Het lot van Kandinsky’s schilderij ‘Impression no.10’

Na tien jaar touwtrekken is eindelijk een einde gekomen aan het getouwtrek om het schilderij ‘Impression no. 10’ van de Russische schilder Vassily Kandinsky.

De voorgeschiedenis
De Russiche constructivist en typograaf El Lissitzky verzamelde in de jaren twintig van de vorige eeuw abstracte schilderijen, waarvan Kandinsky’s ‘Impression no. 10’ uit 1910 er één was.

Impression no. 10
De collectie, bestaande uit dertien werken, was in bruikleen gegeven aan het Provinciaal Museum te Hannover, maar verdween in 1937, als ‘Entartete Kunst’ uit het zicht, en raakte in de jaren na afloop van de tweede wereldoorlog over de gehele wereld verspreid.

El Lissitzky
Lissitzky was getrouwd met Sophie Küppers, met wie hij één zoon kreeg, Jen. El Lissitzky stierf in 1941, zijn weduwe werd door Stalin naar Siberië verbannen, zij stierf in 1978. Jen Lissitzky, nu in de zeventig, woonde tot 1989 in Oost-Duitsland.

Na de val van het IJzeren gordijn, toen Lissitzky eindelijk in de gelegenheid was zijn erfgoed op ter zoeken, bleek dat slechts van enkele van de door de nazi’s geconfisqueerde doeken de verblijfplaats was te achterhalen.

Een doek van Paul Klee bleek zich in München te bevinden, een ander werk van Klee werd gelocaliseerd in Japan, en een doek van Marcoussin was in Bonn; Kandinsky’s ‘Impression no. 10’ werd gevonden in een privé-museum in Basel, de Fondation Beyeler. Het museum in München beriep zich op ‘verjaring’, en weigert tot op de dag van vandaag teruggave zelfs maar te overwegen. Japan en het museum in Bonn werkten wel mee, die doeken zijn inmiddels weer in het bezit van Jen Lissitzky, die thans in Spanje woont. De bepaling dat tijdens de oorlog geroofde kunst een speciale status geniet, heeft Lissitzky daarbij geholpen.

Beyeler en de Kandinsky
Ernst Beyeler, de grondlegger van museum Fondation Beyeler, weigerde echter mee te werken. Beyeler vertelde het doek in 1951 te hebben gekocht van kunsthandelaar Ferdinand Möller (een van de vier kunsthandelaars die in opdracht van de nazi’s geroofde kunst verkochten), voor een bedrag van SF 18.000,-. Voor alle duidelijkheid: de huidige waarde van ‘Impression no.10’ wordt geraamd op $ 25 miljoen…

Saillant detail in het hele verhaal is, dat al eind jaren dertig vergeefse pogingen zijn gedaan de Kandinsky te verkopen, en ook in de jaren veertig lukte het niet het doek te verkopen.

Overigens waren in de na-oorlogse periode veilingen van in de oorlog geroofde kunst zeer in trek, aangezien er werken onder de hamer kwamen die anders nooit of te nimmer zouden worden verkocht, en bovendien de kans groot was dat de oorspronkelijke eigenaars of diens erven niet zouden komen opdagen.

Ernst Beyeler
De nu tachtigjarige Ernst Beyeler houdt vol dat hij niets wist noch vermoedde van de herkomst van het schilderij van Kandinsky. De vraag rest natuurlijk waarom hij daar nooit verder onderzoek naar heeft willen doen.

Nu heeft het kantongerecht te Basel uitspraak gedaan en geoordeeld dat niet kan worden aangetoond dat Beyeler niet te goeder trouw heeft gehandeld (in Zwitserland kan een te goeder trouw aangeschaft object al na vijf jaar niet meer worden teruggeëist), en dat het schilderij dus in de Fondation Beyeler mag blijven.

Jen Lissitzky zal voor het ‘verlies’ van zijn eigendom schadeloos worden gesteld met een niet nader genoemd geldbedrag.