De persoonlijke kaart van ieder Holocaust slachtoffer keert in Amsterdam terug in Joodse handen

De Joodse Raad van Amsterdam was een door de nazi’s opgericht orgaan om Joden te laten toezicht houden op de voorbereidingen voor de uitroeiing van hun eigen minderheid in heel Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. 
(Met dank aan het Joods Cultureel Kwartier van Amsterdam / via JTA)

Sonja Levy was een optimistische vrouw die een uitstekende eerste indruk maakte en wiens belangrijke positie haar vrijstelde van deportatie, volgens de persoonlijke kaart die de Joodse Raad van Amsterdam voor haar had gemaakt tijdens de nazi-bezetting.

Maar de lofbetuigingen op de kaart waren niet genoeg om Levy te redden, een kleuterjuf die begin twintig was toen de Duitsers binnenvielen, aldus begint het artikel in JTA wat wij met toestemming hier in het Nederlands vertaald publiceren.

Zoals meer dan 100.000 Nederlandse Joden werd ze uiteindelijk op de trein naar de vernietigingskampen in bezet Polen gezet en daar in een gaskamer vermoord.

Maandag werd haar persoonlijke kaart – het bleek haar eerste grafschrift te zijn – overgedragen aan het belangrijkste museum van de gemeenschap waartoe ze behoorde.

In de aanloop naar de Internationale Holocaustherdenkingsdag op woensdag, heeft de Nederlandse tak van het Rode Kruis het eigendom van meer dan 140.000 persoonlijke kaarten van Nederlandse Joden overgedragen aan het Joods Cultureel Kwartier van Amsterdam – een koepel van verschillende Joodse instellingen, waaronder het Nationaal Holocaust Museum van Nederland en zullen daar voor het eerst aan het publiek worden getoond.

De volledige index van de Joodse Raad van Amsterdam – een orgaan dat de nazi’s hadden opgericht om joden toezicht te laten houden op de voorbereidingen voor de uitroeiing van hun eigen minderheid in heel Nederland – behoort tot de meest uitgebreide en best bijgehouden registers in zijn soort in Europa.

Het was ongebruikelijk dat het verwijzingen naar status en persoonlijke kenmerken bevat, wat aangeeft hoe dit register, in tegenstelling tot de meeste andere nazi-lijsten, door Joden over Joden werd opgesteld.

Op meer dan 75% van de kaarten voegde het Rode Kruis na de Tweede Wereldoorlog in rode inkt de datum van deportatie toe – een zeldzame tastbare herinnering hoe de nazi’s in Nederland hun hoogste sterftecijfer bereikten van heel bezet West-Europa. Van de ongeveer 110.000 gedeporteerde Nederlandse Joden hebben slechts een paar duizend de Holocaust overleefd.

Het Rode Kruis had al zijn oorlogsarchieven, met uitzondering van het indexkaartarchief van de Joodse Raad, overgedragen aan het Nationaal Archief. 

Maandag heeft het Rode Kruis dan eindelijk ook het eigendom van het indexkaartarchief overgedragen aan het Nationaal Holocaustmuseum, dat momenteel wordt gerenoveerd. Het indexkaartarchief zal volgend jaar voor het publiek te zien zijn als het museum heropent, schreef het Rode Kruis maandag in een verklaring.

De index “is niet alleen van grote waarde als archief, maar ook als museummonument en als tastbare herinnering aan de Holocaust”, schreef het Rode Kruis.

De kaarten zijn in 2012 gedigitaliseerd en kunnen online worden bekeken. Gezocht kan worden op ​​naam of andere identificerende gegevens. Maar bladeren door de kaarten is niet mogelijk geweest. Het Nationaal Holocaust Museum van Nederland ontwerpt nu de kaartendisplay voorafgaand aan de heropening, maar ze zullen voor iedereen zichtbaar zijn, aldus Emile Schrijver, de directeur van het Joods Cultureel Kwartier.

“Het is van het allergrootste belang dat we de fysieke herinnering kunnen tonen van alle vermoorde Joden”, zei hij.

De kaartententoonstelling zal bijdragen aan het beeld van Nederlandse slachtoffers dat andere archieven hebben geschetst. Volgens het National Holocaust Museum is Sonja Levy in 1944 naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd en daar vermoord. Ze stierf slechts enkele weken na haar 25ste verjaardag.

Het Joods Monument, een website met de namen van de meeste Nederlandse slachtoffers van de Holocaust, zei dat haar man, een blinde architect genaamd Alfred, daar ook is overleden.

De actie van het Rode Kruis komt voort uit grote bekentenissen van schuld in Nederland over het lot van de joden in het land.

In 2017 bood het Nederlandse Rode Kruis zijn excuses aan voor het “te gemakkelijk maken” voor de nazi’s en het niet opkomen voor Joden vanwege “gebrek aan moed”, zoals de voorzitter van de Nederlandse tak, Inge Brakman, het verwoordde.

Vorig jaar bood de Nederlandse premier Mark Rutte voor het eerst zijn excuses aan voor de manier waarop de Nederlandse regering in ballingschap en de autoriteiten in dienst van de Duitsers “gefaald hadden in haar verantwoordelijkheid als verschaffer van recht en veiligheid” voor Nederlandse joden. Decennialang hadden Rutte en zijn voorgangers de oproepen van joodse groeperingen om zich te verontschuldigen, afgewezen. Rutte’s verontschuldiging kwam meer dan 15 jaar na die van leiders van buurlanden, waaronder Frankrijk en België.

Ook in 2020 erkende koning Willem-Alexander voor het eerst hoeveel Nederlandse joden zich verlaten voelden door zijn overgrootmoeder, Wilhelmina, die naar het Verenigd Koninkrijk ontsnapte toen de Duitsers binnenvielen.

“Medemensen voelden zich verlaten, onvoldoende gehoord, onvoldoende gesteund, zelfs met woorden”, zei Willem-Alexander tijdens een ceremonie voor slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust. “Ook uit Londen door mijn overgrootmoeder, ondanks haar standvastige verzet [tegen de nazi’s]. Het is iets dat me niet zal loslaten. “

Ontvang gratis onze nieuwsbrieven!