Ida Vos, schrijfster van poëzie en proza en initiatiefneemster van het lezen van de namen van de slachtoffers van de Sjoa, in januari 2005, overleed in Amstelveen. Ze was al enige tijd ziek.
Ida Vos was, samen met haar echtgenoot, actief betrokken bij het Joodse leven in Nederland. Ze waren niet alleen lid van de LJG Amsterdam mar ook van de Joodse gemeenstes in Amsterdam en Den Haag.
De lewaja vond plaats op woensdag 5 april om 12.00 uur op de Joodse Begraafplaats in Wassenaar.
Via de website van Ida Vos kan een condoleanceregister worden getekend.
Rabbijn Menno ten Brink van LJG Amsterdam zond met het overlijdensbericht aan de leden van de LJG Amsterdam het volgende gedicht mee.
Voorjaar
de zon schijnt
en de narcis bloeit
steeds groener
wordt het gras
ik zie het allemaal
en toch is het
of het gisteren was,
dat dezelfde zon
die ik nu zie
voor mij niet meer
mocht schijnen
omdat ik
donker sterrenkind
uit dit leven
moest verdwijnen
Ida Gudema werd geboren op 13 december 1931 in Groningen. In 1936 verhuisde Ida met haar ouders en zusje Elly naar Rotterdam. Na het bombardement op de stad op 9 mei 1940 vestigde het gezin zich in het veiliger geachte Rijswijk In 1943 ging Ida samen met haar zusje in onderduik, maar gescheiden van haar ouders. Na de bevrijding keerde het hele gezin terug naar Rijswijk. Ida Vos behaalde het diploma voor kleuterleidster en stond voor de klas tot haar huwelijk met Henk Vos in 1956.
In al het werk van Ida Vos staan haar eigen ervaringen tijdens en kort na de Tweede wereldoorlog centraal.
Werken:
Vijfendertig tranen (1975)
Schiereiland (1979)
Wie niet weg is wordt gezien (1981)
Anna is er nog (1986)
Dansen op de brug van Avignon (1989)
Witte zwanen, zwarte zwanen (1992)
De sleutel is gebroken (1996)
De lachende engel (2000)
Het werk van Ida Vos werd meerdere malen bekroond: in 1982 en 1990 kreeg zij de Vlag en Wimpel en in 2001 de Amerikaanse Sydney Taylor Award 2001 voor The key is lost, de Engelse vertaling van De sleutel is gebroken.
{mos_sb_discuss:17}












