Een ander Joods Kerstverhaal

Door Menno de Vries

Anglo Palestine Bank (APAC) in Jaffa

Op Kerstavond 1909 besloten tientallen Joden de Joodse Anglo Palestine Bank (APAC) in Jaffa te bezetten en de directeur te gijzelen om het nieuwe, mooie en schone “Jaffa of the Jews” dat zij voor ogen hadden mogelijk te maken.

Nou zou je kunnen denken dat een gijzeling van een bankdirecteur wellicht een te ver gaande actie is, maar soms leiden wanhopige situaties tot wanhopige maatregelen.

Begin 20e eeuw, aan het eind van de Ottomaanse periode groeide het aantal Joden in Jaffa redelijk snel. Daardoor waren er in 1905 al een tiental Joodse wijken buiten de oude stad gebouwd in wat we nu Neve Tzedek noemen. Voor nog meer groei gaf de Nederlander Jacobus Kann dat jaar geld en opdracht aan David Levontin, de directeur van de APAC, om land naast Jaffa te kopen voor Joodse bewoning. Dit perceel, Kerem Jebali genoemd, is later omgedoopt tot Tel Aviv.

Dat klinkt nu vrij gewoontjes, maar over hoe dat eigendom precies geregeld was zijn er heel wat speculaties en verschillen de meningen. Een paar jaar terug is er weer een nieuw document gevonden, door architect en (amateur) historicus Shmuel Giller, dat de puzzel weer iets completer maakt. Het is een contract in het Arabisch, dat Giller door verschillende profs heeft laten vertalen.

Het gevonden contract in The Zionist Archives in Jeruzalem.  Foto: Shmuel Giller

Voor een beetje context is het handig om te weten dat het alleen voor Ottomaanse Joden mogelijk was om land in Palestina te kopen, terwijl Joden met een andere nationaliteit dat niet mochten. Dit heeft uiteraard tot de nodige “creativiteit” in handelen gezorgd. In 1908 kwam Kerem Jebali in handen van de Ottomaanse Joden Schlesinger, Ettinger en Tennenbaum. Deze vastgoedbaronnen uit Jeruzalem waren in maart 1908 een contract aangegaan met Ahuzat Bayit, de maatschap van 60 families uit Jaffa, die verlangden naar een moderne woonomgeving zoals deze in Europa was te zien. In dat contract was opgenomen dat het eigendom binnen 9 maanden zou worden overgedragen. Dat was niet gebeurd en in september 1908 werd het land zelfs geregistreerd op naam van twee andere Ottomaanse Joden (Yellin en Maze) en weer paar maanden later op naam van Kann.

Zo leek het echter want Schlesinger en Ettinger hadden hun aandeel verkocht aan weer een ander, Michael Leib Katz, een van de stichters van Petah Tikva en iemand die betrokken was bij veel landaankopen van Arabieren. De APAC deelde de Ahuzat Bayit leden mee dat het niet allemaal koosjer verliep en dat ze pas tot uitbetalen van de toegezegde leningen, om de bouw mogelijk te maken, zouden overgaan als alles door de Ottomaanse autoriteiten zou zijn goedgekeurd.

Voor die autoriteiten waren Tennenbaum en Katz de eigenaren, dus die moesten de boel overdragen. Die bleven echter uitvluchten zoeken om maar niet te hoeven tekenen. Op 24 december kwamen Ahuzat Bayit leden erachter dat Tennenbaum en Katz in Jaffa waren gearriveerd, Katz sliep in het Kaminitz hotel en rond 11 uur ‘s-ochtends had het merendeel van de AB leden zich bij het hotel verzameld. Ze verzochten Katz om mee te gaan naar het APAC kantoor om de zaken te regelen maar die zei dat hij koortsig was en in bed wilde blijven. Nadat ze hem vriendelijk aanboden om zijn bed naar de bank te dragen besloot hij toch maar op eigen kracht mee te gaan. Tennenbaum was ondertussen ook naar de bank gegaan en toen ze allemaal binnen waren begonnen de verschillende partijen elkaar te beschuldigen voor al het oponthoud. Levontin en zijn rechterhand Eliahu Sapir keken het aan, moesten erom lachen en vertelden de Ahuzat Bayit leden dat ze dit aan zichzelf te danken hadden omdat zij, de onderhandelingen en contracten aan onervaren lui hadden toevertrouwd. Ook melden ze dat de de bank dicht ging want het was tijd voor lunch.

Het geduld bij de leden was op en zij eisten dat de bank hen zou assisteren en weigerden om de bank te verlaten totdat dit eigendomsdrama was afgerond. De gegijzelde bankiers hadden geen keuze, begonnen de onderhandelingen met de verkopers en rond middernacht waren ze het eens. Er werd direct een Ottomaanse notaris bijgehaald en om twee uur ‘s-nachts, na een bezetting van 14 uur, tekenden 35 Ahuzat Bayit leden een contract waarmee zij de nieuwe eigenaren werden. De volgende dag tekenden anderen, waaronder Meir Dizengoff, de latere burgemeester van Tel Aviv ( in 1910 werd de naam Ahuzat Bayit gewijzigd in Tel Aviv).

Op de achterkant van elk individueel contract werden alle rechten vervolgens direct van de hand gedaan en overgedragen aan Jacobus Kann uit Den Haag. Uit het document van Giller blijkt ook dat de leden een verplichting hadden om binnen drie maanden een huis voor Kann te bouwen in de nieuwe wijk. In het gemeentearchief van Tel Aviv heb ik een document uit september 1909 gevonden waarin ook melding gemaakt wordt van het huis van Kann, het is echter op geen enkele plattegrond terug te vinden, het puzzelen is dus nog niet over.

De opdracht voor Yechiel Yechieli, een van de Ahuzat Bayit leden, om het huis voor Jacobus Kann te bouwen, gedateerd 10 september 1909, uit het Tel Aviv Archief. Foto: Menno de Vries

Menno de Vries is een Nederlandse gids en tour operator in Israel met een passie voor de geschiedenis van Eretz Israel en specifiek de late Ottomaanse periode. Via deze link kunt u Menno per telefoon of email bereiken.

l

Menno de Vries +972543121220
menno.co.il
Like me on Facebook
facebook.com/mennoinisrael