Amsterdam krijgt Shoa-centrum

Een gezamelijk initiatief van de Universiteit van Amsterdam, de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen en het Ministerie van VWS heeft geleid tot een nieuw op te richten Centrum voor Holocaust- en Genocidestudies.

Het centrum zal onder leiding staan van Johannes Houwink ten Cate, tot voor kort medewerker van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, en inmiddels benoemd tot hoogleraar Holocaust- en Genocidestudies. In het pand van het NIOD, aan de Herengracht 380 te Amsterdam zal, althans voorlopig, ook het nieuwe Centrum gevestigd zijn.Het centrum heeft als oogmerk het doen van onderzoek, het geven van voorlichting en onderwijs en zal daarnaast actief betrokken zijn bij het publieke debat over genocide in verleden en heden.Het Centrum zal zich met name gaan bezighouden met onderzoek naar de jodenvervolging in Oost-Europa.Professor Houwink ten Cate heeft de laatste jaren onderzoek gedaan naar de jodenvervolging in Nederland. De resultaten van dat onderzoek zullen gepubliceerd worden in een boek met de titel "We hopen in afzienbare tijd geen jood meer te hebben". Houwink ten Cate heeft tijdens zijn onderzoek de hand weten te leggen op een omvangrijke correspondentie van abraham asscher, een van de voorzitters van de Joodsche Raad. Daaruit, zegt Houwink ten Cate, komt niet alleen de collaboratie van de Joodsche Raad naar voren, maar ook de rol die de Raad speelde bij het behartigen van de belangen van de vervolgden.Het tweede onderzoeksterrein van het nieuwe centrum is na-oorlogse genocide, waarbij ook gekeken zal worden naar de reden waarom wel of niet wordt ingegrepen, en wat de verschillen zijn tussen volkerenmoord en massamoord.Het derde thema voor onderzoek is de verwerking door de jaren heen van de gevolgen van de tweede wereldoorlog. In de woorden van Houwink ten Cate: "Ons centrum is vergelijkbaar met centra in de Verenigde Staten, Duitsland, Zweden, Frankrijk en Denemarken waar op deze gebieden onerzoek wordt gedaan. Wij kunnen daarin onze eigen rol spelen."