Marci

Smuels nieuwe column gaat over zijn oom Marci, die zijn dwangarbeid voor de nazi’s niet overleefde.

Marci en vader werden met vele andere Hongaars-joodse mannen afgevoerd naar Roemenië om daar voor het Duitse en Hongaarse leger te werken. Het heette ?munkaszolgalatt? wat dwangarbeid betekent. Mijn vader heeft hierover nooit in details getreden, maar ik geloof dat de dwangarbeiders het vuile werk moesten opknappen. Loopgraven maken, zware materialen tillen en voortdurend gevaar lopen. Ook werden de dwangarbeiders gedwongen voor de legers uit te lopen, als een menselijk schild.Dwangarbeiders mochten eens per jaar naar huis. Mijn vader en Marci keerden in 1943 voor korte tijd terug naar Boedapest. Als gevolg van dit bezoek ben ik in juni 1944 geboren. Maar daar gaat dit verhaal niet over. Over de oorlog vertelde vader mij later alleen hoe hij na de instorting van het Duitse leger naar huis vluchtte. Hij had veel geluk en gebruikte al zijn vernuft om de gevaren van het oprukkende Russische leger en het vluchtende Duitse leger te ontlopen. Marci had minder geluk. Na zijn uitstapje naar Boedapest is hij volgens mijn vader opgehangen door de Duitsers of de Hongaren. Hoe dat precies gegaan was, wist vader niet. Het schijnt dat Marci heeft geprobeerd te vluchten, maar helaas gepakt en geëxecuteerd werd.Marci was een gevoelige en een mooie man. Na mijn vaders dood, vond ik tussen zijn spullen een klein fotootje van Marci. Ik liet het uitvergroten en inlijsten. De foto is gemaakt in 1936, toen hij 27 jaar was. Marci had mooi donker haar, donkere ogen en een mannelijk doch gevoelig gelaat. Marci heeft nooit de kans gehad te trouwen en kinderen te krijgen. Het geeft mij een bijzonder gevoel hem dagelijks in mijn slaapkamer te mogen aanschouwen. Ik wil hem graag redden van de vergetelheid van 57 jaar geleden. Al leeft hij allang niet meer en al weet ik nog zo weinig van hem, hij is voor mij springlevend.Mijn opa, de vader van Marci en mijn vader, had een kleine chocoladefabriek. Ik geloof dat hij geen mensen in dienst had maar zelf chocolade produceerde in een klein gebouw gelegen in de tuin, waar het gezin sedert 1913 woonde. Het lag in de Colombus utca (straat) in Boedapest. Een keer toen opa afwezig was speelden Marci en mijn vader in de fabriek. Opa had een grote molen die met hand werd bediend om chocola of cacao te malen. Mijn vader riep Marci en zei hem om zijn handen in de molen te plaatsen. Marci was klein en volgzaam en gehoorzaamde. Toen begon mijn vader aan de molen te draaien. Gelukkig draaide hij maar een klein deel van Marci?s vingertoppen af. Nu zult u zeggen dat dit geen vrolijk verhaal is. Maar voor ons is het dat wel. Vader vertelde het vaak vol trots. Kennelijk viel de schade wel mee.Behalve dat hij is vermoord, is dit eigenlijk het enige wat ik van Marci afweet.Smuel is een van oorsprong Hongaarse jood, die via Israël in Nederland terechtkwam.Eerdere columns van Smuel vindt u in het archief van de rubriek Samenleving en identiteit.