Sal Wasserman z.l. en de eerste strijd tegen Arafat in Nederland

Op 14 juni 2002 is in Eindhoven, in de buurt van waar hij bijna zijn hele volwassen leven heeft gewoond, Sal Wasserman gestorven. Het is voor de jongeren van nu, die gelukkig weer begonnen zijn zich actief te verzetten tegen antisemitisme en jodenhaat, wellicht interessant iets te horen over één van de voorvechters van de vorige generatie in de strijd van toen tegen onze vijanden.

Mijn vriend en chaweer Sal Wasserman was een lid en een man die voor de Nederlandse joodse gemeenschap, vooral die in de mediene – die toen, zoals nu, zo totaal afwijkt van die in Amsterdam – voor de Zionistenbond die toen nog helemaal leefde en voor ons allemaal persoonlijk iemand van grote betekenis is geweest.Hij week in een aantal essentiële opzichten af van het gewone patroon van de Nederlandse jood en de Nederlandse zionist. Het waren, denk ik, samenhangende verschillen. De belangrijkste waren enerzijds dat hij een overlevende was van een paar van de slechtste kampen die er in de oorlog waren: Auswitsch en Grosz Rosen, en daarnaast van het wat minder erge kamp in Vught.Maar weinig Nederlandse joden hebben de echt slechte kampen overleefd, iets meer dan 1200 denk ik. Het waren en zijn, naar mijn oordeel, vrijwel allemaal mensen die de kampervaring in hun wezen zelf had veranderd. Dat is ook wel het geval geweest bij overlevenden van het wat minder ergere Bergen Belsen en van het nog minder erge Theresienstadt. Maar bij de overlevenden van de slechte kampen was dat zo in hogere mate. Dat komt, denk ik, doordat het mensen waren en zijn die de dood recht in de ogen hadden gezien. Zij hebben de slechtste en soms misschien ook wel de beste eigenschappen van mensen ervaren. Zij voelden daardoor sommige zaken waarschijnlijk meer dan zij ze bewust kenden, zaken die voor ons anderen niet zo akelig duidelijk zijn. Daardoor komt het naar mijn mening dat kampervaringen zo moeilijk overdraagbaar zijn en dat vele geschriften over dat onderwerp, ook de erg mooie en erg indrukwekkende, maar zo bitter weinig invloed hebben gehad.Sal, die een hoogst intelligent man was, wist dat geloof ik wel. Hij heeft in persoonlijke gesprekken bijna nooit iets over de oorlog gezegd en in het publiek zo goed als nooit. Maar de meest begaafden onder ons mogen er niet mee volstaan helemaal te zwijgen. De befaamde Joodse historicus Dubnow heeft in het ghetto van Lodz over de Sjoah gezegd (het zijn de laatste woorden die van hem bekend zijn) "kinderlach farschreibet", "kinderen, schrijf het op". Sal heeft dat in zekere zin ook gedaan. Het korte betoog dat hij erover bij de 50ste jaardag van de bevrijding van Auswitsch voor de Nederlandse TV heeft gehouden hoort tot de duidelijkste, beste en ook mooiste publicaties die ik ken.Deze kenmerken waarin Sal afweek van de meeste Nederlandse joden hangen naar mijn oordeel samen met een ander verschil. Sal verschilde van Nederlandse joden om de simpele reden dat hij in de kern geen Nederlandse jood wàs. Hij had wel een groot stuk van zijn jeugd min of meer onder het Lumpenproletariat doorgebracht in het klassieke Nederlandse ghetto in Amsterdam en bijna zijn hele volwassen leven in Eindhoven, maar hij was door een enorm sterke en innige band verbonden met zijn ouders, die wel uit Oost-Europa kwamen, en met zijn zuster. Het gevolg was dat hij eigenlijk toch bij het Oost-Europese jodendom hoorde.Dat bracht en brengt van alles en nog wat met zich mee. Niet zo zeer "Frommischkat", vroomheid in de orthodoxe zin van het woord. Hij liep allerminst met zijn orthodoxie te koop, en ik denk dat hij zijn Jodendom meer als iets nationaals dan als iets religieus beleefde, wanneer hij althans verschil maakte, wat ik eigenlijk niet weet.Jawel, hij zat in allerlei commissies van de k’hillah, hij was in de Eindhovense k’hillah, voor wat dat waard is, een vooraanstaand man en vooral heeft hij, toen hij zijn lampenwinkel had verkocht en met pensioen was gegaan, het toezicht op alle jo