In het hol van de leeuw


Op zondag 25 juli vindt in Herinneringscentrum Kamp Westerbork de vierde lezing plaats in het kader van de serie Getuigen van Westerbork. Dit maal komt Aad van As aan het woord, die als niet-jood van september 1942 tot na de bevrijding in het kamp woonde en werkte en er vanuit zijn positie als ambtenaar vele joden voor deportatie wist te behoeden.

‘Dat ik dit alles heb kunnen doen is een wonder op zichzelf, want ik zat in het hol van de leeuw.’
Zo begint Aad van As (1919) zijn herinneringen aan zijn verblijf in het
doorgangskamp Westerbork in de oorlogsjaren. De getuigenissen van deze
niet-joodse ambtenaar in In het hol van de leeuw komen vanuit een
geheel andere invalshoek dan de ervaringen van de joodse kampgevangenen.

Op zondag 25 juli a.s. zal om 16.00 uur In het hol van de leeuw in het
Herinneringscentrum Kamp Westerbork gepresenteerd worden. Het eerste
exemplaar zal aan de nu in Australië woonachtige Aad van As worden
overhandigd.

Aad van As neemt in de geschiedenis van het kamp Westerbork een
bijzondere plaats in. Als niet-jood werkte en woonde hij in het kamp
van 3 september 1942 tot na de bevrijding. Samen met zijn vrouw Beb en
hun kinderen Hennie en Nellie – zij werd in het kamp geboren – maakte
hij de totale dramatische geschiedenis van deportatie tot bevrijding
mee. Maar niet als gevangene. Het grootste deel van zijn verblijf in
kamp Westerbork had Van As een baan als leider van het bijkantoor van
het Centraal Distributiekantoor, later als ambtenaar van de burgerlijke
stand.

Hij onderhield goede contacten met de joodse gevangenen in het kamp en
vanuit zijn functie was hij ook in staat hulp te bieden. Hij heeft zich
persoonlijk ingespannen joden voor deportatie te behoeden. ‘Hij behoort
tot de weinigen die in Westerbork hulp boden’, aldus Willy Lindwer in
Kamp van hoop en wanhoop. Aad van As en zijn vrouw Beb werden daarvoor
door de staat Israël met de Yad Vashem-onderscheiding bedankt.

Vanaf het moment van zijn komst in het kamp hield Aad van As een
gedetailleerd dagboek bij. Kort na de bevrijding schreef hij ten
behoeve van het juist opgerichte Rijksinstituut voor
Oorlogsdocumentatie een uitgebreid verslag van zijn bevindingen.

In het hol van de leeuw is gebaseerd op dit verslag en bevat vele
dagboekfragmenten uit de periode 4 september 1942 – 6 september 1946.