Verslag bezoek Auschwitz met de European Jewish Association

Foto: de complete delegatie/©ejassociation

Gedachten over waardigheid en ontmenselijking
Bezoek aan de plek die lang te gruwelijk leek om te bezoeken: Auschwitz

door Anne Ornstein

Het is 9 november, niet zomaar een datum: Kristallnacht. De European Jewish Association heeft een conferentie georganiseerd waarbij ook een bezoek aan Auschwitz op het programma staat. Onder de genodigden -zo’n 160 man- bevinden zich ministers, parlementariërs, diplomaten en leiders van Joodse gemeenschappen uit verschillende landen. Zo is onder meer de Minister van Onderwijs voor Rheinland-Pfalz (Duitsland) Stefanie Hubig aanwezig, en ‘ons eigen’ Tweede Kamerlid voor de VVD, Ulysse Ellian.

Auschwitz is een plek die mij in eerste instantie te gruwelijk leek om te bezoeken. De afstand die er bestaat tussen het abstracte leren over de Holocaust door er een boek over te lezen of een film over te kijken, en de werkelijke gebeurtenis zélf is onoverbrugbaar. Een bezoek aan Auschwitz heft dit onoverbrugbare natuurlijk niet op, maar heeft er wel voor gezorgd dat ik nog meer ben gaan beseffen wat er tijdens deze zwarte bladzijde uit de geschiedenis van de mensheid gebeurd is. De eerste dag van de conferentie staat in het teken van de sprekers, die laten weten hoe zij antisemitisme en andersoortige haatzaaiing het hoofd proberen te bieden. De tweede dag staat in het teken van het bezoek aan het concentratiekamp.

Waardigheid
Wanneer we met de delegatie aankomen bij één van de enorme terreinen waar Auschwitz uit bestaat, is de lucht grauw en vallen er regendruppels. Waar de boeken en films mij niet van hadden doordrongen, was de enorme omvang van de terreinen. De rondleiding begint: ineens loop je op dezelfde grond als waar zoveel van je volksgenoten en familieleden hebben gelopen en zo intens hebben geleden. De gids vertelt over ziekte, ondervoeding en mensen die van de Nazi’s gelijk dood moesten. Ik probeer mezelf te verbinden met de pijn en de machteloosheid van de mensen destijds. Ik denk aan bekende figuren die in concentratiekampen -waaronder Auschwitz- hebben gezeten, zoals psychiater Viktor Frankl en schrijfster Elly Hillesum, en die vertellen over hoe sommige mensen ondanks alle ellende tóch hun waardigheid bleven behouden. Mensen die zichzelf tóch bleven verzorgen, ondanks dat ze waarschijnlijk kaal waren geschoren, en ‘goed voor de dag komen’ misschien niet de eerste prioriteit had. Mensen die tóch het ochtend, -middag en -avondgebed zeiden ondanks het feit dat G-d afwezig leek. Mensen (waaronder Frankl en Hillesum zelf) die tóch omkeken naar hun medemens, terwijl ze zelf aan het overleven waren. Die anderen moed inspraken en op de been hielden.

Als ik hier zelf had gezeten, bedenk ik me, had ik dan ook iets van mijn waardigheid weten te behouden? Maar ik weet dat het onmogelijk is om deze vraag te beantwoorden: je weet pas hoe je in zo’n extreme situatie reageert, wanneer je er daadwerkelijk in zit. Toch is dit voor mij persoonlijk het streepje licht in de duisternis die Auschwitz vertegenwoordigt: dat je jezelf ondanks de chaos en willekeur van deze wereld kunt proberen vast te houden aan respect voor jezelf en voor anderen.

