Van kolonist tot ‘vluchteling’

Sinds maandagavond hebben voormalige bewoners van nederzetting Netzer Hazani in de Gazastrook hun tenten opgeslagen in een park in Tel Aviv. Heeft het Midden-Oosten er een vluchtelingenprobleem bij? Midden-Oostencorrespondent Ad Bloemendaal is zo vrij daar niet veel van te geloven, blijkt uit zijn artikel in Het Parool van 22 augustus.



Niet dat de uit de Gazastrook geevacueerden zich op stel en sprong
zullen wenden tot het Hoge VN-Commissariaat voor de Vluchtelingen, maar
ze eisen wel dat de overheid hen prompt aan huizen helpt. En dat
terwijl ze in de afgelopen maanden zelf alle pogingen tot
herhuisvesting hebben gesaboteerd.

De ex-Gazastrookbewoners zijn met bussen naar vijfentwintig hotels in
Israël gebracht. Het is de bedoeling dat ze daar maximaal twee weken
blijven, in afwachting van de toewijzing van tijdelijke huisvesting.
Vrijwilligers van religieuze hulporganisaties zijn ter plaatse om hen
te helpen met van alles en nog wat.

Maar de ‘vluchtelingen’ klagen over een gebrek aan hulp van de kant van
de overheid en een gebrek aan belangstelling van niet-religieuze
Israëliers. Nu ze hun strijd tegen het leger en de politie hebben
moeten opgeven richten ze hun pijlen op Sela, het orgaan dat is belast
met de praktische en financiele aspecten van de terugtrekking.

Aan klachten geen gebrek: de hotelkamers zijn te klein, de containers
met huisraad zijn nog niet gearriveerd en alles gaat te langzaam. Hun
rabbijnen dreigen een week van rouw aan te kondigen en er zijn plannen
voor een mars door Jeruzalem, gevolgd door het inrichten van een
‘vluchtelingenkamp’.

De evacuees gedragen zich alsof hun pas vorige week is aangezegd dat ze
hun huizen uit moesten. En toch is er meer dan een half jaar verlopen
tussen de datum waarop de regering het compensatieplan voor de
nederzettingen in de Gazastrook goedkeurde en de dag waarop de eerste
evacuaties zijn uitgevoerd. Toen ze hoorden dat ze per gezin een
financiele vergoeding van gemiddeld een kwart miljoen euro tegemoet
zouden kunnen zien, moeten veel niet-ideologisch gemotiveerde
kolonisten stiekem een gat in de lucht hebben gesprongen. De helft van
de 1500 huishoudens van Gush Katif, het nederzettingenblok in de
Gazastrook, was al vertrokken voor de soldaten en politiemensen
arriveerden.

Zij hadden binnen de gestelde termijn gebruik gemaakt van het aanbod
tot tijdelijke huisvesting in Nitzan, met 450 luxe stacaravans, en een
aantal kleinere caravanparken in het zuiden van het land. In de
onmiddellijke omgeving daarvan begint binnenkort de bouw van permanente
villadorpen, waar de bouwgrond zo goed als wordt weggegeven.De
nationaal-religieus bevlogen achterblijvers boycotten Sela vanaf de
eerste dag. Ze stuurden hun advocaten naar het Hooggerechtshof met de
eis de compensatiewet illegaal te laten verklaren.

Toen dat niet lukte, bleven ze elk contact met Sela vermijden, met als
gevolg dat ze deze week niet in een luxe stacaravan met vijf kamers en
twee badkamers zitten, maar met hun grote gezinnen in maximaal twee
hotelkamers zijn gehuisvest.

Ondanks hun klachten blijft de overheid zich voor hen inspannen. Het
ziet ernaar uit dat in de komende dagen enkele honderden gezinnen
woonruimte zal worden geboden op het terrein van de hogeschool van de
nederzetting Ariel, op de Westoever. Studenten daar zullen hun nieuwe
caravans moeten verruilen voor oudere.

Voor anderen uit Gush Katif is plaats ingeruimd op de bezette
Golan-hoogte. Maar wat de overheid ook doet, de boycotters zullen zich
blijven etaleren als ‘vluchtelingen’.

Tel Aviv kreeg maandag op geheel eigen wijze te maken met
‘vluchtelingen’:   60 gezinnen uit Netzer Hazani in de
Gazastrook sloegen letterlijk hun tenten op in het Namir-park op de
hoek van Rechov Arlosoroff, na een nacht in Jeruzalem, aan de voet van
de Kotel, te hebben doorg