Voorwaarts, waarheen?

De verkiezingsuitslag waarmee Israël de dag na de verkiezingen opstond was vast en zeker niet het resultaat waar Ehud Olmert van gedroomd had, schrijft historicus Bert de Bruin vanuit Israël.

Het is en blijft natuurlijk een prestatie voor Kadiemah ( Voorwaarts ), een tot voor kort slechts virtueel bestaande partij die werd gevormd rond het charisma en de reputatie van Ariel Sharon, om onder leiding van diens minder inspirerende opvolger zomaar ineens 28 van de 120 zetels in de Knesset te behalen. Toch wordt de overwinning als een teleurstellende uitkomst gezien, vooral omdat de opiniepeilingen – nogmaals, virtueel – de partij op een gegeven moment zelfs meer dan 40 zetels toebedeelden.

Vooral twee dingen kwamen na het bekend worden van de uitslag naar voren. Allereerst bleek weer eens dat het Israëlische electoraat enorm verdeeld is, en dat op de Arbeidspartij en Kadiemah na in feite alle partijen ( in zekere zin ook de Likud ) een sterk sectoraal karakter hebben en zich zelden op meer dan één onderwerp richten. Daarnaast waren sommige Kadiemah-partijbonzen overduidelijk tevreden over de enorme val van de Likud, en over de vernederende nederlaag voor Binyamin Nethanyahu. Deze tevredenheid leek het sterkst bij voormalige Likud-kopstukken die Sharon’s Gaza-terugtrekkingsplan hadden gesteund en met de voormalige generaal een nieuwe politieke weg waren ingeslagen.

Weliswaar kozen vrijwel alle kiezers die op de twee grootste partijen stemden onomwonden voor de ontruiming van een belangrijk deel van de joodse nederzettingen op de Westoever. Een voortzetting van wat Sharon in Gaza was begonnen was één van de belangrijkste ontstaansredenen van Kadiemah. Toch heeft die partij samen met de Arbeidspartij slechts 48 zetels. Het kiezerspubliek dat de strijd tegen het Gaza-plan voerde of steunde is politiek verdeelder dan ooit, maar vormt toch altijd nog een blok waar rekening mee moet worden gehouden. Het zal dus voor Olmert moeilijk worden om een parlementair draagvlak voor verdere ontruiming en terugtrekking te creëren.

De meest voor de hand liggende coalitiepartners voor hem zijn de ultra-orthodoxe partijen Shas ( 13 zetels ) en Thorah-Jodendom ( 6 zetels ), de gepensioneerden-partij ( 7 ), en eventueel het linkse Meretz ( 4 ). Het probleem bij zo’n coalitie, die op papier het meest waarschijnlijk lijkt, is vooral dat de twee ultra-orthodoxe partijen destijds tegen Sharon’s Gaza-plan stemden. Als hun steun voor een verdere Israëlische terugtrekking op de Westoever ‘te koop’ is zal de prijs erg hoog zijn, zowel financieel als politiek. De Gepensioneerden hebben als belangrijkste eis een betere zorg voor de belangen van ouderen. De partijleider zei onlangs dat hij bereid is om deel te nemen aan elke coalitie die die eis inwilligt. Nu deze partij – deels door proteststemmen van jongeren – vijf zetels meer heeft gekregen dan zelfs de meest optimistische peilingen voorspelden zullen de zeven gekozen Knessetleden snel moeten beslissen of ze een eventueel ‘convergentieplan’ ( Olmert’s plan om uiterlijk in 2010 eenzijdig Israël’s grenzen vast te stellen, inclusief ontruiming van nederzettingen ) zullen steunen. Op het gebied van sociale zaken en economie zal het makkelijker zijn om een eensgezind beleid te formuleren. Wel moet hierbij worden aangetekend dat veel kiezers en politici van Kadiemah een liberalere koers voorstaan dan de andere coalitiepartners.

Voor de verkiezingen zeiden de meeste deskundigen dat de nieuwe regering allereerst drie onderwerpen zal moeten behandelen: de nederzettingen en een eventuele ontruiming van een deel daarvan; de armoede en de economie; de Iraanse dreiging. Dat laatste is zo ongeveer het enige waarover een brede consensus bestaat, al zijn er natuurlijk verschillende antwoorden op de vraag hoe die dreiging het beste kan worden aangepakt.

Ironisch genoeg z