Links: Etty Hillesum, rechts: Viktor Frankl/wikimediacommons

Uniformiteit
Ter voorbereiding op de reis probeer ik me te verdiepen in de vraag die filosofen en sociaal psychologen al zolang bezighoudt: hoe ontstaat zo’n groot kwaad als de Holocaust? In een boek van de Zweedse ethicus en theologe Ann Heberlein vind ik een stukje dat mij in het bijzonder interesseert. Zo schrijft Heberlein, die zich weer beroept op andere denkers, over dehumanisering als voorwaarde voor kwaad handelen: “De dehumanisering wordt voorafgegaan door depersonificatie, die bereikt wordt door het slachtoffer te beroven van identiteitskenmerken in de vorm van kleding en andere persoonlijke eigendommen”. Heberlein legt uit dat niet alleen de onderdrukten worden ‘gedepersonificeerd’, maar ook de onderdrukkers. Ze geeft het voorbeeld van het leger: “Ook bij soldaten worden de persoonlijke bezittingen afgenomen, ze krijgen identieke kleding -het uniform-, identieke kapsels en worden met hun achternaam aangesproken. De soldaten zijn geen individu meer en worden onderdeel van een collectief met de taak om te doden”. Wanneer ik het boek dichtklap, bedenk ik me dat een van de voorwaarde voor het ontstaan van een totalitaire samenleving waarschijnlijk dus de drang tot uniformiteit is. Één uniforme entiteit waarin alle dissonante elementen moeten worden uitgewist, waarin er één groot ‘wij’ ontstaat.     

Als filosoof zie ik me genoodzaakt om na te denken over de vraag of het omgekeerde ook waar is: zijn er geen voorbeelden van uniforme entiteiten die júist schoonheid en ‘het goede’ bewerkstelligen? Moeten de musici in een orkest zich niet ondergeschikt maken aan het orkest als geheel, om zodoende een mooi geluid te produceren? En hoe zit het dan met ‘team work’, waarin collega’s gevraagd wordt om hun ego’s opzij te zetten ten behoeven van de te behalen targets? Zoals altijd is de wereld een vat vol tegenstrijdigheden, en moet ik het antwoord op deze grote vragen schuldig blijven. Toch zegt mijn intuïtie: van politieke partijen die één groep isoleren en daarmee ‘depersonificeren’ moet een mens verre blijven.

Totalitarisme
In Auschwitz zie ik een aantal groepen van scholieren. Ik vraag me af hoe dit alles bij hen binnenkomt. Ik hoop dat het bezoek aan deze verschrikkelijke plaats de Shoah voor hen ook reëler heeft gemaakt. De Britse Minister van Onderwijs Nadhim Zahawi, zelf gevlucht voor het dictatoriale regime van Saddam Hussein, vertelt in zijn toespraak dat hij zich hard maakt voor het besef van de Holocaust onder jongeren in Engeland. Hij spreekt met bevlogenheid: “I have seen first-hand that our class rooms can be weapons against prejudice”. Minister Stefanie Hubig spreekt over onderwijsbeleid waarbij jongeren leren over democratische besluitvorming, zelfrespect en ‘peaceful conflict resolution’.

Foto: de Duitse Minister Hubig houdt een toespraak/©ejassociation

Het klinkt abstract, maar ik denk ook dat het belangrijk is om jongeren te leren wat het betekent om een individu te zijn. Dat er geen heil bestaat in politieke systemen die de problemen in de wereld willen oplossen door één groot ‘wij’ te gaan vormen, waarin alle neuzen dezelfde kant op staan.
Ik denk na over een nogal psychoanalytische passage in Heberleins boek, waarin ze schrijft dat het opgaan in het collectief een gevoel -een illusie- creëert geen verantwoordelijkheid te hebben. En dat terwijl de verantwoordelijkheid die je als mens hebt, eigenlijk nooit stopt.

Ik bedenk me dat de waardigheid waar ik het eerder over had, misschien wel het tegenwicht vormt voor de ontmenselijking die totalitaire regimes pogen tot stand te brengen. Waardigheid betekent namelijk menselijkheid: dat hoewel deze wereld vervuld is van willekeur en absurditeit, je de verantwoordelijkheid kunt -misschien wel móet- nemen om jezelf en de ander als uniek wezen te zien, waarnaar je moet omkijken. Of, zoals Viktor Frankl schreef in zijn boek Man’s Search for Meaning: “Each person is questioned by life, and he can only answer to life by answering for his own life. To life he can only respond by being responsible”.


Foto: de Nederlandse delegatie legt een krans voor de slachtoffers/AO
Links: rabbijn Benyomin Jacobs. Met de krans: voormalige Europees parlementslid voor de SGP Bas Belder (links), en Theo Vleugels van Oorlogsgravenstichting (rechts).