Pikzwart – een nieuwe column van Simon Soesan

Ter illustratie. Screenshot YouTube

Heeft U hem gevonden?

Ik ben hem namelijk kwijt. Helemaal kwijt. Mijn kluts…

Toen ik 47 jaar geleden in Israël aankwam en de kibboets inging, werd ik aanvankelijk bij de vrijwilligers ingedeeld. Daar was een meisje, uit Nederland. Ze heette Carla, maar was met haar ouders als kind uit Nigeria naar Nederland gekomen en daar opgegroeid. Carla was zwart. En ik bedoel niet: zwart, ik bedoel: superzwart. Pikzwart.

Daar ze bij de pinken was had ze altijd verhalen over haar oorsprong. Ze vertelde dat de rivier, Niger, door haar land stroomt en de blanke slavernij zich zeer had geconcentreerd had op haar land. Waardoor mensen uit die omgeving naar de rivier werden genoemd, Niger…nigger, neger en dat ze daar geen enkel probleem mee had.

Een donkere vrijwilliger uit de VS zei haar vaak dat zij, en niet hij, zwart was.
George Floyd had aardig wat op zijn strafblad staan. Hoogtepunt van zijn carrière was het beroven, misbruiken en bijna vermoorden van een zwangere vrouw. En nee, hij had zijn vroegtijdige dood niet verdiend, en nee, politiegeweld valt niet goed te praten. Maar nee, dat maakt hem niet de best geschikte kandidaat om heilig verklaard te worden.

Gouden doodskist?? Een mis? Hij een engel? Doe effe normaal, zeg!

En dan die slogan: Black Lives Matter. Andere levens doen er niet toe. Honderden meisjes worden ontvoerd, verkracht en vermoord in Afrika en het blijft lachen op de Amerikaanse TV. Terroristen slachten een complete redactie af van een tijdschrift in Parijs en er wordt 2 minuten stil gestaan en daarna weer TV kijken. (En breek me de bek niet open over het dagelijks ontvoeren van kleine kinderen uit het Zarqa vluchtelingenkamp in Jordanië, met gebruik van privéjets uit Saoedi Arabië, onder toezicht van de VN.)

Ik kijk naar al die schreeuwlelijkerds en denk: ben ik nou gek of zijn zij het? Deze mensen zijn bruin, niet zwart! Ze dragen zwarte kleding, waardoor het kleurverschil nog duidelijker is. Bruin, zeg ik u! Maar in de wereld gaat het om alle Carla’s, want alleen zwart leven is belangrijk.

Winkels worden geplunderd en in de fik gestoken, mensen worden in elkaar geslagen en nu is het toppunt van “holier-than-Thou”: beelden worden omvergehaald en beklad, vanwege een mogelijke link naar slavernij.

Daar ging de staat en de stad Washington, daar gingen alle scholen en ziekenhuizen in zijn naam, daar ging George Washington hup, uit de geschiedenisboeken want Georgie boy was eigenaar van slaven en heeft er met aardig wat in bed gelegen. U kunt de lijst van namen zelf aanvullen als u wilt, maar de schreeuwende hysterie die deze geschifte vrijheidsstrijders is al een stapje verder.

Ook Penny Lane in Liverpool moest het vergelden, want een debiel schreeuwde dat Penny de naam was van een slavenhandelaar. Toen B&W van Liverpool aantoonden dat Penny Lane ooit een tolweg was, wat een Penny koste, werd dat afgewimpeld door de losgeslagen menigte, want “don’t confuse us with facts”. Typerend.

In Nederland kregen we nog meer rare beelden. Die beelden krijgen wij, Nederlanders in het buitenland, niet per directe uitzending want de miljoenen Nederlanders die in het buitenland wonen, mogen niet zomaar de Nederlandse TV zien. En daar zag ik een van de weinige personen die mij altijd weer opnieuw aantonen dat Darwin gelijk had: mevrouw Simons kwam even snel erbij om te zeggen dat zij ook zwart was, hoor! En dat wij blanken ons moesten schamen voor die slavernij.

Okee. Slavernij. Afgeschaft door de witte man ongeveer 150 jaar terug. Nog steeds bestaand in alle moslimlanden. Maar Amerika schafte het 150 jaar terug af. Een republikein deed dat trouwens. De democraten waren fel tegen het afschaffen van de slavernij in Amerika. Die republikein, president van de VS nog wel, werd ervoor neergeknald. De dader was…laten we zeggen: geen republikein.

Krijgt de Blanke Man daar een prijs voor? Nee, dezelfde democraten in de VS steken de boel in de fik, en plotseling moeten we de voeten van andere mensen kussen. Want bij deze, van de pot gerukte mensen, gaat het niet om een hoofdstuk in de geschiedenis te eindigen, het gaat ook niet om het op de knieën vallen of om blanken die om vergiffenis vragen: het gaat om een periode van anarchie, winkels beroven en de boel in de fik steken. Want Black Nikes Matter.

En terwijl diverse regeringen meteen aan de slag zijn gegaan om te kijken wat ze weg kunnen wissen uit de geschiedenisboeken, musea en media (want we doen zo graag mee aan elke hype), staat een bruine meneer op de dam te schreeuwen. Meneer werkt niet, leeft van uitkeringen, maar zal Nederland een lesje leren: als hij een Zwarte Piet ziet, zal hij die in elkaar slaan. Want bruin is zwart en dus mogen ze lekker wel meedoen. En hij mag dat zeggen want: Hi Hi Hi, Ha Ha Ha: Miesjponum stond erbij en ze keek ernaar.

Miljoenen mensen kijken via de diverse media naar deze vaak gemaskerde mensen. Want overtuiging van mening doe je met een masker, veel spannender.

Ikzelf denk even terug aan Carla. Toen we voor de eerste keer even alleen in mijn kamer in de houten hut van de vrijwilligers in de kibboets waren, vroeg ze of ik, een Jood, geen probleem had met haar zwart-zijn.

“Nu vertel je me pas dat je zwart bent?”, schamperde ik, en deed het licht uit.

Misschien moet in de hele wereld het licht even uit om te beseffen dat we allemaal hetzelfde zijn: even goed, even slecht.

Vorig artikelNieuwe podcast van Joop Soesan uit Israël
Volgend artikelDe op één na grootste synagoge in Europa staat in…..Subotica in Servië
Simon Soesan (1956, Beverwijk) woont sinds 1973 in Israël, waar hij zijn eigen sales-en-marketing bureau had. Tegenwoordig is hij vertegenwoordiger van Keren Hayesod – United Israel Appeal in Duitsland. Soesan is bekend van columns in diverse Nederlandse bladen, zoals NRC-Handelsblad, het Reformatorisch Dagblad, Israël Actueel en het Nieuw Israelietisch Weekblad. Zijn korte verhalen werden gebundeld in 'Pita met hagelslag' (2005) en ‘Patatje vrede’ (2007), 'Apoetaah' (2016) is zijn derde boek en in juni 2018 is 'Ik ben jij' verschenen. Zijn familie en vriendschappen met Joden, Moslims en Christenen, inspireren hem bij het schrijven.