Moet ik anderen redden bij gevaar voor mijzelf? Ben ik verplicht om mezelf in twijfelachtig gevaar te begeven om een ander uit zeker gevaar te redden?
De broers vertelden Ja’akov dat Joseef Benjamin wilde zien. Ja’akov weigerde in eerste instantie. Hij meende: "Mijn zoon zal niet met jullie afdalen want zijn broer is gestorven; hij is alleen overgebleven. Wanneer hem een ongeluk onderweg overkomt…" (Bereesjiet 42:38). Ja’akov ging pas akkoord toen Jehoeda verklaarde dat hij garant zou staan voor het kind: "Laat de jongen toch met mij mee gaan; dan zullen wij ons gereed maken om op reis te gaan opdat wij in leven mogen blijven en niet sterven, zowel wij als u en onze kinderen (43:8). Jehoeda ging bijzonder ver in zijn belofte tegenover Ja’akov om Benjamin terug te brengen. Rasjie (1040-1105) legt uit dat Jehoeda Ja’akov het volgende voorhield: "Benjamin wordt misschien wel, maar misschien ook niet vastgehouden. Wij zullen allen zeker van honger sterven als wij nu niet op reis gaan. Het is beter dat u de twijfel laat rusten en de zekerheid in ogenschouw neemt".De plicht om anderen in gevaar te reddenUit de zin "Gij zult niet werkeloos toezien hoe uw naaste zijn ongeluk tegemoet gaat"(Leviticus 19:16) leiden wij af dat het verplicht is om mensen uit levensgevaar te redden. Maimonides heeft dit ook zo gecodificeerd in zijn Misjné Tora (Rotse’ach 1:14): "Iedereen die in staat is om een ander te redden en dat nalaat overtreedt het verbod van "Gij zult niet werkeloos toezien hoe uw naaste zijn ongeluk tegemoet gaat". Maar deze redplicht geldt alleen maar wanneer er geen gevaar dreigt voor de redder. Maar wat als er wel gevaar dreigt voor de eventuele redder? Moet hij dan zijn leven in de waagschaal stellen om een ander te redden? Wat als het gevaar niet zo zeker is? Ben ik verplicht om mijzelf in twijfelachtig gevaar te begeven om een ander te redden uit zeker gevaar? Deze vraag wordt wel erg actueel in de sfeer van orgaandonatie.De levende donorBij een levende donor luidt de vraag als volgt: is het toegestaan het eigen leven in gevaar te brengen om een ander te redden? De Chagamiem (Wijzen) twijfelen: volgens de Jeruzalemse Talmoed (Teroemot, einde hoofdstuk 8) is men verplicht zichzelf in twijfelachtig gevaar te begeven om een ander uit zeker levensgevaar te redden. Deze bron wordt echter niet overgenomen in de Joodse Codex (de Sjoelchan Aroech, 1577), waarschijnlijk omdat men in de Babylonische Talmoed deze opvatting niet deelt. De gezaghebbende Rabbi David ben Zimri (1480-1573, auteur van Radbaz) schrijft hierover het volgende:Indien de donor in levensgevaar zou komen te verkeren, is hij niet verplicht zijn leven in de waagschaal te stellen om een ander te redden.Bij mogelijk levensgevaar met een kans van 50% voor de donor, geldt hetzelfde.Bij gering levensgevaar voor de donor, bestaat een reddingsplicht. Indien de donor onder dergelijke omstandigheden niet meewerkt, zou hij het verbod om niet werkeloos toe te zien hoe een ander zijn ondergang tegemoet gaat, overtreden.Medische experimentenGebaseerd op deze overwegingen oordeelt Jeruzalemse autoriteit Rav E.J. Waldenberg, dat het geoorloofd is zichzelf te onderwerpen aan medische experimenten, indien hiermee anderen gered kunnen worden. Volgens Rav Waldenberg is dit echter alleen toegestaan als men zelf geen gevaar loopt. Rav M. Feinstein gaat verder: risico voor de eigen gezondheid teneinde anderen van zeker gevaar te redden, is ook geoorloofd. In het kader van orgaantransplantatie stelt Rav Waldenberg nog, dat indien meerdere medische experts bevestigen, dat de donor geen levensgevaar loopt en het volgens de huidige stand van medische kennis plausibel is, dat zowel donor als acceptor in leven zullen blijven, orgaandonatie geoorloofd is. Rav M. Feinstein merkt verder op, dat bijvoorbeeld nierdonatie – in geval van levensgevaar bij de acceptor – toegestaan is; een potentiële donor is echter niet
Parsja 10A Mikeets (Beresjiet/Genesis 41:1- 44:17)
Advertentie (4)












