De parasja van de week, voor kinderen verteld. Vandaag: Mosjé heeft het Volk Israël bij elkaar geroepen om ze nog eens te herinneren aan de lange tocht door de woestijn die ze achter de rug hadden.
De Israëlieten hadden hun tenten opgeslagen vlak bij de grens met het Beloofde Land. Het was zo dichtbij dat ze het bijna konden ruiken! Maar Mosjé mocht ze nog niet laten gaan.
"Ik zeg jullie nog een keer: jullie hoeven niet bang te zijn. G’d beschermt julie en vecht voor jullie mee als er gevochten moet worden."
"Zien jullie deze rivier? Dat is de Jordaan. Jehosjoea zal jullie veilig aan de overkant brengen, dus luister naar wat hij zegt!
Maar luister, Volk! Jullie gaan daar wonen, maar het land is jullie door G’d gegeven. Daarom moeten jullie leven zoals Hij het jullie heeft geleerd, terwijl we door de woestijn trokken."
"Ik denk niet dat er iemand is die vergeten is wat er bij de berg Sinaï is gebeurd. Ere hing een enorme rookpluim boven de top van de berg en er brandde daar een laaiend vuur. Jullie hebben allemaal de stem van G’d gehoord. Vanuit het vuur gaf Hij jullie de Tien Geboden, Hij schreef ze voor ons allemaal met vuur op de twee stenen platen en die bracht ik mee naar beneden.
En toen heeft de Eeeuwige mij bevolen jullie de wetten en regels te leren. Ik zal ze allemaal nog eens vertellen."
"Jullie hebben de stem van G’d gehoord, maar jullie hebben Hem niet mogen zien. G’d is jullie Eeuwige, jullie God. Jullie mogen nooit bidden tot een andere god, want dat is een afgod. Dit is een wet die voor jullie geldt en voor alle mensen die na jullie komen. Als jullie ongehoorzaam zijn zal het slecht aflopen met het Volk Israël, dan zullie jullie verdreven worden uit Kena’an."
|
"Dit zijn de Tien Geboden van G’d:
|












