Polen ontdekt in Krakau joods verleden


Het middeleeuwse hart van Krakau ontwikkelt zich tot de spirituele centrum van de herleving van de joodse identiteit van Polen. De stad telt vele restanten van het rijke joodse verleden, waaronder 6 synagoges en 2 joodse begraafplaatsen.

Toeristen vinden in Krakau restaurants waar uitstekende joods wordt
gekookt, en in de Szerokastraat zijn een aantal ‘joodse’ hotels.
Klezmermuziek is overal te horen. Jaarlijks vindt in Krakau het steeds
populairder wordende Joods Cultureel Festival plaats (dit jaar van 25 juni – 3 juli).

De promotie van joods Polen wordt met groot enthousiasme gedaan door
Joachim Russek, directeur van het Judaica Centrum voor joodse cultuur.

Adam Easton, BBC-correspondent in Polen, inventariseerde en sprak o.a.
met Russek: “Ik ben nu bijna 20 jaar bezig met dit ongelofelijke
avontuur. Over alles wat ik in de loop van die jaren heb ontdekt zou ik
al op de middelbare school hebben moeten horen. Ik wist lange tijd meer
over Amerikaanse indianen dan over Poolse joden. Het restaurant waar we
zitten was voor de oorlog een mikwe, een joods badhuis, en het plein
was een markt. Van al die kleuren en geuren en geluiden die behoorden
bij het leven toen is niets meer over. Er woonden voor de oorlog 3,5
miljoen joden in Polen, van hen is 90% vermoord.

Na de bevrijding mocht van het communistische regime niet gesproken
worden over het joodse verleden van Polen. Dat taboe wordt de laatste
jaren steeds verder doorbroken. Een belangrijke stap daarin is de
opening van het Galicia Joods Museum in juni 2004. De
oprichter is de Enghelse fotograaf en journalist Chris Schwarz. Het
museum toont het joodse leven in al haar rijkdom, er worden films
vertoond en lezingen gegeven, en mensen kunnen er Hebreeuws en Jiddisj
leren.

Easton reisde naar Skarszewy, een klein plaatsje in de buurt van Gdansk
aan de Baltische Zee, waar computerprogrammeur Tomasz Sierkierski (30)
leerlingen van zijn vroegere middelbare school optrommelde om de totaal
verwaarloosde joodse begraafplaats in het bos buiten de stad op te
knappen. “Dit hele gebied behoort tot onze gezamenlijke geschiedenis,
niet alleen maar Pools of alleen maar joods. Maar bijna niemand wist
van het bestaan.”

Easton probeert een antwoord te vinden op de vraag of de groeiende
belangstelling voor de joodse verleden te maken heeft met schuldgevoel.
Is er sprake van een typisch rooms-katholieke boetedoening voor de
aanwezigheid van nazi-concentratiekampen op Pools grondgebied en het
feit dat zoveel Polen passieve ooggetuigen waren van de Holocaust?
Volgens Konstanty Gebert, de (joodse) columnist van het dagblad Gazeta
Wyborcza, speelt dat nauwelijks een rol: “Die kampen waren hier omdat
hier zoveel joden waren. En dat nu zoveel niet-joodse Polen
belangstelling tonen voor joodse zaken komt voort uit een gevoel
medeverantwoordelijk te zijn voor wat ooit gedeeld erfgoed was en wat
tijdens het communisme na WOII verboden was of ontklend moest worden.
Best mogelijk dat sommige mensen last hebben van een schuldgevoel, maar
dat komt meer doordat er gezwegen is, en niet zozeer door wat men heeft
gedaan. Vergeet niet dat de Polen zelf ook slachtoffers waren van de
nazi’s, en machteloze toeschouwers bij de Shoa.”

In het centrum van Warschau werd met Chanoeka een drie meter hoge
menora ontstoken, een krachtig symbool voor de veranderende relaties
tussen Polen en joden. Zoals de Poolse opperrabbijn Michael Schudrich
zegt: “Die relaties hebben 50 jaar lang in de koelkast gestaan. Het
feit dat de conservering van de joodse cultuur op dit moment
grotendeels door niet-joden wordt gedaan bewijst eens te meer hoe
dichtbij de nazi’s waren gekomen bij de verwezenlijk van hun plannen
het gehele joo