Bekroonde scriptie over Nederlandse Joden in de 18e eeuw


Joden kregen in 1796 gelijke rechten, maar daarmee waren ze nog geen vanzelfsprekende ‘mede-Nederlanders’. Dat blijkt uit de masterscriptie ‘Gelijkheid voor Joden in Bataafs Den Haag, Een onderzoek naar het Haagse Departement van de Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen 1796-1798’ waarmee Merel Stikkelorum de ‘Scriptieprijs Werkgroep 18e Eeuw’ in de wacht sleepte.

Stikkelorum, studente aan de Faculteit der Historische en
Kunstwetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam, ontdekte dat
‘minderheden’ pas een kwestie begonnen te vormen door het streven naar
eenheid in bestuur en cultuur aan het einde van de achttiende eeuw. In
deze periode kreeg de natiestaat vorm en werden ‘afwijkende groepen’
zichtbaar. Tot de gelijkberechtiging in 1796 had de joodse gemeenschap
een eigen bestuur, rechtspraak en armenzorg. Mede hierdoor zagen de
meeste niet-Joodse Nederlanders Joden als een aparte groep, die in hun
blauwdrukken van een toekomstige samenleving geen plaats had.

Uit de prijswinnende studie naar de Haagse afdeling van het landelijk
genootschap ‘Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen’ blijkt dat er
uitzonderingen waren. In tegenstelling tot de tientallen andere
afdelingen van het ‘Nut’, waren de Hagenaars bereid om Joden toe te
laten tot hun lokale departement. Maar hiervoor was instemming vereist
van de andere departementen in het land. Na een drie jaar durende
strijd werd duidelijk dat de tijd nog niet rijp was voor dit
‘vooruitstrevende’ voorstel. Uiteindelijk duurde het nog tot 1864
voordat Joden mochten toetreden tot het landelijke Nuts-genootschap.

Uit het juryrapport:
Naar het oordeel van de jury biedt deze scriptie, over de vraag in
hoeverre Joden ingesloten werden in het gelijkheidsideaal van Haagse
patriotten in de periode 1796-1798, een fraaie combinatie van lokale
geschiedenis met bredere historische thema?s. De auteur heeft een
heldere vraagstelling op gelukkige wijze weten te verbinden met een
relevant theoretisch kader, waardoor zij erin geslaagd is diverse
aspecten van de probleemstelling op verschillende niveau?s (nationaal,
lokaal, politiek, genootschapsleven) uit te werken. Doordat de
schrijver haar voordeel heeft gedaan met sociologische theorieen over
groepsprocessen, heeft zij een open oog voor de paradox van de
natiestaat die zowel groepen in- als uitsluit. Zij is erin geslaagd het
actuele karakter van een achttiende-eeuws discussie aan te tonen.
Verder is de scriptie gebaseerd op gedegen en oorspronkelijk
bronnenonderzoek, waarbij nieuw en interessant archiefmateriaal is
gebruikt, in combinatie met gedrukte werken. Mede gezien de informatie
in de bijlagen is de schrijver grondig te werk gegaan. Deze vlot
leesbare scriptie is in een sympathieke en verzorgde stijl geschreven.
De jury van de scriptieprijs is vooral verheugd over de wijze waarop
Stikkelorum de Haagse geschiedenis verbindt met brede thema’s als
gelijkheid, tolerantie en natievorming. Haar studie is veelzeggend over
de in- en uitsluitingsmechanismen in Nederland aan het einde van de
achttiende eeuw. Ze laat zien dat de veelgeprezen traditie van de
Nederlandse tolerantie ook toen geen vanzelfsprekendheid was.

Merel Stikkelorum schreef haar scriptie onder begeleiding van prof.dr.
Siep Stuurman, hoogleraar Europese geschiedenis aan de Faculteit der
Historische en Kunstwetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

De Werkgroep 18e Eeuw stimuleert
onderzoek naar alle aspecten van de achttiende-eeuwse geschiedenis in
Nederland en Belgie. Zij organiseert jaarlijks congressen en geeft een
eigen wetenschappelijk tijdschrift uit, ‘De Achttiende Eeuw’. De
Werkgroep is aangesloten bij de International Society for Eighteenth
Century Studies.