Zeven, acht of negen armen, het blijft een wonder

Judy Schagen beschrijft de Leeuwarder chanoekia, een object dat veel vertelt over de geschiedenis van de schenkers. De kan en schaal die het voetstuk vormen, zijn symbolen van het geslacht der Levieten. Ook de schenkers van deze chanoekia stammen af van het geslacht Levi. (Foto: collectie Joods Historisch Museum)

(Foto: collectie Joods Historisch Museum)

De kandelaar die gebruikt wordt voor Chanoeka wordt een menora of een
chanoekia genoemd. Chanoeka, het inwijdingsfeest of het feest van het
licht, is het enige belangrijke joodse feest dat niet in de bijbel
genoemd wordt. Het herinnert aan de opstand van de Makkabeeën in 168
voor de gewone jaartelling. En aan hoe drie jaar later de joden na het
verslaan van de Syrische legers de Tempel weer willen inwijden door de
menora, de zevenarmige kandelaar, aan te steken. Hoewel er niet genoeg
zuivere olie aanwezig is, steken zij toch de kandelaar aan en deze
blijft acht dagen lang branden, net zo lang als de inwijdingsfeesten
van de Tempel duren. Een wonder! Alleen op een afbeelding op de boog
van Titus is deze kandelaar nog te zien.

De achtarmige chanoekia ontstaat in de late Middeleeuwen. Chanoekiot
komen in uiteenlopende stijlen voor. Er zijn grofweg twee hoofdtypen te
onderscheiden: voor huiselijk gebruik een klein model en voor
synagogaal gebruik een grotere, vrijstaande chanoekia. Ondanks de
verschillende stijlen herken je een chanoekia meteen. In exodus 25:
31-40 staat namelijk precies beschreven hoe een chanoekia er uit moet
zien. Het komt er op neer dat de acht lichtjes zowel horizontaal als
verticaal een rechte lijn moeten vormen. Deze lichtjes zijn heilig en
mogen niet gebruikt worden, behalve om naar te kijken, dus niet om
bijvoorbeeld bij te lezen. Een afzonderlijk negende lichtje wordt
daarom toegevoegd als sjammasj (dienaar) om de overige aan te steken.

De Leeuwarder chanoekia

De hier afgebeelde chanoekia wordt ook wel de Leeuwarder chanoekia
genoemd omdat hij voor de synagoge in Leeuwarden is gemaakt. Als je er
goed naar kijkt, vertelt deze chanoekia veel over de geschiedenis van
de schenkers. De kan en schaal die het voetstuk vormen, zijn symbolen
van het geslacht der Levieten. Deze helpen de Kohaniem (priesters)
tijdens de Tempeldienst met het ritueel wassen van hun handen
voorafgaande aan het uitspreken van de priesterzegen.

Ook de schenkers van deze chanoekia stammen af van het geslacht Levi.
Het is zelfs precies bekend wie de schenkers waren, want het opschrift
op de chanoekia luidt: “Dit is een geschenk van de bestuurder Abraham,
zoon van bestuurder Elchanan Levi en zijn vrouw Frommet, dochter van
Jacob Levi en laat ons een gezang zingen een lied voor chanoeka op de
eerste dag 5566” (16 december 1805). In 1805 werd de synagoge in
Leeuwarden ingewijd. Ter gelegenheid hiervan wordt deze kostbare
zilveren chanoekia geschonken. Hij is gemaakt van omgesmolten ducaten
(rijders) en uitvoerig verfraaid. Zo staan op de twaalf bloemknoppen op
de armen de Hebreeuwse namen en symbolen van de tekens van de
dierenriem afgebeeld. Een heel mooi cadeau, zou je zeggen.

Toch aarzelt de gemeente dit cadeau aan te nemen. Gezien de slechte
financiële situatie waarin zij verkeert, ziet de gemeente op tegen de
grote kosten die de jaarlijkse aanschaf van de 44 benodigde kaarsen met
zich meebrengt. De familie Levi is zich bewust van dit probleem en
schiet de gemeente financieel te hulp. Abraham is afkomstig uit een
welgestelde koopmansfamilie. Zijn grootvader, Isack Joseph behoorde in
1759 tot een van de 22 Leeuwardense joden die tot het koopmansgilde
toetraden. Zijn vader Elkan Isack vergaarde zijn rijkdom door de handel
in aandelen en staatsleningen. Op het moment van de schenking is ook
Abraham zeer vermogend. Maar het gaat snel bergafwaarts met hem,
waarschijnlijk doordat hij gr