De staat Israël en de Shoah

Berichten over de erbarmelijke leefomstandigheden van Holocaust-overlevenden in Israël bereiken de Nederlandse pers zelden. In Israël is dat anders, maar actie om de getroffenen te helpen wordt er niet ondernomen. Eldad Kisch, gepensioneerd arts auteur van de column Vredestichtertje, steekt zijn woede niet onder stoelen of banken.

Wat doen wij met met de Shoah?
We hebben een officiële huilerige herdenkingsdag eens per jaar en we maken politiek misbruik van de Shoah waar het ons uitkomt.
Er leven een paar duizend overlevenden van de Shoah in Israël in abjecte armoede, sommigen zo geteisterd dat ze al zestig jaar in gestichten zijn opgenomen. De staat doet weinig of niets voor deze mensen boven het strict nodige minimum.

De Israëlische banken en de staat zitten op miljoenen dollars van gelden die nooit opgeeist zijn door overlevenden, omdat er geen overlevenden meer zijn. De banken konden zich veroorloven alle aanvragen om restitutie te obstrueren, omdat de staat achter ze stond. Israël is een van de laaste landen die hier ten langen leste iets mee gaat doen. En nu is er eindelijk, veel te laat, een wet op de restitutie van bezit van slachtoffers van de Shoah aangenomen. De wet is weliswaar tot stand gekomen mede dankzij de toevallig vondst van onvolledige lijsten met namen van vooroorlogse beleggers en de druk van een kleine groep toegewijde activisten, maar er is weinig weerklank bij het publiek. Dit is een globale wet die bekijkt wat er in de pot zat in 1939. De regering traineert zoveel mogelijk met de uitvoering van de wet, in de hoop dat er uiteindelijk weinig of niets uitbetaald hoeft te worden. De restitutie zou vooral ten behoeve komen aan de groep van overlevenden die nooddruftig zijn en aan zorgende instanties van overlevenden. De berekening wordt liefst zo gemaakt, dat eventuele vermogensaanwas zo laag mogelijk getaxeerd wordt. Een interessant aspect van de zaak is dat als je in september 1945 nog in leven was, dan valt eventueel bezit niet onder deze wet. Pech gehad, had je maar dood moeten zijn.

Misschien is deze zin even moeilijk te verteren en moet ik het anders uitleggen. Deze wet houdt zich niet bezig met individuele claims. Het komt er op neer dat als je niet dood bent, d.w.z. overlevende bent (tenminste tot september 1945), of erfgenaam bent van een overlevende, er op het moment geen schijn van kans is dat er iets gerestitueerd gaat worden. Dus voor individuele claims moet een nieuwe wet komen en dat maken we waarschijnlijk met een beetje rekken niet meer mee.
De Israëlische regering hoopte er zich met een koopje af te maken vis à vis de doden. De overlevenden met financiële claims zijn een relatief kleine groep, waarvan de voorouders uit zionistische motieven geld belegd hadden in Palestina, of om het land op te bouwen, of in de hoop nog op tijd te ontsnappen uit de Europeese hel naar Palestina.

Zonder druk van de belangrijke Amerikaanse Joodse groepen kan het nog lang duren voor Israël over de brug komt.

Zie ook: Many Shoah survivors live in poverty, Jerusalem Post 26 april 2006 (red.)

Discussieer over dit artikel in het forum. (0 berichten)

Eldad Kisch woont al meer dan veertig jaar in Israël. "Destijds was ik flink zionistisch, nu ben ik wat gelouterd," omschrijft hij zichzelf. "Ik bekijk de gebeurtenissen in onze streken met bezorgdheid, vooral waar onze menselijke en ethische waarden steeds meer inkrimpen.’

Advertentie (4)