Ariëlla Kornmehl:jong, joods, vrouwelijk talent in Nederland

20 augustus is de debuutroman van Ariëlla Kornmehl verschenen: Huize Goldwasser. Een boek over een joodse filosofiestudente die verliefd wordt op een niet-joodse, oudere man. Als haar familie haar verstoot en haar geliefde sterft, blijft alleen de leegte over. Joods.nl interviewde de debutante. "Het is niet mijn bedoeling Nederlandse joden slecht uit mijn boek naar voren te laten komen."

Huize Goldwasser doet in stijl denken aan De Afspraak van de Franse Justine Lévi, dochter van een beroemd filosoof. Is haar boek een bron van inspiratie voor je geweest?Ik vond De Afspraak een prettig boek qua stijl. Je zit meteen in het hoofd van de hoofdpersoon. De beschrijving van de omgeving komt pas later. Dat vind ik mooi. Toen ik mijn scriptie voor correctie terugkreeg, stond onderaan, naast allerlei aanmerkingen, een pluspunt: mijn werk was ontdaan van onnodige versieringen. Daar was ik heel blij mee, want dat was precies wat ik voor mijn boek wilde. Een stoel is gewoon een stoel. Daar hoeft niet lang over uitgewijd te worden. Alleen het denken mag versierd worden ? dat wat niet met denken te maken heeft niet. Daarin lijken Huize Goldwasser en De Afspraak misschien op elkaar.Inhoudelijk is Huize Goldwasser heel anders. Er gebeurt veel in dit boek. Het is heftig en choquerend. Maar ik zal niet snel zeggen: ?Ik moest dit kwijt, het verhaal moest geschreven worden.? Ik ben wel vertrokken vanuit een soort woede. Woede ten opzichte van mensen die zich blijven bemoeien met hun volwassen kinderen, soms zozeer dat ze zich mengen in hun partnerkeuze. Dat maakte mij kwaad en vanuit die drijfveer ben ik gaan schrijven.Dat probleem heeft niets joods, het is van alle culturen. Om dat te laten zien wilde ik het eerst vanuit een heel ander, niet-joods perspectief beschrijven. Uiteindelijk heb ik het verhaal toch geschreven vanuit het joodse perspectief. Omdat ik die wereld ken. Je hebt een achtergrond nodig om zo?n verhaal te kunnen schrijven. Zonder die achtergrond had ik de innerlijke worstelingen van de hoofdpersoon nooit geloofwaardig kunnen beschrijven.Het kader is werkelijk. Je kunt niet losstaan van jezelf, van je eigen kader. De hoofdpersoon en het verhaal zijn puur fictief. De denkwijze van de hoofdpersoon komt wel dicht bij mijn denkwijze en dat was ook wat ik in het boek wilde laten zien. Dat maakt het boek niet autobiografisch. De woede die mij dreef was ook geen gerichte woede. En dat is goed, anders zou ik nog veel meer van mezelf in zo?n verhaal kunnen leggen. En dat doet af aan de fictie. Literatuur heeft voor mij met fictie te maken. Autobiografische elementen hoeven niet van mij. Je hoeft dingen niet zelf te hebben ervaren om ze te kunnen beschrijven. Het was ook een test voor mezelf om te kijken of ik gebeurtenissen wel geloofwaardig kon beschrijven.Ondanks het realistisch kader is het ook een roman van extremen. Waar komt die extremiteit in het boek vandaan?Als je iets creëert heb je soms de behoefte om dingen iets extremer maken. Je componeert, maakt dingen sterker. De personages hebben extreme karakters. Dat heeft iets moois. Er stáát dan echt iemand. Ik zie het als een pluspunt als iemand heel erg achter zijn principes staat, daarin opgaat. Het is een goed uitgangspunt om overtuigd te zijn. Je moet je standpunt wel hard kunnen maken en tegelijkertijd moet je in staat zijn die principes ook weer te kunnen herzien. De vader uit het verhaal kan dat niet. Hij kan zijn ideeën niet los denken van emotie. Dat is heel menselijk, maar ook heel treurig. Dat maakt het verhaal extreem. De vader is een kind uit de oorlog. Daarin ligt ook de achtergrond van zijn extremiteit. Die oorlog vormt eigenlijk de alles omvattende ?verzachtende omstandigheid? van onze ouders. De vader is een heel sterk figuur, maar ook heel beperkt, juist omdat hij zichzelf niet kan herzien. Hij wil zijn principes als machtsmiddel gebruiken. Maar dat lukt hem niet. De hoofdpersoon is hecht met haar fa

Advertentie (4)