwe column van Simon Soesan

Simon Soesan

Het begon voor mij op de dodenherdenking op de Dam. Daar werd de Koning volkomen voor lul gezet. Het kwam tot een hoogtepunt gister, toen de politie op het Malieveld knielde.

Niet dat ik wat tegen knielen heb: ik kniel voor mijn kleinkinderen, ik kniel als ik mijn veters vast maak en kan u nog meer redenen geven om te knielen. Maar ik kniel niet voor mensen, ik kniel niet voor wat voor heerschap dan ook, ik kniel niet omdat het “in” is. Mozes werd verzocht om zijn sandalen uit te doen, omdat hij heilige grond betrad omdat de Almachtige aanwezig was en voor de rest geloof ik niet in iets heiligs en ga ik zeker niet knielen. Wilt u heilige grond betreden? Dat zult u niet in een kerk of gebedshuis vinden. Voor mij is de enige heilige grond in de wereld nog de aarde van Auschwitz en andere kampen.

Niet dat het iets nieuws is, voor de Nederlandse politie. Die hebben al eerder geknield voor buitenlanders die hier onwettelijk aanwezig waren: ze blonken uit in de jaren 1940-45 toen ze niet alleen de Joodse Nederlanders arresteerden en op transport zetten – ze werden zelfs “per kop” betaald: 7 gulden per Jood! En dat, alleen maar om je eigen burgers te verraden, in naam van buitenlanders. Dus nee, als ik de geel-zwarte uniformen zie knielen – en soms bidden – in een moskee, dan ben ik niet verbaast, het past allemaal in het patroon.

Welk patroon dan, hoor ik de lezer vragen.

Wel, de gemiddelde Nederlander verkoopt zijn moeder als het hem wat opbrengt. En nogmaals: mijn ouders zijn in de tweede wereldoorlog gered door een Nederlandse familie, die ze drie jaar lang verborg. Maar het overgrote merendeel van Nederlanders verraadde en verkocht andere Nederlanders en ook vandaag de dag worden Nederlandse waarden, de Nederlandse cultuur met plezier verkocht om niet-Nederlandse groeperingen in Nederland te paaien.

Uiteraard helpt het, als die niet-Nederlandse groeperingen je vlot overtuigen met uitspraken als “Kmaakjedootman”, een uitspraak die nu helemaal ingeburgerd is in Nederland en geen reden is om aangifte te doen. Trouwens, al deed u wel aangifte, dan deden ze nog niks, want knielen voor misdadigers, anarchisten en geweldplegers is zo vreselijk “in”.

Tegen de cultuur, tegen de gewoonten, tegen het establishment – dat is de ramkoers van Nederland.

Mijn laatste beetje hoop voor Nederland verdween gister toen minister Kaag zich kandidaat stelde voor haar partij. Niet dat ze niet goed genoeg is voor de functie: ze past precies: ze spreekt Arabisch, waardoor het merendeel van Nederland haar kan verstaan, inclusief de politie.

Maar ze seint wel wat er met Nederland gebeurt: een volk dat voor tirannen is gezwicht is meer kwijt dan alleen maar het licht: het verliest ook zijn gezicht.

Vorig artikelNieuwe podcast van Joop Soesan uit Israël
Volgend artikelIDF voegt drone eenheid toe aan unit 9900
Simon Soesan (1956, Beverwijk) woont sinds 1973 in Israël, waar hij zijn eigen sales-en-marketing bureau had. Tegenwoordig is hij vertegenwoordiger van Keren Hayesod – United Israel Appeal in Duitsland. Soesan is bekend van columns in diverse Nederlandse bladen, zoals NRC-Handelsblad, het Reformatorisch Dagblad, Israël Actueel en het Nieuw Israelietisch Weekblad. Zijn korte verhalen werden gebundeld in 'Pita met hagelslag' (2005) en ‘Patatje vrede’ (2007), 'Apoetaah' (2016) is zijn derde boek en in juni 2018 is 'Ik ben jij' verschenen. Zijn familie en vriendschappen met Joden, Moslims en Christenen, inspireren hem bij het schrijven.